Omgevingswet juli 2021 stand van zaken

omgevingswet
Omgevingswet uitgeprint (foto: MH)

Omgevingswet juli 2021 stand van zaken

Bij brief van 7 juli 2021 informeert minister Ollongren over de stand van zaken van de Omgevingswet. Het onderdeel DSO zorgt voor de nodige vertraging en ik verwacht nog wel een half jaar uitstel, al wordt dat natuurlijk niet hardop gezegd. Waar het vooral aan ontbreekt is regie. Het stuurloos ronddobberen zonder sterke leiding zorgt ervoor dat het containerschip dan naar links afdwaalt en dan weer naar rechts. Vrijwel alles is gedecentraliseerd. Dit lijkt heel mooi, maar bij een traject als dit hoort een sterke leiding met in elk geval een visie. Voor met name ICT-partijen (softwareleveranciers) is dit een hel, maar ook voor gemeenten is dit heel lastig.

ICT- Volgens de minister moeten alle bevoegd gezagen een oefen- en inregelperiode hebben van 6 maanden. Volgens haar brengt de gebleken complexiteit en omvang van de veranderopgave extra werk met zich mee. Verder schrijft ze dat sommige ICT-leveranciers gereed zijn maar dat een deel van de leveranciers aangegeven heeft pas in het derde kwartaal van 2021 zijn plansystemen op te leveren.

Over de nodige wetgeving wordt het volgende aangegeven: de regelgeving op grond van de Wet elektronische publicaties is ook afgerond en is per 1 juli 2021 in werking getreden (Stb. 2021, 176):

  • Regeling elektronische publicaties, Staatscourant 2021, 21610
  • Wet elektronische publicaties, Stb. 2020, 262
  • Besluit elektronische publicaties, Stb. 2021, 175.

 

Rijk moet regie pakken bij woningbouw

Rijk moet regie pakken bij woningbouwregie Rijk

Bouwen, bouwen en nog eens bouwen‘ is een boodschap die we vaak horen van politici. Toch gek dat ze dan toch hebben ingestemd met de Omgevingswet (Ow). Het marketingverhaal van de Ow is dat er 26 wetten ‘verdwijnen’ en er 1 wet voor terugkomt, de Ow. Wie wil dat nu niet? Wie kan daar tegen zijn? De werkelijkheid is dat de onderliggende regels uit deze wetten blijven bestaan, maar op elkaar worden gelegd. Zie het als 26 stuks vloeipapier (layers) over elkaar gelegd. Het resultaat moet een gezonde en veilige fysieke leefomgeving opleveren. Die afweging maken is heel ingewikkeld voor gemeenten. Welk belang is belangrijker? Gezondheid of economie, het belang van de grondeigenaar of de luchtkwaliteit? Het bedrijfsbelang of de gezondheid van omwonenden? Zeg het maar…. Natuurlijk is elk geval anders, maar ga er maar aan staan. Het valt niet mee voor gemeenten om hier keuzes in te maken.

Het basisprincipe van de Ow is decentralisatie: de gemeente stelt de regels vast, tenzij… Heel gemakkelijk voor het Rijk. Wat erg lastig voor lokaal bestuur is, is een ‘helicopterview’: het grote plaatje. Je kunt als wethouder niet goed kijken naar het grote plaatje als lokale ondernemers bij je aan tafel zitten om te lobbyen. Dat is geen verwijt. Het is een lastige taak voor een lokaal bestuurder. Van bovenaf en op een afstand kun je kijken naar algemene belangen en prioriteiten, niet als je er midden in zit. Het Rijk laat gemeenten bungelen en dan ook nog zonder extra geld. Tja, en dan mopperen en afgeven op gemeenten dat het ‘allemaal zo lang duurt’. Minister pak de regie en bepaal van bovenaf waar extra woningen gebouwd mogen worden! Stop ook een met de loze woorden ‘aan de slag gaan’. In een brief van 5 juli 2021 wordt dit als volgt verwoord: “Het is van groot belang om aan de slag te gaan met de uitvoering van de gemaakte plannen. Voor de realisatie van de woningbouwopgave is versterking van de regie in samenwerking met alle overheden, corporaties en marktpartijen nodig. Samen met hen werk ik de wijze waarop deze regie vorm moet worden gegeven nader uit. Regie ziet onder meer op de manier van samenwerken, het nemen van verantwoordelijkheden en de besluitvorming over de realisatie van woningen’. Lees meer over deze ‘inspirerende’ aanpak van de minister over het bouwen van woningen in het groen.

