Blog

Warmtepompen nieuwe regels Regeling Bouwbesluit

Warmtepompen regels Regeling Bouwbesluit

Warmtepompen die buiten zijn opgesteld kunnen zorgen voor geluidsoverlast bij de buren. Dit kan zorgen voor burenruzies en meer klachten bij gemeenten. In het Bouwbesluit 2012 worden hier regels voor opgenomen die vanaf 1 januari 2021 moeten gaan gelden. Interessant is dat het geluidniveau van een warmtepomp op de perceelsgrens met een ander woonperceel maximaal 40 dB mag bedragen. In een uitspraak van de Rb Midden-Nederland van 24 april 2020, werd nog bepaald werd dat de gemeente mocht aansluiten bij de geluidnorm van 35 dB(A) voor tonaal geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, gemeten op de gevel van de buurwoningen. Dat speelde bij de afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij een omgevingsvergunning. In het omgevingsplan kan een gemeente hier ook regels voor opnemen, bijvoorbeeld voor dichtbebouwde gebieden.

In de Regeling Bouwbesluit wordt de methode opgenomen hoe dat geluid gemeten moet worden. Lees meer over de conceptregeling. De regels zullen per 1 januari 2021 in werking treden.

Snelle woningbouw is niet mogelijk met participatie en eindeloze onderzoeksverplichtingen

In de landelijke pers en politiek wordt vaak geroepen: ‘Nederland schreeuwt om meer woningen!’. Ook de minister in kwestie roept dat vaak, nu in een kamerbrief van 6 november 2020. De bedoelingen zullen vast goed zijn, maar er wordt een beeld neergezet alsof het maar behelpen is bij de Nederlandse gemeenten. Het moet allemaal sneller en eenvoudiger (met minder ambtenaren). Ook de Omgevingswet heeft dat idee als achtergrond: sneller en eenvoudiger. Was het maar zo simpel!

De praktijk is zoals altijd weerbarstiger dan het papier. Een initiatiefnemer voor een bouwplan, of het nu een projectontwikkelaar is of een particulier, moet naast een bouwplan een waslijst aan onderzoeken aanleveren: stikstofonderzoek, akoestisch onderzoek, archeologisch onderzoek, onderzoek naar externe veiligheid en flora en fauna, etc. De onderzoeken worden vervolgens beoordeeld door regionale omgevingsdiensten. Onderzoeken beoordelen doen gemeenten namelijk niet zelf, dit is uitbesteed aan omgevingsdiensten. Deze gespecialiseerde ambtenaren staan ver van de gemeentelijke praktijk af en kijken meestal strikt naar de regels: strijdig is strijdig. En hup, het onderzoek moet weer aangepast worden of opnieuw gedaan worden. Als de beoordeling en aanpassing binnen een paar weken afgerond zouden zijn, zou dit nog niet zo’n probleem zijn. Helaas is het zo dat wacht- en doorlooptijden tot een (half) jaar heel gewoon zijn. Ook de omgevingsdiensten kampen met personeelstekorten en durven vaak ook niet met praktische oplossingen te komen. Want een ambtenaar wil zich meestal ook kunnen indekken met een perfect sluitend advies. Vervolgens moet het gemeentebestuur nog wat vinden van het plan. Ook dat kost weer de nodige tijd. Veel gemeenteraden vergaderen maar 1x per maand. En de raadsagenda’s staan vol gepland.

Verder is het zo dat in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeenten al bezig zijn met de invoering en uitbreiding van participatie. Dit is het betrekken van bewoners in een plan in de informele fase. Het woord ‘participatie’ staat hoog op de politieke agenda. En dus moet er voor vrijwel elk plan ‘geparticipeerd’ worden of het nu iets bijdraagt of niet. Elke initiatiefnemer moet dus aan de slag met participatie: de buurt in en praten met buurtbewoners. Het uitgangspunt is op zich goed. Er zijn nu eenmaal plannen die best in kunnen grijpen in de naaste omgeving. Verder zijn er ook grote plannen waarbij inbreng van bewoners wat kan toevoegen. Meestal komt er helaas weinig uit. Wat vergeten wordt is dat er ook mensen tussen zitten die het als een sport zien om de boel te traineren of te vertragen. Dat zijn er meer dan u denkt. Men wil meestal niet dat de omgeving verandert. De meeste mensen houden namelijke niet van verandering. Participatie gaat alleen nog maar over het voortraject van het bouwplan. De bestemmingsplanprocedure of het vergunningentraject is dan nog niet eens begonnen! Ook dat traject kent vele valkuilen (en vertragingen).

