Blog

Inwerkingtreding Omgevingswet update

Inwerkingtreding Omgevingswet update

In de media was de afgelopen dagen volop te lezen dat de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet en het bijbehorende DSO-LV per 1 januari 2021 in gevaar is. Er worden in het artikel allerlei doemscenario’s in beeld gebracht. Uiteraard zal een ingrijpende wetgevingsoperatie niet vlekkeloos verlopen en zullen er fouten worden gemaakt. De minster maakt per brief van 29 november 2019 duidelijk dat aan de beoogde datum van inwerkingtreding vast wordt gehouden, met dien verstande dat er gekozen is voor een extra tussenstap: per 1 juli 2020 zal worden bepaald of de beoogde datum van inwerkingtreding alsnog haalbaar is.

DSO-LV voortgang

DSO-LV voortgang

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet moet ervoor zorgen dat per 1 januari 2021 alle informatie over de leefomgeving op één plek is te vinden: in het Omgevingsloket. Dit stelsel bestaat uit informatie van overheden, zoals gemeenten. Via het DSO-LV worden straks alle omgevingswetbesluiten, toepasbare regels en vergunningaanvragen uitgewisseld met het Omgevingsloket.

Bij brief van 19 november 2019 informeert de minister de Eerste kamer over de voortgang van het DSO-LV. Samenvattend is te lezen dat per 1 oktober 2019 circa 75% van de eisen van het basisniveau is gerealiseerd. De verwachting is dat aan het einde van dit jaar circa 83% is gerealiseerd. Lees meer in voornoemde brief.

Planning Omgevingswet november 2019

Planning Omgevingswet november 2019

Vooralsnog wordt er vastgehouden aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021.

De leden van de vaste commissie voor IWO geven bij brief van 15 november 2019 echter aan dat zij geen reden zien om nog langer vast te houden aan de oorspronkelijke parlementaire behandeling. Ze hebben met name aarzeling ten aanzien van het nog dit jaar (2019) plenair afhandelen van één of meer onderdelen van de stelselherziening. Ze wachten onder meer nog op nieuwe informatie tijdens de technische brieving van het DSO-LV op 26 november a.s.

Op 3 december a.s. laten zij de minister weten of ze vasthouden aan de eerder aangegeven planning of dat ze meer tijd nodig hebben. Met name het DSO-LV is een beoogd knelpunt voor de inwerkingtreding.

Lees meer in de brief van 15 november 2019.

Procedure omgevingsplan

Procedure omgevingsplanprocedure omgevingsplan

Aanleiding

De redenen voor een omgevingsplan kunnen zijn:

  • Extern verzoek om wijziging van het omgevingsplan door initiatiefnemer van (bouw)plan (‘partiële wijziging omgevingsplan’.
  • Overeenstemming brengen omgevingsplan vanwege buitenplanse omgevingsplanactiviteit (opa), waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
  • Wijziging omgevingsplan voor (groot) gebied in gemeente vanwege actualisatie.
  • Wijziging omgevingsplan voor gehele grondgebied van de gemeente vanwege wijzigen regels over een specifiek onderwerp.

Partiële wijziging omgevingsplan (thans: ‘postzegelplan’)

Conceptfase en participatie – Al in een vroeg stadium dienen initatiefnemers de omgeving te betrekken in de planvorming via participatie. Het proces is afhankelijk van impact van het plan op de buurt of omgeving, beleid van de gemeente hierover, etc. Er hoeft nog geen concept wijziging van het omgevingsplan gereed te zijn. Er kan bijvoorbeeld met een schets van het plan de wijk in worden gegaan. Vroegtijdig informeren van buurtbewoners of ondernemers kan draagvlak creëren.

Er kan ook gekozen worden om te wachten tot het concept van het omgevingsplan gereed is en hiermee de buurt in te gaan. Ingevolge artikel 10.2, eerste lid Ob dient de raad aan te geven hoe burgers en bedrijven bij de voorbereiding worden betrokken.

De ingekomen reacties van het participatietraject kunnen aanleiding geven om het concept aan te passen (of wellicht niet door te laten gaan). Vanuit de gemeente wordt een actieve houding verwacht om participanten op de hoogte te houden en/of in te lichten over de stand van zaken.

Afhankelijk van het proces (weerstand of problematie) kan het raadzaam zijn de volgende fase van het voorontwerp te kiezen. In deze fase kan dan ook weer een vorm van participatie worden gekozen. Bijvoorbeeld om ook inspraak te verlenen op het voorontwerp.

Ontwerpfase omgevingsplan

Op de voorbereiding van het ontwerp omgevingsplan is afdeling 3.4 Awb van toepassing. Zie artikel 10.3a Ob. Tegen het ontwerp omgevingsplan kan door eenieder zienswijzen worden ingediend gedurende 6 weken. Zie artikel 16.23 lid 1 Ob. De zienswijzen kunnen worden worden opgenomen in een Nota van Zienswijzen.

Vaststellingsfase omgevingsplan

Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de raad.

