Blog

De ellende die Bruidsschat heet? Praktijktips!

De ellende die Bruidsschat heet – PraktijkStap 2

Inmiddels heb je een start gemaakt met het omgevingsplan. In één van de vorige berichten (stap 1) is beschreven hoe je een start kunt maken. De voorbereidingen voor een omgevingsplan kun je het beste in kleine stapjes opknippen om het haalbaar te maken en vol te houden. Het klinkt simpel maar beginnen is de belangrijkste stap! Hoe? Dat lees je hieronder. Dit doen we aan de hand van onze eigen praktijkervaringen.

  • Bruidsschat doornemen

Om te voorkomen dat een ‘gat’ ontstaat tussen het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en het moment dat gemeenten regels opnemen in hun omgevingsplan, is voorzien in de ‘bruidsschat’ (BS). Daarmee gaan de bestaande regels uit de wetgeving per 1 juli 2022 van rechtswege over naar gemeentelijke omgevingsplannen (tijdelijk deel). De Rijksregels uit de BS zijn dus een gegeven per 1 juli 2022 en vormen een soort van overgangsrecht.

Feitelijk is de BS één grote vergaarbak van regels. Bij het lezen kom je erachter hoeveel onderwerpen erin zijn opgenomen: van cultureel erfgoed, geluid, energiebesparing tot aan het uitwassen van beton. Realiseer je dat de BS in zijn geheel dus straks van rechtswege onderdeel is van het tijdelijk gemeentelijk omgevingsplan en je hiermee moet werken in de praktijk. Werk nu met actuele geconsolideerde versies van de Ow met bijbehorende wetgeving. Dat is belangrijk omdat de versies regelmatig worden aangepast.

Voor het nieuwe omgevingsplan moet je regels maken die zijn afgestemd op de gemeente. Dit is ook de kans om ook de andere bestaande planologische regels eens te updaten of te schrappen. Dit kun je doen aan de hand van thema’s die in de BS worden behandeld. Eén van de onderwerpen die belangrijk is voor het omgevingsplan is vergunningsvrij.

Meer vergunningsvrije bouwwerken opnemen in omgevingsplan? In artikel 22.27 BS zijn de vergunningsvrije bouwactiviteiten opgenomen die thans nog in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn geregeld. Deze categorieën bouwwerken moeten wel aan het planologische kader worden getoetst, maar ten aanzien van het bouwen zijn deze vergunningsvrij. Dit beleidsneutrale gedeelte gaat dus over naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Voor het nieuwe omgevingsplan is het belangrijk de nieuwe systematiek van vergunningverlening van bouwwerken te leren kennen. Die ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. Op grond van artikel 5.1 van de Ow zijn er twee vergunningsplichten voor bouwwerken:

  • vergunningplicht voor technische bouwkwaliteit (zie Bkl)
  • vergunningplicht voor regels uit het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteiten)

Deze indeling in technisch bouwen en ruimtelijk bouwen wordt ook wel de harde knip genoemd.

Er zijn samengevat straks 3 categorieën vergunningsvrije bouwwerken:

  1. Vergunningsvrije categorieën bouwactiviteiten (technische toets) op grond van artikel 2.15d Bbl. (Voor deze categorieën bouwactiviteiten hoeft vooraf geen technische toets bouwkwaliteit plaats te vinden. Denk hierbij aan bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 5 meter waar dan ook op een perceel.
  2. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten (ruimtelijke toets) op grond van artikel 2.15f Bbl.
  3. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten op grond van het omgevingsplan.

Praktische tips

  • scan de BS eerst grofmazig, verfijnen kan later
  • maak thema’s van alle onderwerpen die je tegenkomt in de BS
  • wil de gemeente meer vergunningsvrije categorieën opnemen van omgevingsplanactiviteiten?
  • maak een afspraak met de vergunningverleners van de gemeente om de lijst van categorieën van vergunningsvrij te bespreken en af te stemmen;
  • wees niet bang voor fouten, dat hoort erbij.

Voor praktijkvragen bel 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in.