We hebben visie nodig van het Rijk: waar wil Nederland naar toe? Wat willen we bereiken? Wat zijn de prioriteiten voor de komende 10 jaar? Er is zoveel wat op gemeenten af komt, dat is niet te doen: energietransitie, gezondheid, klimaat, wel of niet woningen toelaten in het groen, etc. etc. We hebben inspirerende verbeelding nodig van ontwerpers en kunstenaars die stimuleren en waar mensen enthousiast van worden, geen loze woorden of valse beloftes! 

De oorzaak van de traagheid van bouwtrajecten ligt voornamelijk bij alle inspraakmogelijkheden die er zijn. Mevr. de Vries wil namelijk ook wat zeggen, die mag niet worden overgeslagen. Vervolgens worden er inloopavonden georganiseerd, waar ze weer iets mag zeggen. Daar wordt weer een verslag van gemaakt, waarop weer gereageerd mag worden. We zitten nu alleen nog maar in het voortraject, de wettelijke procedure is nog niet eens begonnen. De initiatiefnemer moet onder de noemer ‘participatie’ ook de buurt in. Na lang emmeren over het concept van het plan, waar je niet iedereen mee krijgt, komt de volgende fase in zicht: de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Ook dit is weer een langslepend traject, want iedereen moet mee kunnen praten. Als dit afgerond is volgt de besluitvorming. Na afloop van dit traject volgt de (hoger) beroepsfase, ook dit traject kost heel veel tijd. Moeten we hier communistische methoden toepassen? Nee, maar accepteer dan wel dat het langer gaat duren.

Gezondheidsmaatregelen door de overheid

Gezondheidsmaatregelen door de overheid: geleerde lessen uit de Covid-19 pandemie

In juni 2021 is een uitgave verschenen met als titel ‘Versterking van de publieke gezondheid‘. Hierin staat dat de pandemie heeft aangetoond dat het noodzakelijk is de publieke gezondheid te versterken. Het belang van preventie is steeds groter geworden: ‘Health in all policies’ is het nieuwe uitgangspunt bij het Rijk.

Zoals wel vaker het geval is bij een crisis is het antwoord van politici: maak nieuwe wetgeving om gezondheid te bevorderen en het beperken van gezondheidsrisico’s. De suikertax is een voorbeeld dat een paar jaar geleden werd geopperd, maar die door de succesvolle lobby van het bedrijfsleven is getorpedeerd. Wellicht dat er nu weer een kans ligt om dit van stal te halen. Ook bij het EK voetbal komt de succesvolle lobby van de ‘suikerindustrie’ sterk naar voren: Coca cola-flesjes die volop in beeld staan bij de persconferenties, een biermagnaat als grote sponsor bij een sportevent. Tja.

Een onderdeel dat wel kansrijk is, is het bevorderen van beweging in de publieke ruimte. Met vaak simpele ingrepen, zoals meer groene parken die uitnodigen om te wandelen, het weghalen van barrieres (zoals eenvoudig de weg kunnen oversteken), de aanleg van bredere fiets- en wandelpaden, voldoende verlichting, etc. kunnen mensen worden gestimuleerd om te bewegen. Voor veel mensen is een half uurtje wandelen per dag al een uitkomst. De rol van de auto in de stad is nog te groot. Meer bewegen betekent het veranderen van dagelijkse gewoonten bij mensen. Dat is niet eenvoudig. Ook is gezondheid complex: het is van vele factoren afhankelijk. Een half uurtje wandelen per dag in de omgeving vraagt niet veel en kan ook sociale contacten stimuleren. Met name tijdens de lockdowns is duidelijk geworden hoe belangrijk bewegen is in de omgeving: even je huis uit, mensen tegenkomen, een praatje maken, etc. De groene publieke ruimte – waar je geen geld hoeft uit te geven om gebruik van te maken – is zeer belangrijk voor de gezondheid van de mens!

