Blog

Klimaatwaanzin draait op volle toeren!

Klimaatwaanzin draait op volle toeren!klimaatwaanzin

Vrijwel elke dag worden we door de media geconfronteerd met klimaatmaatregelen. Vaak met de beste bedoelingen. Nederland moet immers de klimaatdoelstellingen en duurzaamheidsambities in 2030 en 2050 halen. Volgens mij is niemand echt tegen deze doelstellingen. Toch zou ik graag eens een rekensom willen zien wat dit per Nederlander of Europeaan gaat kosten per jaar bij deze ambities. Wie gaat deze kosten betalen? En kunnen we dat wel betalen binnen deze termijn? Waarom horen we daar niets over? Of worden de kosten maar afgewenteld op toekomstige generaties? Ik vind het waanzinnig dat er allerlei ambities worden neergelegd zonder naar de kosten te kijken voor de bevolking.

Minister de Jonge is flink op dreef in de bebouwde omgeving. In een brief van 12 april 2022 geeft hij aan dat verdere landelijke aanscherpingen in het verschiet liggen. De lat in Nederland zal volgens hem hoog moeten worden gelegd om de duurzaamheidsambities en klimaatdoelstellingen te halen in 2030 en 2050. Over de precieze uitwerking gaat hij ‘nog in gesprek met de sector en mede-overheden’. Het stoort me enorm dat er aan de ene kant geroepen wordt: ‘bouwen, bouwen en nog eens bouwen’ en aan de andere kant wordt er geroepen om ‘extra verscherping van maatregelen in het verschiet in de bouw’. Bouwmaterialen zijn nu al erg duur. Huizen worden door de verscherpingen en eisen aan energieprestaties nog veel duurder, dat kan niet anders. Dat is geen hogere wiskunde. Wie gaat dit betalen? Ook de verstoringen in de aanvoering van materialen door de lockdowns zijn nu wereldwijd nog te voelen. En dan heb ik het nog niet eens over de verstoringen in aanvoer door de oorlog in Oekraïne en de lockdowns in China. Politici geloven in sprookjes en leven ver buiten de realiteit, ik kan gewoon niet anders concluderen. En nee, ik ben niet tegen klimaatmaatregelen. Ik wil realisme zien en de kosten.

Omgevingswaarde stikstof eerder dan gepland

Omgevingswaarde stikstof eerder dan geplandomgevingswaarde stikstof

De ontwikkelingen rondom stikstof zijn in volle gang. In politiek opzicht krijgt dit onderwerp momenteel de volle aandacht: boeren die moeten worden uitgekocht of onteigend, het is nogal wat. De overheid (en Rabobank) die jarenlang boeren heeft aangemoedigd groot te denken en te handelen en volop te investeren in grote stallen en bedrijven, doet nu het omgekeerde. We gaan nogal respectloos om met de agrarische sector. Met name de ongenuanceerde beeldvorming en framing ‘boeren als grote vervuilers’ zijn nogal storend en hypocriet. De rijksoverheid is erg onbetrouwbaar gebleken en het is voor een boer lastig om daar je bedrijfsvoering op af te stemmen.

In een brief van 1 april 2022 geeft de minister van Stikstof en Natuur de wetgevingsagenda aan. Hierin staat in het onderdeel ’transititie landelijk gebied’ dat de in de ‘Wet stikstofreductie en natuurverbetering’ voorziene omgevingswaarde voor stikstof naar voren wordt gehaald. De doelstelling is voorzien in 2030 in plaats van 2035. Naar verwachting komt er in de eerste helft van 2023 een wetsvoorstel. De doelstelling zal via een AmvB uiteindelijk in het omgevingsplan terecht moeten komen als verplichte doelstelling voor de gemeente.

Ook op het gebied van mestwetgeving komen nieuwe wetsvoorstellen. Deze dienen volgens de minister ter implementatie van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. De minister schrijft: “Naar verwachting zal dit voorjaar een brief naar uw kamer worden gezonden over de wetgevingsagenda voor het stapsgewijs realiseren van het herziene mestbeleid. Daarin zal ook worden ingegaan op de wetgeving die uw kamer in het kader van die herziening en ter implementatie (…) tegemoet kan zien. (…)”. Lees meer in de brief.