Terinzagelegging vastgesteld omgevingsplan

Op grond van artikel 16.77a Ow wordt een omgevingsplan niet eerder terinzage gelegd dan nadat 2 weken zijn verstreken sinds de dag waarop het omgevingsplan is vastgesteld. De uitzonderingen op deze regel staan in het tweede lid van voornoemd artikel.

Inwerkingtreding Omgevingsplan

Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd, tenzij in het omgevingsplan een later tijdstip is bepaald. Zie artikel 16.78 Ow.

Beroepsfase

Tegen een vastgesteld omgevingsplan staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Omgevingswet per 2021 handige checklist

Omgevingswet per 2021 handige checklist voor gemeenten

De beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet is (nog steeds) 1 januari 2021. Voor gemeenten vergt dat een behoorlijke voorbereiding. Wanneer begin je als organisatie, hoe richt je de betreffende afdelingen in, etc. Er komt heel veel af op gemeenten. Hopelijk krijgen ze hier ook voldoende budget voor.

Vanuit het ministerie is een handige checklist verschenen voor overheden. Wat dient er op voornoemde datum klaar te zijn? Zie 27062019 checklist gemeente.

27 juni 2019

Staalkaart bedrijfsmatige activiteiten stappenplan

Staalkaart bedrijfsmatige activiteiten stappenplan is nu al toe te passen

Om alvast praktijkervaring op te doen met het Omgevingsplan wordt geadviseerd om voortaan voor de onderbouwing van milieuzonering gebruik te maken van het stappenplan, zoals aangegeven in de Staalkaart bedrijfsmatige activiteiten (stap 1 t/m 6). Aan de hand van deze stappen kan een onderbouwing worden gemaakt voor de toelichting van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Het stappenplan is opgenomen op p. 24 van de Staalkaart bedrijfsmatige activiteiten. Hierbij het stappenplan in het kort (vrij vertaald):

  1. Wat is de gebiedsfunctie? De staalkaart noemt 3 gebiedsfuncties: bedrijventerrein of ander werkgebied, woongebied en gemengd gebied.
  2. Wil de gemeente bedrijfsmatige activiteiten in het gebied toestaan? Zo ja welke?
  3. Inventariseer de bestaande omgevingsbelasting in het gebied als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten.
    De omgevingsbelasting heeft onder meer betrekking op geluid, geur, trillingen en externe veiligheid. De staalkaart noemt de volgende kwaliteitsniveaus: goede kwaliteit, standaardkwaliteit en basiskwaliteit.
  4. Welke ambitie heeft de gemeente over de gewenste omgevingskwaliteit door bedrijfsmatige activiteiten in het gebied?
    Bijv. de acceptatie van een hogere omgevingsbelasting vanwege de aanwezigheid van enkele bedrijven of juist het streven naar een lage omgevingsbelasting omdat de gezondheid van bewoners hier prioriteit heeft? Welke rol wil de gemeente hierin hebben? Sturend of juist consoliderend?
  5. Welke ontwikkelambities heeft de gemeente in het gebied en het naastgelegen gebied?
  6. Welke wettelijke kaders zijn er?
  7. Toedeling van functies en activiteiten aan locaties
  8. Toedeling van regels aan activiteiten.

Besef dat dit stappenplan geen blauwdruk is. De praktijk moet uitwijzen of het stappenplan voldoet of er dat er wellicht andere stappen nodig zijn. Oefen vooral!

Wilt u ondersteund worden bij een onderbouwing inzake milieuzonering aan de hand van dit stappenplan of advies over dit onderwerp?

Bel 010 – 268 0689 voor meer informatie.

Omgevingsplanactiviteit voor bouwen

Omgevingsplanactiviteit voor bouwen: de gemeente is aan zet!

Eén van de meest ingrijpende wijzigingen voor de dagelijkse praktijk is dat gemeenten zelf gaan bepalen of er al dan niet een vergunning nodig is voor het bouwen van een bouwwerk. In het omgevingsplan kan er een vergunningplicht worden opgenomen. Volgens de Invoeringswet Omgevingswet (MvT p. 64) is hierbij de gemeente aan zet!

De vergunningplicht voor bouwwerken wordt niet meer op centraal landelijk niveau geregeld, maar op decentraal (gemeentelijk) niveau in het omgevingsplan. Dit betreft een omgevingsplanactiviteit. omgevingsplanactiviteit bouwen

Naast een vergunning voor het bouwen kan er ook een vergunning nodig zijn voor de staat waar het bouwwerk aan moet voldoen.

Persoonlijk vind ik dat er veel te veel op het bordje van de gemeente wordt neergelegd. Naast de grote hoeveelheid werk acht ik het ook niet juist dat de wetgever een dergelijke grote verantwoordelijkheid bij het lokale bestuur neerlegt. De praktijk is namelijk dat de meeste gemeenten een ernstig capaciteitstekort hebben aan personeel – er is de laatste jaren fors bezuinigd op afdelingen die zich met ruimtelijke ordening en vergunningen bezighouden – en vanwege mede het kennistekort dit uitbesteed zal gaan worden aan adviesbureaus. Hoewel ik zelf als adviseur graag gemeenten ondersteun, kan het m.i. niet de bedoeling zijn dat in feite adviesbureaus gaan bepalen welke bouwwerken er al dan niet vergunningplichtig zijn of worden. De meeste kennis ligt namelijk niet meer bij gemeenten. Vrijwel alles wordt uitbesteed aan adviesbureaus. Ik vind dit een zorgwekkende ontwikkeling. Een goed functionerende maatschappij heeft ook een sterke overheid (lees: gemeente) nodig en geen ja-knikkers.