 

 

vijf minimale vereisten inwerkingtreding Omgevingswet update

Vijf minimale vereisten bij inwerkingtreding Omgevingswet – stand van zaken

Bij brief van 1 november 2021 informeert de minister het werkveld over de stand van zaken. Hierbij een kort overzicht:

  1. Omgevingsvisies van provincies en Rijk moeten er zijnvijf minimale criteria omgevingswet
    10 provincies hebben inmiddels een omgevingsvisie vastgesteld en gepubliceerd.
  2. Omgevingsverordening provincies moet gereed zijn
  3. Rijk, provincies en waterschappen kunnen werken met projectbesluit
  4. Gemeenten kunnen een omgevingsplan wijzigen
    Per 1 juli 2022 hoeft er nog geen omgevingsplan voor de gemeente klaar te zijn. Wel moeten gemeenten nieuwe aanvragen onder de Omgevingswet kunnen afhandelen. Tussen de regels door valt te lezen dat het DSO en de plansoftware hier nog niet voor gereed zijn. Om die reden zijn er alternatieven, zoals het aanleveren van het omgevingsplan in IMRO.
  5. Rijk, gemeenten en provincies en waterschappen kunnen vergunningen afhandelen en meldingen  ontvangen.  Volgens de brief is 79% van alle bevoegd gezagen aangesloten.

Voor meer informatie lees de brief.

 

Omgevingswet leidt tot ontmenselijking van gemeenten

Omgevingswet is ICT-project in plaats van wetgevingstraject

Zoals eerder gepubliceerd is de Omgevingswet een enorm groot traject. Een containerschip dat op gemeenten afkomt, lastig bij te sturen, vaak uit koers maar het komt op de plek van bestemming. Veel mensen zien het als een groot wetgevingstraject. Ik zie het meer als een groot ICT-project met grote gevolgen voor gemeentelijke organisaties. Het past ook goed in de steeds verder oprukkende digitalisering van de samenleving. Het zal op termijn ook banen gaan kosten bij de overheid. Mensen die vervangen gaan worden door algoritmes. Is dat erg? Het is maar hoe je er tegen aan kijkt. Het zal ongetwijfeld ook weer nieuwe banen creëren. Wat me wel bezorgd maakt is de ontmenselijking van de overheid. De toeslagenaffaire heeft al duidelijk gemaakt wat er gebeurt als systeemdenken de overhand krijgt in plaats van het gezonde verstand. Na meer dan 20 jaar ervaring bij en met gemeenten is me inmiddels wel duidelijk geworden hoe belangrijk persoonlijk contact is bij gemeentelijke dienstverlening. Een probleem bespreken met een ambtenaar onder het genot van een kop koffie kan veel bijdragen tot een oplossing.ontmenselijking omgevingswet

Standaard-vergunningen kunnen prima door algoritmes worden afgedaan. Digitale tools zijn vaak goede hulpmiddelen en ook fascinerend. Met een VR-tool al een huis binnenwandelen dat je wil kopen is een prachtig hulpmiddel. We kunnen ook niet meer zonder. We leven op dit moment echter in een tijd waar de ontmenselijking in gang is gezet door de overheid: er is een heilig geloof in QR-codes om een virus te bestrijden, zonder gebruik te maken van gezond menselijk verstand. Het systeemdenken staat voorop. De realiteit is echter dat de praktijk weerbarstig is en niet een rechte lijn van A naar B. Een groot aantal zaken in het leven is niet standaard, er moeten afwegingen worden gemaakt door mensen met gezond verstand, er moet overleg gevoerd worden en naar elkaars standpunten worden geluisterd. Dat geldt ook voor de ruimtelijke ordening.

In de uitvoeringspraktijk is het belangrijk om in de geest van de wet te denken: ‘wat is de bedoeling van deze wet?’, ‘waarom is deze regel er?’, enzovoorts. Sommige regels uit ruimtelijke plannen blijken in de praktijk niet te werken. Dat is niet altijd te voorzien. Ook daar worden fouten gemaakt. Ook dat is menselijk. Het is ook menselijk om die te kunnen herstellen. Wat verder belangrijk is voor de praktijk is om bij de uitvoering na te denken over de praktische gevolgen van een regel. Hoe hard pakt die uit voor een individu of bedrijf? Proportionaliteit en redelijkheid zijn hierbij heel belangrijk. Is het middel niet erger dan de kwaal? Niet zo maar regeltjes gaan uitvoeren omdat het systeem dat vraagt. Om zo te denken vraagt ervaring maar ook lef. Blijf niet angstig hangen in regeltjes en systemen, maar durf praktisch te denken voor mensen. Dat betekent niet dat mensen altijd hun zin moeten krijgen, ‘nee’ is ook een antwoord. Besef dat wetgeving er is voor mensen en niet andersom!