Wil de minister echt opschieten met woningbouw? Schrap dan eens wat onderzoeksverplichtingen en participatie! Dan gaat het een stuk sneller. Zoals in China, waar de bulldozer gewoon komt voorrijden. Een sloopvergunning is niet nodig. Oh, dat wilt u niet? Zet dan eens een realistisch beeld neer van de praktijk van het vergunningen- en RO-traject voor woningbouw in Nederland! In een democratisch land waar iedereen wil meepraten gaan trajecten langzaam. Daar gaat de Omgevingswet of extra geld niets aan veranderen!

Publicatie: 7 november 2020

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

In aanloop tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2021 krijgen Provinciale Staten van de provincies de mogelijkheid alsnog een verordening vast te stellen met een verbrede reikwijdte.

Het betekent in feite een verbreding van het huidige criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ naar een ‘een goede fysieke leefomgeving’, in artikel 4.1, eerste lid Wro. Op zich is dit vooruitlopen op de Omgevingswet begrijpelijk, omdat veel provincies al ‘gereed’ zijn om met de Omgevingswet te werken. Voor provincies is het echter eenvoudiger dan gemeenten. Provincies staan – op zich goed – met meer afstand van de dagelijkse praktijk. De invulling van ‘een goede fysieke leefomgeving’ is voor gemeenten veel ingewikkelder, te meer omdat zij ook in praktische zin er mee moeten omgaan. De plannen die bij gemeenten binnenkomen kun je vooraf niet altijd bedenken op de tekentafel. Die zijn niet altijd in regels te vatten.

Meer informatie over het ontwerpbesluit Crisis- en herstelwet. Tevens de aanbiedingsbrief met meer informatie.

Bericht: 3 november 2020

Groene buitenruimte is van levensbelang

Groene buitenruimte is van levensbelang

Hoe belangrijk groene openbare ruimte is, is wel bewezen tijdens de lockdownperiode. Vooral bewoners van grote steden zullen dit beamen. Groene buitenruimtes zijn essentieel als plek om elkaar nog te kunnen ontmoeten, om mensen te zien, voor een wandeling of een rondje hardlopen. Ruimte waar we in de pre-Corona periode wellicht onverschillig over dachten of dat het ons niet eens opviel. Ik denk dat het sowieso belangrijk is, om de waarde van publieke ruimtes eens te gaan waarderen.

Tijd voor herbezinning – Willen we nog wonen in dichtbevolkte, binnenstedelijke wijken, hutje-mutje op elkaar? Op plekken waar een hoge verdichting geldt? Hoewel geen stad in Nederland te vergelijken is met New York, loopt die stad momenteel leeg. Wie wil er nog in een hoge wolkenkrabber of hoog appartementengebouw wonen, waar je appartement alleen met een lift toegankelijk is? Ik denk dat het voor gemeenten belangrijk is om hier eens over na te denken voor de lange termijn. Dus geen korte termijn denken – ad hoc – over zoveel mogelijk financieel rendement, maar een beleid waar de gezondheid van mensen centraal staat:

  • het buitengebied meer de stad intrekken: meer verbindingen op fiets- en loopafstand
  • een omgeving die mensen triggert te bewegen
  • gebouwen zonder liften (uitzondering voor gehandicapten)
  • gebouwen met een buiten=binnen klimaat

Nog meer inspirerende voorbeelden zijn te vinden in de Blauwe Kamer, 3, 2020.

Gemeenten doen onvoldoende aan bescherming tegen geluid

In de praktijk van de meeste gemeenten komen onder het mom van ‘bouwen, bouwen en nog eens bouwen’ de meest wilde plannen binnen. Vanuit de rol van de projectontwikkelaar te begrijpen (lees: wil immers geld verdienen en gronden in de bebouwde omgeving zijn schaars), maar dat de gemeente deze plannen vervolgens goedkeurt is niet te begrijpen. Als voorbeeld noem ik bouwplannen die op of nabij bedrijventerreinen worden ontwikkeld. Op basis van akoestisch onderzoek wordt alles ingezet om de korte afstand maar te rechtvaardigen, terwijl men op basis van gezond verstand dit niet zou moeten willen. Waarom niet? Ten eerste vinden er op en nabij bedrijventerreinen meer verkeersbewegingen plaats van vrachtwagens. Laden en lossen is vaak hinderlijk voor bewoners, of het nu tijdelijke bewoners zijn of niet.