Zoekgebieden RES niet overschrijden in omgevingsplan

Zoekgebieden RES niet overschrijden in omgevingsplan zoekgebieden RES

Bij het opstellen van omgevingsvisies krijgen gemeenten te maken met de Regionale Energiestrategie (RES). Op regionaal niveau zijn zoekgebieden aangewezen waarin onder bepaalde voorwaarden grote windturbines geplaatst mogen worden of windparken. In bepaalde locaties mogen weer zonnevelden gesitueerd worden. Deze zoekgebieden worden vervolgens vertaald naar het omgevingsplan. De zoekgebieden kunnen gemeentegrenzen overschrijden.

Op lokaal niveau komen allerlei initiatieven binnen bij gemeenten waarbij de koek verdeeld moet worden in deze gebieden. Energie is een onderwerp dat ook op politiek niveau gevoelig ligt. Behalve de idioot hoge tarieven van dit moment die we allemaal in onze portemonnee voelen, hebben grote windturbines ook grote gevolgen voor ons landschap. Dus ook vanuit de bevolking is er veel weerstand, ondanks dat veel mensen denk ik niet tegen de energietransitie zijn. Wel geldt NYMBY.

Een interessante uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2022 laat zien dat het niet verstandig is af te wijken van de grenzen van zoekgebieden, zonder uitvoerig onderzoek. Of het nu om zoekgebieden gaat van de RES of andere zoekgebieden. Dit zal ook bij het opstellen van omgevingsplannen gaan spelen. De druk op het buitengebied vanwege de energietransitie is heel erg groot. In dit geval gaat het om de realisatie van een zonnepark van zo’n kleine 6 hectare voor 25 jaar.

Appellanten voeren in beroep aan dat het zonnepark wordt gesitueerd in een beekdallandschap met waarden. Volgens de gemeente valt maar een klein deel in het beekdallandschap en buiten het zoekgebied. Als er onderzoek plaatsvindt naar aanwezige natuur- en landschapswaarden in het gebied kan er volgens de gemeente in beginsel worden meegewerkt met een omgevingsvergunning.

De Afdeling zegt er het volgende over: “dat de strook in het beeklandschap, waar een deel van het zonnepark is voorzien, niet behoort tot het bestaande zoekgebied voor zonneparken. De strook is ook niet na de inventarisatie in 2018 alsnog aangewezen als en toegevoegd aan het zoekgebied voor zonneparken. Weliswaar is volgens het college door een ecoloog geconstateerd dat de betreffende strook niet de gebiedskenmerken heeft van een beekdallandschap, (…) maar daarvan is geen verslag of rapport opgesteld dat ten grondslag is gelegd aan het besluit tot vergunningverlening. Lees meer in r.o. 5.3.


Naar een omgevingsplan in 6 stappen!

Ben je RO-medewerker bij een gemeente en heb je weinig tijd voor het omgevingsplan? Het is belangrijk goed na te denken over een goede juridische structuur en samenhang. Besteed niet alles uit, maar denk zelf ook na over de consequenties van keuzes. Of over de praktische toepassing binnen de gemeente. Dat is niet eenvoudig, de gelaagdheid van een omgevingsplan is enorm. Wij hebben al meer dan een jaar voorwerk gedaan en hebben ons door alle milieulagen geworsteld, door alle verordeningen, rijksregelgeving en nagedacht over een goed juridisch basiscasco en een basisset regels. Dit heeft geleid tot het programma ‘naar een omgevingsplan in 6 stappen’. Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie en de mogelijkheden

Sneller bouwen en meer participatie, een illusie!

sneller bouwen
Omgevingswet uitgeprint

Sneller bouwen en meer participatie, een illusie!