 

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtszeker?

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtsonzeker?open normen omgevingsplan

De Raad van State heeft op 27 oktober 2021 een interessante uitspraak gedaan over zogeheten open normen in een Chw-bestemmingsplan. Op grond van artikel 7c, lid 1 Besluit Chw kunnen in aanvulling op artikel 3.1 Wro in een bestemmingsplan ook regels worden gesteld die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Dit criterium wordt ook in de Omgevingswet gehanteerd. Hoewel de Ow nog niet in werking is getreden is deze uitspraak interessant. Hoe gaat de rechtspraak om met al die open normen die straks ook zullen worden opgenomen in de omgevingsplannen? Wat is het evenwicht tussen flexibiliteit in regels en voldoende rechtszekerheid?

Open normen in het ruimtelijk bestuursrecht zijn op zich niet nieuw. Ook onder de Wro wordt er gebruik gemaakt van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit wordt ingevuld door jurisprudentie. Toch dienen planregels onder de Wro wel voldoende rechtszeker te zijn. Nadere afwegingsmomenten in planregels zonder heldere criteria zijn in strijd met de rechtszekerheid, zie onder meer in r.o. 19.3 van uitspraak ABRS 16 december 2020, no. 201806136/1/R1.

De Afdeling laat zich ook uit over dynamische verwijzingen naar beleidsregels in planregels. Ook die zullen in omgevingsplannen terechtkomen. Eén van de voorwaarden uit een planregel voor het bouwen van gebouwen geeft aan dat het oprichten, veranderen of uitbreiden van gebouwen is toegestaan indien: er sprake is van een ‘evenwichtige verdeling’ van beschikbare winkelvloeroppervlakte. Een andere regel heeft het over ‘passende maatvoeringsnormen’ en ‘voldoende duurzame ontwikkeling’. In de regels wordt verwezen naar de ‘Beleidsregel stedenbouwkundig kader (…)’. In r.o. 9.4 gaat de Afdeling uitgebreid in op het juridische verschil tussen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan en een besluit tot vaststelling van een beleidsregel. Het gaat hier vooral om de voorbereiding van de besluiten en de mogelijkheden om hiertegen rechtsmiddelen aan te wenden. In r.o. 9.5 geeft de Afdeling aan: “De raad heeft in de betreffende planregels open normen (…) opgenomen. Dergelijke normen bieden naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende duidelijkheid over de daarmee toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden. Lees meer in ABRS 27 oktober 2021, no. 201906673/2/R1.

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt!

Van tijdelijk omgevingsplan naar volwaardig omgevingsplan. Zoals eerder bericht is deze weg te zien als een lange reis. De weg naar een volwaardig omgevingsplan is een reis met omwegen, dan weer recht op het doel af, een steegje in, een spurt maken en vervolgens weer een stap terug doen. Soms verwarrend, frustrerend en dan weer zeker weten dat het goed gaat. Er zijn inmiddels heel veel handreikingen in omloop. Goed bedoeld, maar lang niet altijd bruikbaar. De auteurs weten de theoretische aspecten vaak goed te benoemen, de praktijk is echter weerbarstiger. Het ‘plat slaan’ van de theorie en het om weten te zetten naar iets dat ook praktisch werkt is de kunst. Dat vergt oefening, van fouten leren en een lange adem. dereguleren

De doelen van de wetgever, zoals deregulering en vereenvoudiging, zijn mooi en nastrevenswaardig. Het is echter niet zo simpel. Bij een doel als deregulering moeten er in de praktijk keuzes worden gemaakt. Tijdens onze zoektocht kwamen we er achter door gesprekken met vergunningverleners dat bepaalde artikelen uit bijvoorbeeld de APV – die een link hebben met de fysieke leefomgeving – nooit worden gebruikt. Je zou zeggen: ‘weg met die regels’! Vanuit de gemeente werd vaak gezegd: ‘laat toch maar staan, misschien hebben we dit toch nog nodig’. Keuzes maken is eng. Dereguleren is keuzes maken en dat vraagt moed. Moed bij ambtenaren, maar ook bij bestuurders. Stel dat ambtenaren de keuze maken en voorstellen aan de raad om de betreffende artikelen in een aanpassingsronde te schrappen, dan is het nog maar de vraag of dit erdoor komt. De raad gaat ook weer vragen stellen, twijfelen en besluit – vaak uit onzekerheid – dat de regels uit de verordening beter intact kunnen worden gelaten. Ze gaan niet mee in het voorstel. Zo worden regels vaak in stand gelaten, ondanks de oproep tot deregulering. De praktijk is weerbarstig en geen rechte lijn van A naar B!