Gezond verstand brengt je verder – In de praktijk zijn sommige initaitiefnemers zo slim om tijdelijke woonvormen te benoemen als ‘short stay’ of iets dergelijks. Deze bewoners hoeven volgens veel gemeenten niet beschermd te worden tegen geluidbelasting. Er wordt meestal niet gekeken naar het belang van de bedrijven op die terreinen. Klachten over vrachtwagens, geluid van laden en lossen, etc. zijn vaak de consequentie van niet verder kijken dan je neus lang is. De ambtenaar zegt meestal: ‘Van de Raad van State mag het’ of ‘volgens de Wet geluidhinder zijn het geen gevoelige functies’ of iets dergelijks. Wat vergeten wordt is dat onder de noemer van ‘een goede ruimtelijke ordening’ of zoals onder de Omgevingswet ‘een goede fysieke leefomgeving’ ook het aspect geluid moet worden beoordeeld en worden afgewogen. Verder zou ik zeggen: wat zegt je gezond verstand? Probeer bij de toetsing niet alleen naar de formele regels te kijken, maar ook naar de praktijk! De rol van de gemeente is breder dan alleen vergunningen verlenen.

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie‘ is hèt woord dat de laatste tijd voorkomt in allerlei beleidsstukken en dat ook populair is bij gemeentebestuurders. Anticiperend op de Omgevingswet zijn er al gemeenten die voor de kleinste plannen participatie eisen. Een nieuw bijgebouw op een groot kwekerijterrein? Wat vinden de buren ervan? Dit soort participatie werkt alleen maar vertragend en wekt irritatie op bij initiatiefnemers. De afstanden zijn ruim en we hoeven ook niet voor alles toestemming te vragen van de buren toch? We slaan hier door.

Bestuurders die roepen dat het allemaal sneller moet! Ze voelen de druk om meer woningen te bouwen in kortere tijd. Aan de andere kant worden er ook allerlei vertragingen in planologische en bestuurlijke procedures gefietst die erg veel vertraging veroorzaken: gekmakende participatie!

Op zich is het goed om je buren vooraf te informeren over plannen die impact kunnen hebben op hun uitzicht of bijvoorbeeld tijdelijk overlast kunnen veroorzaken. Participatie betekent eigenlijk in praktische zin: communiceren. De meeste mensen vinden het niet prettig om uit de krant te vernemen dat hun buren gaan verbouwen. Vanuit dat oogpunt is het altijd goed om de buren vooraf mondeling te informeren. Gewoon vanuit goed fatsoen en hoe je zelf ook behandeld wilt worden. Dus mondeling en niet via email. Gemeente, ga het echter niet verplicht stellen en juridisch inkaderen. Dat groeit uit tot een papieren monster: gespreksverslag, reactie op gespreksverslag, processtuk, etc.

Bij grote plannen worden omwonenden nu ook al betrokken in het planproces. Vaak wel te laat. Het betreffende plan is vaak al in grote lijnen gereed en omwonenden mogen tijdens inloopavonden met gele stickers of via een app aangeven wat zij eventueel gewijzigd willen zien. Meestal gaat dit om kleine wijzigingen en voelen mensen zich niet serieus genomen. De meeste aanwezigen op een informatie- of inloopavond zijn vaak erg wantrouwend jegens de gemeente. Wil je mensen echt betrekken bij de planvorming neem ze dan in een zo vroeg stadium mee, anders heeft het weinig zin. Dat laatste wil trouwens ook niet zeggen dat het dan beter gaan verlopen. Er zullen altijd mensen zijn die tegen zijn: de meeste mensen houden namelijk niet van verandering in hun woonomgeving.

Bij kleinere plannen kan het verplichte participeren veel irritatie oproepen. Zonder na te denken of het plan effecten heeft voor de buren wordt door de gemeente participatie verplicht gesteld. Dit kan tot vreselijke situaties leiden. Buren die elkaar al jaren niet kunnen luchten of zien en die om die reden de plannen van de buren gaan dwarsbomen. Ik heb al hele treurige situaties meegemaakt tot aan bewaking toe bij hoorzittingen. Vaak om drogredenen (jaloezie) worden plannen bewust vertraagd door buren en doen ze er vanuit hun frustratie alles aan het plan te dwarsbomen. Het komt helaas heel vaak voor.

Met participatie wordt die mensen een extra platform gegeven om hun frustraties te uiten. Wat levert dit uiteindelijk op? Meestal alleen maar vertraging in het bouwproces!

Inwerkingtreding Omgevingswet update

Inwerkingtreding Omgevingswet update

In de media was de afgelopen dagen volop te lezen dat de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet en het bijbehorende DSO-LV per 1 januari 2021 in gevaar is. Er worden in het artikel allerlei doemscenario’s in beeld gebracht. Uiteraard zal een ingrijpende wetgevingsoperatie niet vlekkeloos verlopen en zullen er fouten worden gemaakt. De minster maakt per brief van 29 november 2019 duidelijk dat aan de beoogde datum van inwerkingtreding vast wordt gehouden, met dien verstande dat er gekozen is voor een extra tussenstap: per 1 juli 2020 zal worden bepaald of de beoogde datum van inwerkingtreding alsnog haalbaar is.