Rijksoverheid pakt regie terug bij woningbouw – Goed nieuws! De Rijksoverheid neemt eindelijk weer de regie bij een van de basisbehoeften van mensen: een dak boven het hoofd. De laatste jaren is de tendens: decentralisatie en vrijwel alle taken naar de gemeente. De Omgevingswet is hier nog een uitvloeisel van. Terwijl de Omgevingswet nog niet eens in werking is getreden, zien we nu weer terugtrekkende bewegingen. Op zich goed dat er weer regie komt vanuit de Rijksoverheid.

Volgens minister de Jonge is volkshuisvesting één van de prioriteiten van het nieuwe kabinet. In deze kabinetsperiode moeten er volgens de minister 100.000 woningen per jaar worden gebouwd, dus sneller bouwen. Met woorden als ‘sneller, actielijnen, strakker sturen, aanpakken en tempo’ ziet deze boodschap er flitsend en doortastend uit. Wie is daar nu op tegen? Helaas is de praktijk weerbarstiger. Je kunt de formele wettelijke procedures korter maken, maar aan de voorbereiding aan de voorkant bij bouwprojecten wordt het voor gemeenten en initiatiefnemers steeds lastiger. Er worden steeds meer eisen aan participatie gesteld door gemeenten en het wordt uitgebreider. Ook dit klinkt heel goed, mensen meer inspraak geven. Ook hier geldt: hoe kun je daar nu op tegen zijn? Er is niets op tegen, maar goede participatie neemt veel tijd in beslag. En ook kun je niet iedereen tevreden stellen. Het probleem is dat de Rijksoverheid allebei wil: meer participatie en sneller bouwen. Dat is een illusie.

Lawine aan onderzoeksverplichtingen – Daarnaast moeten er heel veel onderzoeken worden gedaan door initiatiefnemers: onderzoeken naar luchtkwaliteit, flora en fauna, geluid, stikstof, archeologie, enz. Dat neemt veel tijd in beslag. Nadat de onderzoeken zijn opgesteld moeten ze worden beoordeeld door omgevingsdiensten. Ook dit kost tijd, ga rustig uit van 6 weken. Vervolgens moeten initiatiefnemers de onderzoeken weer aanpassen vanwege opmerkingen van de omgevingsdienst, ook dit duurt eindeloos. De aangepaste onderzoeken moeten weer terug naar de omgevingsdienst ter beoordeling. Deze kampen ook nog met personeelstekorten waardoor het vaak langer duurt. Nu maar afwachten of ze goed zijn aangepast. Je bent zo 3 tot 6 maanden verder aan beoordeling.

Daarna gaan de formele procedures lopen. Ook hier geldt weer uitgebreide inspraak, mensen kunnen zienswijzen indienen. Als er veel reacties binnenkomen, kost het gemeenteambtenaren veel tijd om deze van een reactie te voorzien. Of onderzoeken moeten worden aangepast, vervolgens weer ter beoordeling naar omgevingsdienst, enz. Vervolgens de raadsvergadering. De meeste raadsvergaderingen zijn 1x per 6 weken, er gaat weer heel veel tijd overheen. Raadsleden die allerlei vragen stellen, ook hier weer mogelijkheden tot inspreken voor burgers. Tegen het raadsbesluit staat vervolgens beroep open bij de Raad van State. Ook dit kost weer heel veel tijd.

Kortom, roeptoeter als minister niet zo simpel dat het allemaal sneller moet. Als je dat wil, schaf dan bijvoorbeeld alle inspraak of participatie af of de onderzoeksverplichtingen. Dan gaat het wel een stuk sneller!

Toon gevoel in participatie!

Toon gevoel in participatie van ruimtelijke plannen!

Participatie bij ruimtelijke plannen is hot en staat volop in de belangstelling bij gemeenten. Participatie is ook moeilijk. Het lijkt een schaakspel vol belangen. Financiële belangen van projectontwikkelaars, politieke belangen en burgers die tegen een plan zijn of iets anders willen. Hoe organiseer je dat nu het beste? Het is lastig en complex. Wat voor de ene groep een voordeel is, kan voor de ander een last zijn. Wat wel belangrijk is heb ik gemerkt, is zo vroeg mogelijk met mensen om de tafel gaan zitten. Meestal gebeurt dat pas als de plannen al in een ver gevorderd stadium zitten met perfect uitziende plaatjes. Dat is te laat.

