Blog

Omgevingsplan maken – hoe begin je?

Omgevingsplan maken – hoe begin je als je geen tijd hebt? omgevingsplan maken

Alle begin is moeilijk! Je ziet er tegenop en weet niet goed waar te beginnen, dus laat je het nog maar even liggen. Die cursus komt later wel. Herken je dat? Is helemaal niet vreemd. Zie de Omgevingswet als een containerschip. Het project is immens en lijkt op een containerschip dat onderweg is. Lastig bij te sturen maar het komt op de plek van bestemming. Of dat 1 juli 2022 is weten we niet, maar uiteindelijk komt het schip aan en moet je er klaar voor zijn.

Het valt niet mee om alle ontwikkelingen bij te houden en je krijgt al snel het gevoel achter te lopen. Ook dat is voor iedereen herkenbaar, al zullen sommigen zeggen dat dat niet zo is. Dat is ongeloofwaardig. Er zijn inmiddels zoveel handreikingen in omloop dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Wat ons is opgevallen dat deze handreikingen niet goed zijn toe te passen in de praktijk. Daarvoor zijn ze veel te algemeen. Het is dus belangrijk zelf te beginnen en gewoon te starten met lezen. Hoe? Dat lees je hieronder.

Omgevingsplan – een start maken 

  • Verordeningenscan uitvoeren – Het gemeentelijk omgevingsplan bestaat vanaf 1 juli 2022 uit een tijdelijk deel. Dit tijdelijke deel bestaat uit bestaande regelgeving en vormt een overgangsrecht. Het zorgt er eigenlijk voor dat er vanaf de inwerkingsdatum van de Omgevingswet in juridische zin een omgevingsplan ligt. Voor het nieuwe deel, een op de gemeente afgestemd omgevingsplan, zul je aan de slag moeten. Begin daar mee en wacht niet af!

Fase van scannen – Deze fase kost veel tijd maar levert ook veel bruikbare informatie op! Begin met het doornemen van alle geldende gemeentelijke verordeningen. Welke artikelen hebben een link met de fysieke leefomgeving? Doe dit eerst grofmazig. Verfijning komt in de volgende fase. In verband met de wens tot deregulering is het ook handig om te vragen aan de gemeentelijke vergunningverleners welke artikelen ze gebruiken en welke niet. Wij hebben dat voor ons project voor een gemeente gedaan en dat is heel goed bevallen. Je krijgt veel bruikbare informatie en levert leuke gesprekken op.

Praktische tips voor de gemeente (samengevat):

  • scan alle geldende gemeentelijke verordeningen op ‘fysieke leefomgeving’ grofmazig
  • zet de artikelen in een overzicht
  • ga met de vergunningverleners om tafel en bespreek welke artikelen ze gebruiken en welke niet
  • welke artikelen neem je over in het omgevingsplan
  • neem de geselecteerde artikelen nogmaals door en verfijn

Tijd te kort voor het omgevingsplan? Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie. We helpen je graag op weg en ontlasten de gemeente.

 

DSO kost veel meer tijd en geld dan voorzien

DSO kost veel meer tijd en geld dan voorzien

Dit concludeert minister Ollongren in haar brief van 30 september jl. Voor degenen die bezig zijn met de voorbereidingen en implementatie van het omgevingsplan is dit geen verrassing. De programmaorganisatie moet langer functioneren, de bestaande systemen worden langer in de lucht gehouden, inhuur van mensen, ontwikkeling en afbouw van het DSO, enzovoorts. Er worden nieuwe potjes met miljoenen opengetrokken. Het is een zeer complex en groot proces waar heel veel mensen aan werken. Het is ook lastig in te schatten hoe lang en hoe voortvarend zoiets gaat verlopen. Het zal me dan ook niet verbazen dat de inwerkingtreding nog eens met een half jaar wordt uitgesteld, al zal dat voorlopig niet door het ministerie worden gecommunieerd.

Participatie in gemeente is alleen voor de bühne

Participatie in gemeente is alleen voor de bühne!participatie omgevingswet

Participatie gaat een nog grotere rol spelen als de Omgevingswet in werking treedt. Het klinkt erg goed: bewoners en maatschappelijke organisaties mee laten praten over ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Wie is daar nu op tegen? Sterker nog: het kan ook veel opleveren, mits het goed wordt aangepakt. Dat is niet eenvoudig.