Omgevingsplan maken – hoe begin je?

Omgevingsplan maken – hoe begin je als je geen tijd hebt? omgevingsplan maken

Alle begin is moeilijk! Je ziet er tegenop en weet niet goed waar te beginnen, dus laat je het nog maar even liggen. Die cursus komt later wel. Herken je dat? Is helemaal niet vreemd. Zie de Omgevingswet als een containerschip. Het project is immens en lijkt op een containerschip dat onderweg is. Lastig bij te sturen maar het komt op de plek van bestemming. Of dat 1 juli 2022 is weten we niet, maar uiteindelijk komt het schip aan en moet je er klaar voor zijn.

Het valt niet mee om alle ontwikkelingen bij te houden en je krijgt al snel het gevoel achter te lopen. Ook dat is voor iedereen herkenbaar, al zullen sommigen zeggen dat dat niet zo is. Dat is ongeloofwaardig. Er zijn inmiddels zoveel handreikingen in omloop dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Wat ons is opgevallen dat deze handreikingen niet goed zijn toe te passen in de praktijk. Daarvoor zijn ze veel te algemeen. Het is dus belangrijk zelf te beginnen en gewoon te starten met lezen. Hoe? Dat lees je hieronder.

Omgevingsplan – een start maken 

  • Verordeningenscan uitvoeren – Het gemeentelijk omgevingsplan bestaat vanaf 1 juli 2022 uit een tijdelijk deel. Dit tijdelijke deel bestaat uit bestaande regelgeving en vormt een overgangsrecht. Het zorgt er eigenlijk voor dat er vanaf de inwerkingsdatum van de Omgevingswet in juridische zin een omgevingsplan ligt. Voor het nieuwe deel, een op de gemeente afgestemd omgevingsplan, zul je aan de slag moeten. Begin daar mee en wacht niet af!

Fase van scannen – Deze fase kost veel tijd maar levert ook veel bruikbare informatie op! Begin met het doornemen van alle geldende gemeentelijke verordeningen. Welke artikelen hebben een link met de fysieke leefomgeving? Doe dit eerst grofmazig. Verfijning komt in de volgende fase. In verband met de wens tot deregulering is het ook handig om te vragen aan de gemeentelijke vergunningverleners welke artikelen ze gebruiken en welke niet. Wij hebben dat voor ons project voor een gemeente gedaan en dat is heel goed bevallen. Je krijgt veel bruikbare informatie en levert leuke gesprekken op.

Praktische tips voor de gemeente (samengevat):

  • scan alle geldende gemeentelijke verordeningen op ‘fysieke leefomgeving’ grofmazig
  • zet de artikelen in een overzicht
  • ga met de vergunningverleners om tafel en bespreek welke artikelen ze gebruiken en welke niet
  • welke artikelen neem je over in het omgevingsplan
  • neem de geselecteerde artikelen nogmaals door en verfijn

Tijd te kort voor het omgevingsplan? Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie. We helpen je graag op weg en ontlasten de gemeente.

 

DSO kost veel meer tijd en geld dan voorzien

DSO kost veel meer tijd en geld dan voorzien

Dit concludeert minister Ollongren in haar brief van 30 september jl. Voor degenen die bezig zijn met de voorbereidingen en implementatie van het omgevingsplan is dit geen verrassing. De programmaorganisatie moet langer functioneren, de bestaande systemen worden langer in de lucht gehouden, inhuur van mensen, ontwikkeling en afbouw van het DSO, enzovoorts. Er worden nieuwe potjes met miljoenen opengetrokken. Het is een zeer complex en groot proces waar heel veel mensen aan werken. Het is ook lastig in te schatten hoe lang en hoe voortvarend zoiets gaat verlopen. Het zal me dan ook niet verbazen dat de inwerkingtreding nog eens met een half jaar wordt uitgesteld, al zal dat voorlopig niet door het ministerie worden gecommunieerd.