Stop met de Photoshop-terreur – Vrijwel alle visies, sfeerimpressies en plannen zitten vol met perfect uitziende landschappen en mensen, en zien er hetzelfde uit. Vreselijk! Het zijn koude en klinisch, perfect uitziende plaatjes en kaartjes. Totaal niet inspirerend. Het raakt mensen niet. Mensen emotioneel raken is volgens mij het belangrijkste bij participatietrajecten. Dat je als inwoner het gevoel krijgt dat de nieuwe buurt echt voor mensen is gemaakt, ook al ben je het er niet mee eens. Gevoel is steeds verder op de achtergrond geraakt en wordt overschaduwd door financiële en zakelijke belangen. Geld is zeker belangrijk om een plan uit te kunnen voeren, laat daar geen misverstand over bestaan, maar het plan moet voor mensen gemaakt worden. Toon als ontwerper eens ruwe schetsen, hoe is het plan ontstaan? Al schetsend en schurend komt iets tot stand. Ik wil ook de mislukkingen zien, geen perfectie. Helaas zien we altijd het eindresultaat: het perfect uitziende kille plaatje. Betekenisloos. Afwisseling in handgemaakte schetsen, tekeningen, maquettes, VR-ervaringen en Photoshop-afbeeldingen zou al winst zijn. Het moet deel uitmaken van een inspirerend verhaal over de omgeving. Dat kost veel tijd en moeite, maar levert meer op omdat het inspireert en mensen aan het denken zet. De kunst is mensen die sceptisch naar een inloopavond komen, in elk geval te raken met het verhaal van de locatie en aan het denken te zetten. Daar hoort ook imperfectie bij, al vinden we dat als beroepsbeoefenaars lastig.

Landschap is meer dan data – Een mooi initiatief en dimensie in aanpak voor ruimtelijke planvorming komt van Arita Baaijens. In een artikel in het tijdschrift Blauwe Kamer uit 2020 geeft ze aan dat vrijwel iedereen een gevoel heeft bij een plek. Ze heeft het ook over common ground en verbeeldingskracht: “In participatietrajecten wordt gesproken in het jargon van experts, gewerkt met kaarten die planners en ontwerpers op basis van kwalificeerbare data fabriceren. Maar het landschap is meer dan een optelsom van data en cijfers. Het is een verzameling van belevingen, ervaringen en herinneringen. Die subjectieve kant heeft in de meeste planprocessen het nakijken. (…) Laat beleidsmakers, ontwikkelaars, bewoners, burgemeesters of wie dan ook in het veld het gesprek voeren over waarnemingen en ervaringen. [einde citaat]”. 

Ingewikkeld en vaag? Ja, maar ruimtelijke planvorming is complex en het lijkt mij de moeite waard om het voortraject eens anders aan te pakken om bijvoorbeeld eens gezamenlijk de fiets te pakken. Een boeiend verhaal ter plaatse over de plek met uitleg over de plannen zou toch een mooi begin kunnen zijn in plaats van in een zaaltje. Meerdere keren met elkaar door de locatie lopen. Het vergt moed en kost veel tijd, maar levert denk ik op de lange termijn veel op: meer begrip voor elkaars standpunten, elkaars belangen en de uitvoering van het plan.

 

Agrarische adviescommissie heeft het weer mis

Agrarische adviescommissie heeft het weer misagrarische adviescommissie

Ook onder het regime van de Omgevingswet zullen gemeenten agrarische adviescommissies blijven inschakelen. Op zich is er niets mis mee om je door experts te laten adviseren. Deze commissies moeten vaak beoordelen of een aanvrager al dan niet een volwaardig of reëel agrarisch bedrijf heeft. In de praktijk hebben deze commissies veel te veel macht en wordt hun advies als ‘harde waarheid’ beschouwd door gemeenten. Als het advies negatief is, dan is meestal de toon al gezet. Het is dan voor een aanvrager bijna onmogelijk om het tij te keren. Met name is dit het geval als er sprake is van een startend bedrijf. Maar ook bij een bestaand bedrijf kan het onnodige drempels opwerpen.