Voor het omgevingsplan is artikel 10.2 Omgevingsbesluit relevant. Daarin staat aangegeven dat bij de kennisgeving om een omgevingsplan vast te stellen moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Hoe een bestuursorgaan dat gaat invullen staat vrij. Dat zal ook verschillen per project. Hoe groter de impact voor bijvoorbeeld bewoners hoe beter (en fatsoenlijker) het is om ze te betrekken bij het project. Een groot gedeelte van participatie is psychologie en tactiek. Niemand vindt het prettig om als verrassing uit de krant te vernemen dat er woningen worden gebouwd. Actief participeren houdt ook in om mensen proactief te informeren. Dat is niet alleen uit tactisch oogpunt handig, maar ook een kwestie van goed fatsoen.

Toch zijn bewoners en ondernemers vaak teleurgesteld na afloop. Hoewel de gemeente niet iedereen tevreden kan stellen, zijn denk ik de volgende aspecten belangrijk:

  • behandel mensen niet als kleuters: medewerkers van de afdeling Communicatie van gemeenten gebruiken vaak kinderachtige taal in teksten, bang als ze zijn dat bewoners het niet begrijpen. Als je mensen als kleuters toespreekt en behandelt, gaan ze zich ook als kleuters gedragen;
  • neem mensen serieus: veel geld uitgeven aan (online) spelletjes tijdens een inloopavond en er vervolgens niets mee doen is niet alleen fnuikend voor het vertrouwen van mensen in de gemeente, maar ook zonde van het geld en de tijd van mensen;
  • ga het gesprek aan: offline gesprekken met mensen tijdens inloopsessies leveren heel veel informatie op: gezeur, frustraties uit het verleden, maar ook goede ideeën. Oprecht luisteren en contact maken leveren veel krediet op.
  • spreek de zaal niet toe achter een tafel: deze opstelling – de gemeente die de zaal toespreekt en de bewoners die moeten luisteren – levert weerstand en tegenstelling op. De armen gaan over elkaar en de woedeuitbarstingen gaan komen.
  • leg uit waarom de gemeente een andere beslissing neemt: nodig bewoners weer uit en leg uit waarom iets wel of niet wordt meegenomen. Dit kost veel tijd, maar levert ook wat op: de gemeente toont menselijkheid en respect en er ontstaat meer begrip.
  • wees gastvrij: slechte en lauwe koffie in plastic bekertjes zeggen veel. Door iets goeds te geven, krijg je ook iets goeds terug: waarom geen lekkere hapjes van lokale cateraars?  Dat hoeft echt niet uitgebreid of veel te kosten. Het geeft wel gastvrijheid aan.
  • geef fouten toe: iedereen maakt fouten, ook gemeentelijke medewerkers en wethouders. Het gaat erom hoe je de fouten herstelt en hoe je ermee omgaat.
  • verschuil je niet achter juridische terminologie en jurisprudentie: er zijn altijd mogelijkheden. Het vraagt lef en menselijkheid om idioot knellende regels te doorbreken. Gezond verstand kan veel opleveren.
  • geef grenzen aan: door duidelijk vooraf te communiceren wat de spelregels zijn en wat er met inspraak wordt gedaan doet de gemeente aan verwachtingenmanagement.

In tijden van toenemende digitalisering en afstand is er ook in toenemende mate behoefte aan menselijk contact en oprechte interesse. Een goed gesprek met bewoners, ook al ben je het niet met hen eens, kan een leuke en leerzame avond opleveren, voor beide kanten. De boosheid is niet tegen je persoonlijk gericht, maar ‘tegen de gemeente’. Het kan lastig zijn, maar het vanuit die kant te bekijken haalt ook bij jezelf angst en boosheid weg.

Het is jammer dat participatie vaak gebruikt wordt voor de politieke bühne: ‘we hebben ze mee laten praten, maar ze willen niet’, ‘er komt nooit wat zinnigs uit’, ‘het project moet doorgaan’. Voor de vorm participeren levert alleen maar chagrijn en weerstand op. Onlangs kwam ik een uitspraak van de Raad van State van 8 september 2021 over participatie bij zonnevelden zinsnedes tegen die in hevige mate afbreuk doen aan het vertrouwen van burgers in de gemeente:

Nog daargelaten of in dit geval sprake is van het ontbreken van draagvlak, kan uit de vermelding van het raadsbesluit (…) dat de gemeente te allen tijde duurzame energieprojecten faciliteert als daarvoor voldoende draagvlak bestaat, niet omgekeerd kan worden afgeleid dat indien van dat draagvlak niet is gebleken, nooit planologische medewerking zal worden verleend.”