Participatie in gemeente is alleen voor de bühne

Participatie in gemeente is alleen voor de bühne!participatie omgevingswet

Participatie gaat een nog grotere rol spelen als de Omgevingswet in werking treedt. Het klinkt erg goed: bewoners en maatschappelijke organisaties mee laten praten over ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Wie is daar nu op tegen? Sterker nog: het kan ook veel opleveren, mits het goed wordt aangepakt. Dat is niet eenvoudig.

Voor het omgevingsplan is artikel 10.2 Omgevingsbesluit relevant. Daarin staat aangegeven dat bij de kennisgeving om een omgevingsplan vast te stellen moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisatie en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. Hoe een bestuursorgaan dat gaat invullen staat vrij. Dat zal ook verschillen per project. Hoe groter de impact voor bijvoorbeeld bewoners hoe beter (en fatsoenlijker) het is om ze te betrekken bij het project. Een groot gedeelte van participatie is psychologie en tactiek. Niemand vindt het prettig om als verrassing uit de krant te vernemen dat er woningen worden gebouwd. Actief participeren houdt ook in om mensen proactief te informeren. Dat is niet alleen uit tactisch oogpunt handig, maar ook een kwestie van goed fatsoen.

Toch zijn bewoners en ondernemers vaak teleurgesteld na afloop. Hoewel de gemeente niet iedereen tevreden kan stellen, zijn denk ik de volgende aspecten belangrijk:

  • behandel mensen niet als kleuters: medewerkers van de afdeling Communicatie van gemeenten gebruiken vaak kinderachtige taal in teksten, bang als ze zijn dat bewoners het niet begrijpen. Als je mensen als kleuters toespreekt en behandelt, gaan ze zich ook als kleuters gedragen;
  • neem mensen serieus: veel geld uitgeven aan (online) spelletjes tijdens een inloopavond en er vervolgens niets mee doen is niet alleen fnuikend voor het vertrouwen van mensen in de gemeente, maar ook zonde van het geld en de tijd van mensen;
  • ga het gesprek aan: offline gesprekken met mensen tijdens inloopsessies leveren heel veel informatie op: gezeur, frustraties uit het verleden, maar ook goede ideeën. Oprecht luisteren en contact maken leveren veel krediet op.
  • spreek de zaal niet toe achter een tafel: deze opstelling – de gemeente die de zaal toespreekt en de bewoners die moeten luisteren – levert weerstand en tegenstelling op. De armen gaan over elkaar en de woedeuitbarstingen gaan komen.
  • leg uit waarom de gemeente een andere beslissing neemt: nodig bewoners weer uit en leg uit waarom iets wel of niet wordt meegenomen. Dit kost veel tijd, maar levert ook wat op: de gemeente toont menselijkheid en respect en er ontstaat meer begrip.
  • wees gastvrij: slechte en lauwe koffie in plastic bekertjes zeggen veel. Door iets goeds te geven, krijg je ook iets goeds terug: waarom geen lekkere hapjes van lokale cateraars?  Dat hoeft echt niet uitgebreid of veel te kosten. Het geeft wel gastvrijheid aan.
  • geef fouten toe: iedereen maakt fouten, ook gemeentelijke medewerkers en wethouders. Het gaat erom hoe je de fouten herstelt en hoe je ermee omgaat.
  • verschuil je niet achter juridische terminologie en jurisprudentie: er zijn altijd mogelijkheden. Het vraagt lef en menselijkheid om idioot knellende regels te doorbreken. Gezond verstand kan veel opleveren.
  • geef grenzen aan: door duidelijk vooraf te communiceren wat de spelregels zijn en wat er met inspraak wordt gedaan doet de gemeente aan verwachtingenmanagement.

In tijden van toenemende digitalisering en afstand is er ook in toenemende mate behoefte aan menselijk contact en oprechte interesse. Een goed gesprek met bewoners, ook al ben je het niet met hen eens, kan een leuke en leerzame avond opleveren, voor beide kanten. De boosheid is niet tegen je persoonlijk gericht, maar ’tegen de gemeente’. Het kan lastig zijn, maar het vanuit die kant te bekijken haalt ook bij jezelf angst en boosheid weg.