In dit geval gaat het om een weigering omgevingsvergunning te verlenen voor een werktuigenberging bij een vleesveebedrijf. De betreffende bestemmingsplanregel luidt als volgt: “Agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd, indien de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond en de bouw plaatsvindt ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf (…)”. Volgens de gemeente is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente heeft de hulp ingeroepen van een agrarische adviescommissie en deze heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een reëel agrarisch bedrijf.

De Afdeling is van oordeel dat de gemeente zich niet heeft kunnen baseren op het advies van deze commissie: “De Afdeling is van oordeel dat er in het bijzonder aanleiding was om de SABc om een reactie te vragen met betrekking tot de werkzaamheden die betrekking hebben op het grasland en de ruwvoerteelt en de vraag naar het groeiperspectief van het bedrijf. Weliswaar heeft het een tijd geduurd voordat appellant inhoudelijk op het advies van de SABc heeft gereageerd, maar dat betekent niet dat het college aan de (…) bezwaren tegen het advies van de SABc voorbij kon gaan.” Lees meer in r.o. 5.7 van uitspraak ABRS 23 februari 2022, no. 202005213/1/R4.

Aan RO-medewerkers van gemeenten: neem niet klakkeloos het advies van agrarische adviescommissies over. Geef ook de aanvrager de kans en de tijd om met een onderbouwing te komen die ingaat op het advies. Uiteraard hoef je geen genoegen te nemen met feitelijke onzin of onderbouwingen van een paar zinnen, maar er bestaan meer waarheden dan deze commissies aangeven. Het is een advies, meer niet. Ook binnen de agrarische sector gaan de ontwikkelingen hard en zijn er meerdere aanvliegroutes om tot een volwaardig of reëel bedrijf te komen. Probeer hier voor open te staan en wijs het niet op voorhand al af. Ondernemerschap is onzekerheid en vergt lef. Neem ook die aspecten mee. Dat is al winst.

Hoofdroute Omgevingswet 2022 aangepast

Hoofdroute Omgevingswet 2022 aangepast hoofdroute Omgevingswet

Omdat de Omgevingswet later wordt ingevoerd – op 1 januari 2023 – is ook de Hoofdroute Omgevingswet 2022 aangepast. Volgens de brief van minister de Jonge van 24 februari 2022 ziet dat er in hoofdlijnen als volgt uit:

  • Op 1 april 2022 start de stabiliseringsperiode. Vanaf die datum worden er in principe geen nieuwe functionaliteiten meer doorgevoerd in het DSO-LV.
  • Vanaf 1 april 2022 wordt de gehele keten intensief getest door alle partijen. Mocht het tegenzitten dan dienen gemeenten rond 1 juli 2022 te kiezen voor de tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM). Die moeten uiteindelijke borgen dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt.

Lees meer in de brief en bekijk het schema.

Voor gemeenten is het belangrijk om een stevig juridisch casco omgevingsplan te maken. Volg dus niet klakkeloos het VNG-casco! Zoals de VNG zelf ook aangeeft is dit casco een hulpmiddel en kan het dienen als inspiratie. Nu er iets meer adempauze is, denk na over een juridisch samenhangend casco. Dat is de basis voor het omgevingsplan voor de gemeente. Het lijken open deuren te zijn, maar de praktijk is anders. De documenten over het omgevingsplan zijn vrijwel allemaal ingestoken vanuit het ICT-oogpunt. De ICT-professionals kijken anders naar een omgevingsplan dan juristen. De juridische wereld mag dan conservatief zijn, maar het is belangrijk dat de ICT ondersteunend is aan het juridische casco en niet andersom.

Feit blijft dat het omgevingsplan een juridisch instrument is waarmee de gemeente in de praktijk moet kunnen werken: gemeente moet kunnen handhaven, het rechtszekerheidsbeginsel is een belangrijk uitgangspunt dat verankerd moet worden in een omgevingsplan. Boterzachte doelen van de Omgevingswet in een omgevingsplan klinken voor de bühne goed, maar zijn in de praktijk niet te handhaven of te realiseren. Het omgevingsplan dient ook antwoorden te kunnen geven op basale vragen van burgers als ‘mag ik daar een woning bouwen, zo ja, hoe hoog?’. Bepalingen in een omgevingsplan dienen verder voldoende concreet te zijn. Een heldere set basisregels en casco vormen een start-omgevingsplan. Dit start-omgevingsplan kan later uitgebouwd worden.

Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie. Wij ontzorgen gemeenten bij een start-omgevingsplan.

Inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

inwerkingtreding Omgevingswet
Omgevingswet uitgeprint

Inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

Eindelijk wat realisme bij het ministerie van VROM! En wat meer lucht voor gemeenten! De inwerkingtreding van de Omgevingswet schuift door naar 1 januari 2023, volgens een brief van 24 februari 2022. Minister de Jonge heeft het in brieven steeds over ‘een zorgvuldige invoering van de Omgevingswet’. Dat is een rookgordijn voor ‘de boel werkt nog lang niet’. De motorkap van de Omgevingswet – het DSO-LV – is nog lang niet in orde en werkt niet. De Omgevingswet is een groot ICT-project, meer dan een wetgevingstraject.

Ook in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk wordt steeds meer gedigitaliseerd. Sinds de virus-uitbraak hebben we te maken met een soort van ‘crash-digitalisering’ die in sneltreinvaart op ons af is gekomen. Dit heeft veel effecten, op werkgelegenheid, de psyche van mensen en ons dagelijkse leven. Het belangrijkste doel moet wel zijn dat digitalisering ondersteunend moet zijn, het leven van mensen gemakkelijker moet maken en geen last mag zijn. De Omgevingswet is een soort van containerschip: is af en toe uit koers, lastig om bij te sturen en komt uiteindelijk op de plek van bestemming. Uiteindelijk weet niemand of 1 januari 2023 genoeg lucht geeft, maar voor nu in elk geval wel.

In een brief aan de Tweede kamer wordt een nieuwe planning aangegeven voor 2022.

Biomassa verbieden in omgevingsplan?

Biomassa verbieden in omgevingsplan?biomassa verbieden

Over biomassa wordt veel geroepen en geschreven in de media. Biomassa als energiebron is een hot item, ook in de politiek. In de EU-richtlijn 2009/28/EG wordt biomassa genoemd als een hernieuwbare energiebron. Leden van Groen Links vragen zich af of op gemeentelijk niveau vergunningplichten in het leven kunnen worden geroepen via het omgevingsplan. Staatssecretaris Heijnen beantwoordt een aantal vragen in een brief van 21 februari 2022.

Volgens de staatssecretaris is de VNG bezig om de Staalkaart Energietransitie te actualiseren. Hierin worden ook de biomassa gestookte ketels als onderwerp meegenomen. Het gaat bijvoorbeeld om het opnemen van een vergunningplicht voor biomassa gestookte ketels of installaties.

Volgens de brief onderschrijft het nieuwe kabinet dat lage temperatuurswarmte uit houtige biogrondstoffen een laagwaardige toepassing is die zo snel mogelijk afgebouwd moet worden. De staatssecretaris geeft aan dat gemeenten een vergunningplicht kunnen opnemen in het omgevingsplan: “Maar gemeenten kunnen ook locaties rondom woonwijken uitsluiten voor biomassacentrales of geschikte locaties aanwijzen. Het wijzigen van een omgevingsplan verloopt via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Hierbij is er op verschillende momenten inspraak mogelijk. Ten eerste geeft de gemeente kennis van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. In deze kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding gaat betrekken. Vervolgens kunnen er zienswijzen worden ingebracht op het ontwerp-omgevingsplan dat ter inzage wordt gelegd. Daarna is op het besluit beroep mogelijk.”