Omgevingsplanactiviteit: wat is het?

Omgevingsplanactiviteit

De Invoeringswet Omgevingswet (34 986, no. 3, MvT) heeft gezorgd voor een wijziging van de term ‘afwijkingsactiviteit’ naar de term ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’. Met deze laatste term worden alle vergunningplichtige activiteiten die verband houden met het omgevingsplan met samenhangende termen aangeduid.

Alle vergunningplichtige activiteiten die verband houden met het omgevingsplan worden aangeduid met de term ‘omgevingsplanactiviteit’. Artikel 1.1 van de Omgevingswet luidt:

  • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
  • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of;
  • een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

De buitenplanse omgevingsactiviteit wordt als volgt omschreven:

  • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
  • een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Volgens de MvT bij de Invoeringswet gaan er voor de buitenplanse omgevingsactiviteiten aanvullende regels gelden. Zo zal de gemeenteraad ten aanzien van deze buitenplanse omgevingsactiviteiten de mogelijkheid krijgen gevallen aan te wijzen waarin het een adviesbevoegdheid heeft en kunnen Gedeputeerde Staten gevallen aanwijzen waarvoor het een advies- en instemmingsbevoegdheid heeft. Lees meer op p. 56-58 van de MvT van de Invoeringswet Omgevingswet.

Omgevingsplan en regels milieubescherming

Omgevingsplan en regels milieubescherming

Het omgevingsplan gaat over de fysieke leefomgeving, zoals over de aspecten bodem, water, lucht, geluid, geur en externe veiligheid. Wellicht zijn er nog meer aspecten die kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan. De buitengrens wordt bepaald door de afbakening met andere wetgeving waarin een bepaald onderwerp uitputtend wordt geregeld. Het komt er dus op neer dat er veel kan worden geregeld in het omgevingsplan zolang het maar onder de paraplu valt van de fysieke leefomgeving.

Uit het oogpunt van milieubescherming zijn de belangrijkste typen regels van het omgevingsplan:

  • Omgevingswaarde: legt een doelstelling vast voor de fysieke leefomgeving. De omgevingswaarde vervangt de bestaande milieukwaliteitseisen, zoals die nu bekend staan van de Wet milieubeheer. De omgevingswaarde is primair gericht tot het vaststellende orgaan. Dat betekent dat een omgevingswaarde geen rechtstreeks werkende normen voor anderen bevat.
  • Regels over functies en locaties. Dit is vergelijkbaar met het huidige bestemmingsplan waar bestemmingen en regels zijn opgenomen. Het heeft wel een breder oogmerk dan in het bestemmingsplan. De Omgevingswet geeft bijv. aan dat in ieder geval rekening moet worden gehouden met de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1, lid 4 Ow). Er kunnen bijv. regels worden opgenomen over de aanvaardbare geluidskwaliteit in een gebied.
  • Meldingen en vergunningen. Er kan in het omgevingsplan een meldingsvereiste worden opgenomen (artikel 4.4 Ow). Zonder voorgaande melding is het dan niet toegestaan om de betrokken activiteit te verrichten. Het omgevingsplan kan ook dienen als toetsingskader voor diverse omgevingsvergunningen.
  • Programma’s. In het omgevingsplan kunnen programma’s worden aangewezen met een programmatische aanpak, zoals het NSL.

 

Nationale Omgevingsvisie – reactie advies Verbindend landschap

Nationale Omgevingsvisie – reactie op advies Verbindend landschap

Het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) heeft als centrale vraag: “Hoe moet de zorg voor de kwaliteit van het Nederlandse landschap geborgd worden nu er een grote dynamiek in dat landschap verwacht wordt als gevolg van veranderingen in ruimtelijke functies?”

Nederland staat aan de vooravond van grote transities. De combinatie van ingrijpende ruimtelijke veranderingen en voor terugtredende overheid brengt volgens de raad risico’s met zich mee voor de kwaliteit van het landschap. De hoofdaanbeveling van de raad is om landschap centraal te stellen bij de ruimtelijke vormgeving van duurzaamheidstransities en de samenleving van deze transities én met de kwaliteit van het landschap te verbinden. De raad adviseert alle partijen om bij ruimtelijke ingrepen:

  • de duurzaamheidstransities te benutten om waardevol landschap te creëren;
  • de betekenis en de waarden van het landschap in een open gesprek met bewoners en gebruikers te verkennen;
  • gebruik te maken van een ontwerpende benadering bij de ruimtelijke vertaling van transitieopgaven.

Lees meer in de brief van 16 april 2018.