DSO-LV voortgang

DSO-LV voortgang

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet moet ervoor zorgen dat per 1 januari 2021 alle informatie over de leefomgeving op één plek is te vinden: in het Omgevingsloket. Dit stelsel bestaat uit informatie van overheden, zoals gemeenten. Via het DSO-LV worden straks alle omgevingswetbesluiten, toepasbare regels en vergunningaanvragen uitgewisseld met het Omgevingsloket.

Bij brief van 19 november 2019 informeert de minister de Eerste kamer over de voortgang van het DSO-LV. Samenvattend is te lezen dat per 1 oktober 2019 circa 75% van de eisen van het basisniveau is gerealiseerd. De verwachting is dat aan het einde van dit jaar circa 83% is gerealiseerd. Lees meer in voornoemde brief.

Planning Omgevingswet november 2019

Planning Omgevingswet november 2019

Vooralsnog wordt er vastgehouden aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021.

De leden van de vaste commissie voor IWO geven bij brief van 15 november 2019 echter aan dat zij geen reden zien om nog langer vast te houden aan de oorspronkelijke parlementaire behandeling. Ze hebben met name aarzeling ten aanzien van het nog dit jaar (2019) plenair afhandelen van één of meer onderdelen van de stelselherziening. Ze wachten onder meer nog op nieuwe informatie tijdens de technische brieving van het DSO-LV op 26 november a.s.

Op 3 december a.s. laten zij de minister weten of ze vasthouden aan de eerder aangegeven planning of dat ze meer tijd nodig hebben. Met name het DSO-LV is een beoogd knelpunt voor de inwerkingtreding.

Lees meer in de brief van 15 november 2019.

Procedure omgevingsplan

Procedure omgevingsplanprocedure omgevingsplan

Aanleiding

De redenen voor een omgevingsplan kunnen zijn:

  • Extern verzoek om wijziging van het omgevingsplan door initiatiefnemer van (bouw)plan (‘partiële wijziging omgevingsplan’.
  • Overeenstemming brengen omgevingsplan vanwege buitenplanse omgevingsplanactiviteit (opa), waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
  • Wijziging omgevingsplan voor (groot) gebied in gemeente vanwege actualisatie.
  • Wijziging omgevingsplan voor gehele grondgebied van de gemeente vanwege wijzigen regels over een specifiek onderwerp.

Partiële wijziging omgevingsplan (thans: ‘postzegelplan’)

Conceptfase en participatie – Al in een vroeg stadium dienen initatiefnemers de omgeving te betrekken in de planvorming via participatie. Het proces is afhankelijk van impact van het plan op de buurt of omgeving, beleid van de gemeente hierover, etc. Er hoeft nog geen concept wijziging van het omgevingsplan gereed te zijn. Er kan bijvoorbeeld met een schets van het plan de wijk in worden gegaan. Vroegtijdig informeren van buurtbewoners of ondernemers kan draagvlak creëren.

Er kan ook gekozen worden om te wachten tot het concept van het omgevingsplan gereed is en hiermee de buurt in te gaan. Ingevolge artikel 10.2, eerste lid Ob dient de raad aan te geven hoe burgers en bedrijven bij de voorbereiding worden betrokken.

De ingekomen reacties van het participatietraject kunnen aanleiding geven om het concept aan te passen (of wellicht niet door te laten gaan). Vanuit de gemeente wordt een actieve houding verwacht om participanten op de hoogte te houden en/of in te lichten over de stand van zaken.

Afhankelijk van het proces (weerstand of problematie) kan het raadzaam zijn de volgende fase van het voorontwerp te kiezen. In deze fase kan dan ook weer een vorm van participatie worden gekozen. Bijvoorbeeld om ook inspraak te verlenen op het voorontwerp.

Ontwerpfase omgevingsplan

Op de voorbereiding van het ontwerp omgevingsplan is afdeling 3.4 Awb van toepassing. Zie artikel 10.3a Ob. Tegen het ontwerp omgevingsplan kan door eenieder zienswijzen worden ingediend gedurende 6 weken. Zie artikel 16.23 lid 1 Ob. De zienswijzen kunnen worden worden opgenomen in een Nota van Zienswijzen.

Vaststellingsfase omgevingsplan

Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de raad.

Terinzagelegging vastgesteld omgevingsplan

Op grond van artikel 16.77a Ow wordt een omgevingsplan niet eerder terinzage gelegd dan nadat 2 weken zijn verstreken sinds de dag waarop het omgevingsplan is vastgesteld. De uitzonderingen op deze regel staan in het tweede lid van voornoemd artikel.

Inwerkingtreding Omgevingsplan

Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd, tenzij in het omgevingsplan een later tijdstip is bepaald. Zie artikel 16.78 Ow.

Beroepsfase

Tegen een vastgesteld omgevingsplan staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.