Nog afgezien van de juridische implicaties moet een gemeente zich eerst afvragen welke keuzes belangrijk zijn in het kader van de energietransitie. Waar wil de gemeente op inzetten? We zitten in een tijd waar ontwikkelingen hard gaan, er kunnen ook weer nieuwe schonere bronnen van energie bijkomen die we nu nog niet kennen. Het is voor een gemeente niet gemakkelijk om keuzes te maken. Bestaan er volledig schone vormen van energie? Zo ja, kunnen deze aan de vraag aan energie voldoen? De hele maatschappij vraagt energie, in alle vormen. Terug dus naar de basis, beleid opstellen voor energietransitie en dan pas afvragen of er ook regels nodig zijn om in het omgevingsplan over dit onderwerp op te nemen. Deze eerste stap is al moeilijk genoeg!

Sneller bouwen? Schaf dan participatie af!

Sneller bouwen minister de Jonge? Schaf dan participatie af!

Het Rijk lijkt de regie weer te nemen in wonen en ruimtelijke ordening. Volgens een brief van 14 februari 2022 is volkshuisvesting een van de kernopdrachten van de overheid. Dit betekent het herwinnen van de publieke ruimte op het vrije spel der krachten, aldus de brief. Het is goed nieuws dat het Rijk zich weer actief gaat bemoeien met ruimtelijke ordening. Hoewel de Omgevingswet nog gebaseerd is op het tegendeel: het Rijk laat hier de teugels vieren (decentralisatie) en laat vrijwel alles aan de gemeente over, is er dus weer een tegenbeweging te bespeuren. Dat is goed nieuws!

Nederland is een klein land en het is noodzakelijk dat er ook op helicopterniveau gekeken wordt naar de ruimtelijke inrichting van een land. Dat kan niet op lokaal niveau en binnen de gemeentegrenzen. Op lokaal niveau spelen te veel persoonlijke belangen en het is lastig op dit schaalniveau het totaaloverzicht te behouden. Dat is wat anders voor het verlenen van vergunningen of voor lokale bedrijvigheid. Dat kan prima op gemeentelijk niveau, maar de ‘piketpalen’ van belangrijke onderwerpen moeten door het Rijk worden geslagen. Een hoofdkader waar eenieder binnen moet blijven. Daar binnen mag de gemeente op lokaal niveau opereren en is vrijheid van handelen nodig. Een overheid die slechts faciliteert in ruimtelijke ordening is bestuurlijk failliet. Daar hebben bewoners niets aan.

Sneller bouwen, minister de Jonge? Schaf dan de participatie af! – In maart 2022 wordt de Nationale Woon- en Bouwagenda gepresenteerd door de minister. Versnelling van bouwen is volgens de minister gewenst. Dat klinkt heel stoer en daadkrachtig, maar hoe gaat dat gebeuren in een land vol inspraak, participatie of hoe het ook mag heten? Onder de Omgevingswet moet er nog meer participatie plaatsvinden. Het onderwerp staat nu ook bovenaan de agenda van lokale bestuurders. De wettelijke procedures voor het bouwen mogen dan wel korter worden onder de Omgevingswet, maar als aan de voorkant meer aandacht moet worden besteed aan participatie en inspraak, dan is er geen sprake van versnelling. Integendeel.

Participatie bij een bouwproject kost heel veel tijd en zeer veel geld: mensen informeren, inspraakavonden, inloopmiddagen, een participatiespel via Ipads, ambtenaren die behalve mondeling, ook weer schriftelijk moeten reageren, verslaglegging, inspreken bij raadsvergaderingen, etc. Eindeloos kan dit doorgaan, en nog doen gemeenten en initiatiefnemers het niet goed. Er zijn zelfs wethouders die participatie willen bij vrijwel alle bouwwerken. Ja, die bestaan echt. Qua stemmen kan een lokale bestuurder hiermee scoren. Alle initiatiefnemers moeten nu zelf inspraak organiseren en aan kunnen tonen dat die goed is verlopen. Dat kost heel veel tijd. Dus minister de Jonge: vertel eens het eerlijke verhaal en ga niet verbloemd zeggen dat die gemeenten het weer helemaal verkeerd doen! De bouwpraktijk, ruimtelijke ordening en menselijk gedrag zijn zeer complex en weerbarstig. Sneller bouwen is niet simpel. Dan laat ik de opgaven voor de energietransitie en stikstof nog buiten beschouwing…