Vraag je als gemeentelijk medewerker af: wil je zelf zo behandeld worden of dit tegengeworpen krijgen?

Laat handreikingen over Omgevingswet eens links liggen!

Laat handreikingen over de Omgevingswet eens links liggen!

omgevingswet
De Omgevingswet uitgeprint….

Informatie overload Omgevingswet werkt uitstelgedrag door gemeenten in de hand

Ken je dat gevoel? Overvoerd raken door te veel informatie? Wij wel! Je zoekt iets op Google en krijgt zoveel hits, dat je niet meer weet welke website bruikbaar is of niet. Dit is ook zo bij de Omgevingswet. Er zijn ongelofelijk veel gratis handreikingen en routes in omloop. Nu we voor een gemeente aan het werk om een basisset regels te maken voor het omgevingsplan, komen we er achter dat veel van deze handreikingen niet of nauwelijks bruikbaar zijn. Ze zijn te algemeen en de opstellers durven zich niet uit te spreken. Het blijft hangen op een algemeen niveau waar je als inhoudelijke medewerker van een adviesbureau of gemeente weinig aan hebt. Aan de opsteller merk je dat hij/zij geen ervaring heeft met de gemeentelijke prakijk of adviespraktijk van een stedenbouwkundig bureau. De zinnen ‘aan de slag‘ of ‘begin op tijd‘ komen wel erg vaak voor. Het concrete blijft achterwege.

Als je de handreikingen links laat liggen moet je zelf aan de bak. Je leest toelichtingen, raakt overvoert door de hoeveelheid informatie en legt het even weg. De volgende dag ga je weer verder. Een omgevingsplan maken of een set basisregels voor de gemeente is als een reis. Veel onderweg, soms een doodlopend steegje in, teruglopen, omlopen, gefrustreerd raken, opgelucht zijn en dan weer een versnelling. De grote hoeveelheid informatie kan ook verlammend werken, het werkt vaak uitstelgedrag in de hand, ‘volgende week begin ik‘. Of, ‘we zijn te druk‘, ‘we besteden alles maar uit, want we hebben als afdeling geen tijd naast ons reguliere werk.’ Ik denk dat het niet goed is om als gemeente vrijwel alles uit te besteden. Je kennisniveau gaat achteruit en je bent als ambtenaar alleen nog maar bezig om bureaus aan te sturen. Je hoeft echt niet alles alleen te doen: maar besef wel dat je werk een stuk leuker wordt als je ook inhoudelijk meedoet met het bureau dat is ingehuurd! Samen kom je tot nieuwe inzichten en een beter plan of basisset regels.

Tip: laat de handreikingen eens links ligggen en begin! Start met het lezen van toelichtingen. Saai? Soms, maar je doorziet de achtergronden beter van de Omgevingswet en leert langzaam het systeem kennen. Dat gaat stapje-voor-stapje. Elke dag leer je. Schrijf kort en samengevat op wat je hebt gelezen. Gewoon laagdrempelig op een A4-tje. Dat uurtje lezen blokkeer je in je agenda. Op deze manier raakt je niet overvoerd met informatie, doe je mee en doe je kennis op van de Omgevingswet.

Weten hoe? Bel 010 – 307 2273 of mail naar contact@omgevingsplanonline.nl

Samen naar praktisch werkende regels voor het omgevingsplan!

Praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving downloaden

Praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving

Handig voor de bouw- en gemeentelijke praktijk! Het praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is in opdracht van het Ministerie van BZK geschreven. Met name vanaf p. 43 staat praktisch beschreven wat een omgevingsplanactiviteit is, wanneer er een vergunning nodig is, proceduretijden, voorbeelden, etc. De moeite waard om door te lezen.

Kritieke pad planning Omgevingswet

Kritieke pad route Omgevingswet

De Omgevingswet uitgeprint….

De planning die naar buiten toe gecommuniceerd wordt door de Minister – die kamervragen beantwoordt bij brief van 10 september 2021 – is nog steeds dat op 1 juli 2022 de Omgevingswet (Ow) in werking treedt. Of dat ook realistisch is? Opvallend is wel dat er ‘een kritieke pad route‘ wordt ingevoerd. Deze planning is aan de hand van 5 criteria opgebouwd. Het is een alternatieve route voor gemeenten die niet op tijd klaar zijn voor aansluiting op het DSO-LV. Volgens haar is afgesproken dat deze alternatieve route in juridisch opzicht per 1 januari 2022 kan ingaan.