Het is jammer dat participatie vaak gebruikt wordt voor de politieke bühne: ‘we hebben ze mee laten praten, maar ze willen niet’, ‘er komt nooit wat zinnigs uit’, ‘het project moet doorgaan’. Voor de vorm participeren levert alleen maar chagrijn en weerstand op. Onlangs kwam ik een uitspraak van de Raad van State van 8 september 2021 over participatie bij zonnevelden zinsnedes tegen die in hevige mate afbreuk doen aan het vertrouwen van burgers in de gemeente:

Nog daargelaten of in dit geval sprake is van het ontbreken van draagvlak, kan uit de vermelding van het raadsbesluit (…) dat de gemeente te allen tijde duurzame energieprojecten faciliteert als daarvoor voldoende draagvlak bestaat, niet omgekeerd kan worden afgeleid dat indien van dat draagvlak niet is gebleken, nooit planologische medewerking zal worden verleend.”

Vraag je als gemeentelijk medewerker af: wil je zelf zo behandeld worden of dit tegengeworpen krijgen?

Laat handreikingen over Omgevingswet eens links liggen!

Laat handreikingen over de Omgevingswet eens links liggen!

omgevingswet
De Omgevingswet uitgeprint….

Informatie overload Omgevingswet werkt uitstelgedrag door gemeenten in de hand

Ken je dat gevoel? Overvoerd raken door te veel informatie? Wij wel! Je zoekt iets op Google en krijgt zoveel hits, dat je niet meer weet welke website bruikbaar is of niet. Dit is ook zo bij de Omgevingswet. Er zijn ongelofelijk veel gratis handreikingen en routes in omloop. Nu we voor een gemeente aan het werk om een basisset regels te maken voor het omgevingsplan, komen we er achter dat veel van deze handreikingen niet of nauwelijks bruikbaar zijn. Ze zijn te algemeen en de opstellers durven zich niet uit te spreken. Het blijft hangen op een algemeen niveau waar je als inhoudelijke medewerker van een adviesbureau of gemeente weinig aan hebt. Aan de opsteller merk je dat hij/zij geen ervaring heeft met de gemeentelijke prakijk of adviespraktijk van een stedenbouwkundig bureau. De zinnen ‘aan de slag‘ of ‘begin op tijd‘ komen wel erg vaak voor. Het concrete blijft achterwege.

Als je de handreikingen links laat liggen moet je zelf aan de bak. Je leest toelichtingen, raakt overvoert door de hoeveelheid informatie en legt het even weg. De volgende dag ga je weer verder. Een omgevingsplan maken of een set basisregels voor de gemeente is als een reis. Veel onderweg, soms een doodlopend steegje in, teruglopen, omlopen, gefrustreerd raken, opgelucht zijn en dan weer een versnelling. De grote hoeveelheid informatie kan ook verlammend werken, het werkt vaak uitstelgedrag in de hand, ‘volgende week begin ik‘. Of, ‘we zijn te druk‘, ‘we besteden alles maar uit, want we hebben als afdeling geen tijd naast ons reguliere werk.’ Ik denk dat het niet goed is om als gemeente vrijwel alles uit te besteden. Je kennisniveau gaat achteruit en je bent als ambtenaar alleen nog maar bezig om bureaus aan te sturen. Je hoeft echt niet alles alleen te doen: maar besef wel dat je werk een stuk leuker wordt als je ook inhoudelijk meedoet met het bureau dat is ingehuurd! Samen kom je tot nieuwe inzichten en een beter plan of basisset regels.

Tip: laat de handreikingen eens links ligggen en begin! Start met het lezen van toelichtingen. Saai? Soms, maar je doorziet de achtergronden beter van de Omgevingswet en leert langzaam het systeem kennen. Dat gaat stapje-voor-stapje. Elke dag leer je. Schrijf kort en samengevat op wat je hebt gelezen. Gewoon laagdrempelig op een A4-tje. Dat uurtje lezen blokkeer je in je agenda. Op deze manier raakt je niet overvoerd met informatie, doe je mee en doe je kennis op van de Omgevingswet.

Weten hoe? Bel 010 – 307 2273 of mail naar contact@omgevingsplanonline.nl

Samen naar praktisch werkende regels voor het omgevingsplan!

Praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving downloaden

Praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving

Handig voor de bouw- en gemeentelijke praktijk! Het praktijkboek Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is in opdracht van het Ministerie van BZK geschreven. Met name vanaf p. 43 staat praktisch beschreven wat een omgevingsplanactiviteit is, wanneer er een vergunning nodig is, proceduretijden, voorbeelden, etc. De moeite waard om door te lezen.