Inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

inwerkingtreding Omgevingswet
Omgevingswet uitgeprint

Inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

Eindelijk wat realisme bij het ministerie van VROM! En wat meer lucht voor gemeenten! De inwerkingtreding van de Omgevingswet schuift door naar 1 januari 2023, volgens een brief van 24 februari 2022. Minister de Jonge heeft het in brieven steeds over ‘een zorgvuldige invoering van de Omgevingswet’. Dat is een rookgordijn voor ‘de boel werkt nog lang niet’. De motorkap van de Omgevingswet – het DSO-LV – is nog lang niet in orde en werkt niet. De Omgevingswet is een groot ICT-project, meer dan een wetgevingstraject.

Ook in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk wordt steeds meer gedigitaliseerd. Sinds de virus-uitbraak hebben we te maken met een soort van ‘crash-digitalisering’ die in sneltreinvaart op ons af is gekomen. Dit heeft veel effecten, op werkgelegenheid, de psyche van mensen en ons dagelijkse leven. Het belangrijkste doel moet wel zijn dat digitalisering ondersteunend moet zijn, het leven van mensen gemakkelijker moet maken en geen last mag zijn. De Omgevingswet is een soort van containerschip: is af en toe uit koers, lastig om bij te sturen en komt uiteindelijk op de plek van bestemming. Uiteindelijk weet niemand of 1 januari 2023 genoeg lucht geeft, maar voor nu in elk geval wel.

In een brief aan de Tweede kamer wordt een nieuwe planning aangegeven voor 2022.

Inwerkingtreding Omgevingswet nog steeds 1 juli 2022

Inwerkingtreding Omgevingswet nog steeds op 1 juli 2022inwerkingtreding omgevingswet

Ondanks geruchten over latere inwerkingtreding van de Omgevingswet houdt de minister nog steeds vast aan 1 juli 2022. Mijn verwachting is dat vlak voor die tijd – in juni 2022 – besloten wordt of het doorgang kan vinden op die datum of dat het later wordt. Het ICT-project Omgevingswet is inmiddels to big to fail.

Een opvallende alinea in de brief gaat over stedenbouwkundige bureaus en omgevingsplannen. Het is in de RO-wereld al lang bekend dat stedenbouwkundige bureaus een zeer grote rol spelen bij het maken van ruimtelijke plannen voor gemeenten. Ze verzorgen vrijwel alles voor gemeenten. Helaas was dit besef er niet of onvoldoende bij het Rijk en andere partners die betrokken zijn bij de invoering van de Omgevingswet. Maar er is hoop!

“In overleg met de stedenbouwkundige bureaus en de leveranciers van lokale plansystemen wordt gewerkt aan aanvullende onderdelen voor het digitale stelsel, te weten:

  • een set basismodellen die bureaus en bevoegde gezagen werk besparen
  • een mechanisme om plannen digitaal te kunnen uitwisselen tussen stedenbouwkundige bureaus enerzijds en plansoftware van softwareleveranciers anderzijds”

Lees meer in de brief van 14 december 2021.

 

 

Vijf minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

5 minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

Minister Ollongren heeft bij brief van 26 februari 2021 informatie verstrekt over de route naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ze gaat daarbij uit van 5 minimale criteria:

  1. Omgevingsvisies van provincie en rijk
    Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies en het Rijk een vastgestelde Omgevingsvisie die via de geldende standaarden is ontsloten in de landelijke voorziening is ontsloten van DSO.
  2. Omgevingsverordening van provincies
    Bij intwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies een vastgestelde omgevingsverordening die via de geldende standaarden is ontsloten via de landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) en het DSO-LV.
  3. Provincies, waterschappen en Rijkspartijen kunnen werken met het projectbesluit
  4. Gemeenten kunnen het Omgevingsplan wijzigen
  5. Vergunningen en meldingen ontvangen en behandelen

Niet waarschijnlijk dat de Ow per 1-1-2022 in werking treedt – Aangezien de Minister al spreekt over alternatieve maatregelen in de brief is het niet waarschijnlijk dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt. Dit komt met name door het DSO dat nog lang niet klaar is. Per april 2021 wordt volgens de Minister duidelijk welke alternatieven dat zijn.