Daarnaast wordt ingegaan op het feit dat er volgend jaar nieuwe gemeenteraden moeten worden ingewerkt als gevolg van nieuwe verkiezingen. In voornoemde brief wordt een brief van de VNG aangehaald waarin staat wat ‘oude’ gemeenteraden nog moeten doen om de route van de gemeente richting Ow wat soepeler te laten verlopen:

  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad adviesrecht heeft;
  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;
  • Verordening nadeelcompensatie;
  • instellen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit;
  • Delegatiebesluit om college te delegeren om het omgevingsplan te kunnen wijzigen;
  • aanpassen Legesverordening.

Uitwisseling van bestanden van verschillende software leveranciers niet mogelijk – Op p. 23 van de brief van de Minister wordt gemeld ‘inclusief de mogelijkheid om omgevingsplannen uit te kunnen wisselen’. Er staat ‘dat er goede afspraken zijn gemaakt met de leveranciers en het Leveranciersmanagement van de VNG’. Volgens mij is dat nog steeds niet het geval. Ja, er zal ongetwijfeld lang over gepraat zijn en vergaderd worden. Maar de individuele software systemen zijn nog niet eens af, laat staan dat er uitwisseling mogelijk is. Dit is heel lastig voor stedenbouwkundige bureaus en anderen die omgevingsplannen gaan maken voor allerlei gemeenten. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit nog steeds niet is ontwikkeld. Bijna geen enkele gemeente maakt onder de Wro bestemmingsplannen. Dat is allemaal uitbesteed. Dit gaat ook niet gebeuren met omgevingsplannen onder de Ow. Omdat er geen standaard is, zoals een SVBP2012, ontwikkeld ieder softwarebedrijf zijn eigen systeem. Er is een groot gebrek aan kennis van de praktijk, vooral bij het ministerie en de VNG. Zoiets belangrijks is heel lang over het hoofd gezien omdat men denkt dat gemeenten omgevingsplannen gaan maken.

Invoering Omgevingswet 5 minimale criteria

Invoering Omgevingswet 5 minimale criteriainvoering omgevingswet

De beoogde inwerkingsdatum van het stelsel van de Omgevingswet is 1 juli 2022. Het is een grote klus voor alle betrokken partijen, met name voor bevoegde gezagen, zoals gemeenten, en softwareleveranciers. Omdat niet alles haalbaar is zijn er 5 minimale criteria ontwikkeld voor de betrokken overheden die wel gereed moeten zijn:

  • Omgevingsvisie voor provincies en Rijk – Deze visie moet op 1 juli 2022 ontsloten zijn via het DSO
  • Omgevingsverordening van provincies
  • Provincies, waterschappen en Rijkspartijen kunnen werken met het projectbesluit – zie Bkl H.9
  • Gemeenten kunnen een omgevingsplan wijzigen – het gewijzigde deel moet voldoen aan de provinciale instructieregels en de instructieregels van het Bkl.
  • Vergunningen en meldingen ontvangen en behandelen

Meer uitleg over deze criteria van de Minister treft u hier aan. (bericht van 3 september 2021).

Omgevingswet Roadmap 2022 versie 1 augustus 2021

Omgevingswet Roadmap 2022

De planning is om het stelsel van de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking te laten treden. Of dat gehaald wordt is nog onzeker. Met name het onderdeel DSO is nog niet gereed voor gebruik, al worden er stapje voor stapje vorderingen gemaakt. Ik verwacht dat het nog wel een keer een half jaar wordt uitgesteld. Het is een enorme operatie met heel veel partijen, heel complex. Behalve het DSO is bijvoorbeeld ook het maken van een keuze voor gemeenten voor een softwaresysteem van een leverancier ingewikkeld. Dit moet vaak aanbesteed worden, met alle complexe gevolgen en vertragingen vandien. Dan hebben we het nog niet eens over de inhoud en gebruikersgemak van het te kiezen systeem. Ook dat is lastig. Het vraagt heel veel samenwerking en afstemming tussen verschillende afdelingen met elk een eigen visie, voorkeuren en inzichten. Dat is niet eenvoudig.

Volgens de update van de Roadmap 2022 is er vanaf 1 oktober a.s. de oefenruimte in het DSO gereed. Onlangs (augustus 2021) heb ik echter ‘in de wandelgangen’ vernomen dat dit niet gaat lukken vanaf die datum.

Blijkbaar wordt ook vanuit het ministerie verwacht dat dit laatste traject voor vertraging gaat zorgen. Niet elke gemeente zal gereed zijn op 1 juli 2022 met de basisvoorzieningen. Om die reden is het traject Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM)‘ opgetuigd. Als u als gemeente naar verwachting nog geen gebruik kan maken van het DSO dan is het handig om dit alvast te lezen. De TAM zijn een soort van vangnet voor projecten die per inwerkingsdatum van de Omgevingswet in elk geval door kunnen gaan. De maatregelen zijn min of meer een verlenging van het overgangsrecht en gelden maximaal 1 jaar.

De volgende tijdelijke maatregelen worden aangeboden:

  • omgevingsplan laten publiceren door een andere organisatie
  • tijdelijk gebruik maken van IMRO voor omgevingsplan
  • externe partij inhuren om het projectbesluit namens de gemeente op te stellen en te publiceren
  • lees meer…

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Ja, geef maar toe! Als jurist ben je een perfectionist. Je blijft maar slijpen aan punten en komma’s in teksten, formuleringen bijwerken, uitspraken erbij zoeken, enzovoorts. Eindeloos. Bang om fouten te maken en afgerekend te worden door klanten of nog erger: de Raad van State. Als je regels voor een omgevingsplan wil maken, bijvoorbeeld een basiscasco met regels moet vullen voor een omgevingsplan, begeef je je op glad ijs. Je bent aan het leren, aan het oefenen en je maakt fouten. Heel eng! Hoe ga je daar mee om? Ik geef als jurist toe dat het een langzaam proces is. Al enige jaren volg ik regelmatig modules bij bouwkunde en stedenbouwkundige opleidingen. Ik vind leren erg leuk en belangrijk. Je komt er ook achter dat je ook heel veel niet weet en dat dat helemaal niet erg is. Als je open staat voor kritiek – ook heel moeilijk – en meningen van anderen of nieuwe leerstof gaat opnemen, gaat de wereld er heel anders uitzien: je begeeft je op onbekend terrein en dat maakt onzeker. Maar het wordt ook veel leuker! Op deze manier ben ik twee jaar geleden ook begonnen met de reis van de Omgevingswet. omgevingsplan maken

De ontdekkingstocht van de Omgevingswet is een grote reis met veel onzekerheden. Dit geldt ook voor het maken van een omgevingsplan. Bijvoorbeeld bij het ontwerpen van regels en het vullen van een casco bij een omgevingsplan voor een gemeente. Alles staat op zijn kop: je neemt je ervaring uiteraard mee, maar de werkwijze van de Omgevingswet (Ow) en het DSO is anders dan je gewend bent. Ik zie de Ow als een groot ICT-project waar op den duur steeds minder mankracht voor nodig is. Vooral ‘old school’ juristen zijn gewend aan papier, pdf-jes en ruimtelijkeplannen.nl. Ook via dat laatste kunnen we alle regels van het betreffende bestemmingsplan zien (en controleren). Ook de herzieningen. Veel stedenbouwkundige bureaus werken ook in ruimtelijkeplannen.nl met pdfjes, vaak toelichtingen. Toelichtingen van bestemmingsplannen vinden juristen ook heel belangrijk: de kaartjes moeten perfect zijn, de regelafstand, titels van paragrafen, enzovoorts. Dat alles moet je nu loslaten! Ook voor juristen bij gemeenten is die rol erg wennen, gewend als ze zijn om plannen van stedenbouwkundige bureaus te controleren op vaak futiliteiten. Zelf iets maken is namelijk iets heel anders dan een ander beoordelen en aan de zijkant staan.

Het DSO is eigenlijk een grote ICT-bibliotheek waar van alles inhangt wat voor het menselijke oog niet zichtbaar is. Simpel gezegd: met het invullen van vragenbomen kan de initiatiefnemer straks op het scherm in één oogopslag zien wat voor de betreffende locatie geldt. Voor een jurist een grote blackbox. Hoe kun je meedoen als jurist? Door nu al op een laagdrempelige manier te oefenen met het maken van teksten voor regels voor een omgevingsplan. Begin voor jezelf met een klein gebiedje, pak een rol kalkpapier bij je stedenbouwkundige collega’s en trek een lijn om het betreffende gebied. Zo, het begin is er! Nu ga je allerlei vragen op een rijtje zetten: wat wil de gemeente op grote lijnen in dit gebied? Nieuwe ontwikkelingen of behoud van het huidige gebied? Wat voor gebied is het? Is er beleid voor dit gebied? Wat geven de geldende bestemmingsplannen aan? Zet dit in hoofdlijnen op papier.

Het hoeft niet perfect te zijn. Creativiteit en spelen staan voorop. Alles staat open! Gek? Helemaal niet, juristen zijn het alleen niet gewend, angst voor fouten. Pak het casco van de VNG erbij als basis. Hier kun je van alles aan veranderen: het is geen blauwdruk, maar een goede basis om als jurist mee te beginnen. Zijn er grote verschillen in het gebied? In welk opzicht? Vervolgens maak je verschillende regels en hang je die onder werkingsgebieden. Die werkingsgebieden teken je ook op papier en oefen. Gooi weg of ga ermee door. Door elke dag iets te doen, bij te schaven en fouten te maken op een laagdrempelige manier kom je erachter hoe leuk het is en ga je de onderliggende systematiek beter begrijpen. Ga niet alleen handreikingen lezen of MvT-en, maar ga ook tekenen. Een werkingsgebied teken je zo en je hangt er wat regels onder. Door in laagjes te werken en het kalkpapier over elkaar te leggen, kom je er achter hoe het in principe ook werkt in het DSO. Klinkt ongeloofwaardig of onprofessioneel? Ga het eens uitproberen, durf fouten te maken, laat je perfectionisme los en geniet en leer elke dag bij. Je werk wordt een stuk leuker!

postzegel omgevingsplan is mogelijk

Postzegel omgevingsplan en partiële herziening omgevingsplan is mogelijk onder de Omgevingswetpostzegel omgevingsplan

Vanuit het Rijk wordt gecommuniceerd dat er onder de werking van de Omgevingswet (Ow) één omgevingsplan is over de gehele gemeente. Op zich is dat juist, maar dat wil niet zeggen dat het omgevingsplan op onderdelen niet herzien kan worden. In de memorie van toelichting van de Ow op pagina 89 is daarover het volgende opgenomen:

(…) Integratie leidt niet tot verlies aan flexibiliteit. Om te voorkomen dat het omgevingsplan of de verordeningen een log en star instrument worden, kan de gemeente bijvoorbeeld per locatie verschillende regels vaststellen, net als bij het bestaande bestemmingsplan. Ook kan per regel het plangebied voor die regel worden bepaald. In de terminologie van het wetsvoorstel gaat het dan om het beperken van de werkingsfeer van een regel tot een locatie die met een geometrische plaatsbepaling is aangegeven. De volledige digitale opzet van het omgevingsplan, dat steeds in de actuele geconsolideerde versie te raadplegen is, maakt het heel eenvoudig om op deze manier regels op maat af te stemmen per locatie en uitsluitend voor die locatie te laten gelden. Het blijft dus hiermee mogelijk dat de gemeenteraad in één keer de regels wijzigt die in bepaald gebied van toepassing zijn. Een omgevingsplan kan dus partieel worden gewijzigd voor een deelgebied. Het is echter ook denkbaar dat een partiële herziening betrekking heeft op de regels die over een bepaald onderwerp voor het hele grondgebied van de gemeente zijn gesteld. (…)”. Lees meer in de kamerstukken (MvT) over de Ow (TK, 2013-2014, 33 962, nr. 3).

Neem de moeite in kamerstukken te kijken als u het niet goed weet. Het kost enige moeite en tijd, maar het is beter dan klakkeloos adviezen aan te nemen. Er zijn veel goedbedoelde handreikingen in omloop die van alles beweren zonder verwijzingen naar bronnen. Het zijn vaak meningen en copy paste teksten. Is dat erg? Meningen zijn niet erg, copy paste gedrag wel. Besef dat niemand nog met de Ow heeft gewerkt, het is voor iedereen nieuw! Dat geldt ook voor cursussen die worden aangeboden: ‘5 tips of manieren om….’, enzovoorts. Ook hier geldt: leer van andere meningen en werkwijzen, maar niemand weet nog hoe het uitpakt of gaat werken. De enige manier om er echt achter te komen is er zelf mee bezig zijn: fouten durven maken, opnieuw proberen, testen, weer fouten maken en samen beter worden! Voor de juristen onder ons: laat het perfectionisme los en ga aan de slag met regels, teken eens op papier werkingsgebieden en durf te oefenen!