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden TAM

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden (TAM)

In een brief van 14 juni 2021 bericht de minister over TAM: ‘tijdelijk alternatieve mogelijkheden‘. Hiermee wordt voorgesorteerd op het niet op tijd gereedkomen van het ‘ICT-gedeelte’ van het gedeelte ‘plan-tot-publicatie’. De mogelijkheden moeten ervoor zorgen dat gebiedsontwikkelingen niet stil komen te liggen als het DSO-LV gedeelte nog niet gereed is. De verwachting is namelijk dat dit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet lukt. Volgens de brief zijn er ‘grote verschillen in ambitie en vorderingen bij de verschillende bevoegd gezagen‘. De TAM zijn met de bestuurlijke partners overeengekomen om de boel niet te laten vastlopen. De mogelijkheden zijn:

  • een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage leggen voordat de Omgevingswet in werking treedt;
  • de mogelijkheid inzetten een ‘Afwijkvergunning’ te verlenen;
  • tijdelijk gebruik van IMRO inzetten voor publiceren van ontwerp;
  • een ander bevoegd gezag inschakelen voor publicatie van het projectbesluit;
  • het tijdelijk in een cloud aanbieden van VTH-software;
  • lees meer op blz. 2 van de brief.

De Omgevingswet is geen oplossing voor snellere woningbouw

De Omgevingswet als oplossing voor snellere woningbouw? Dacht het niet!

Volgens een brief van de minister van 14 juni 2021 zien gemeenten de Omgevingswet als een noodzakelijke voorwaarde om de grote opgaven voor dit moment, zoals de woningbouwopgave en energietransitie integraal te kunnen aanpakken. Ik vraag me af wie dit soort onzin aan de minister vertelt. Volgens de brief biedt de Omgevingswet de benodigde gereedschapskist. De huidige wetgeving biedt daar voor ook al ruime mogelijkheden. Het ligt namelijk niet (alleen) aan wetgeving dat het zo lang duurt, maar vooral aan de keuzes die gemaakt worden door de politiek. Wat vinden we belangrijk? Uitgebreid milieuonderzoek? Inspraak? Prima, maar accepteer dan ook dat het langer gaat duren. Nu bestaat vooral de indruk dat het aan de ambtenaren ligt. Gemeenten moeten zeer veel werk doen met minder mensen en minder geld.

De marketing die voor de invoering van de Omgevingswet wordt gevoerd is erg succesvol: 26 wetten afschaffen en 1 wet die overblijft. Wie wil dat nou niet? Was het maar waar….. Op de foto is de doos te zien – achterop de fiets – waarin de geprinte Omgevingswet en aanverwante AMvB’s zitten verpakt. Al deze wetten en regels + tijdelijk deel omgevingsplan worden als layers over elkaar heen gelegd. Formeel worden er wetten afgeschaft, inhoudelijk verandert er niet zo gek veel. Wat wel verandert – in positieve zin – is dat we straks op ons scherm alleen de relevante regels te zien krijgen voor dat deel dat we aanklikken. Om het zover te krijgen moet er nog heel veel gebeuren, vooral op ICT-gebied. Eigenlijk is de invoering van de Omgevingswet één groot ICT-project.

Waarom woningbouwtrajecten zo lang duren

Onderzoeksverplichtingen nemen heel veel tijd in beslag. Als we echt willen opschieten moet er regelgeving worden afgeschaft. Dus niet cosmetisch, maar inhoudelijk. De redenen dat bouwtrajecten zo ontzettend lang duren zijn de uitgebreide onderzoeksverplichtingen naar bijvoorbeeld aanwezige flora en fauna, luchtkwaliteit, stikstof, geluid, etc. etc. Deze verplichtingen nemen heel veel tijd in beslag. De onderzoeken worden meestal uitgevoerd door commerciële adviesbureaus, dat kost onderzoekstijd. De onderzoeken worden vervolgens door gemeenten en omgevingsdiensten beoordeeld. Vervolgens moeten de onderzoeken weer worden aangepast vanwege voornoemde beoordeling. Afstemming tussen overheden, overleg, etc. kosten ook veel tijd.

Participatie, bezwaar en beroep nemen heel veel tijd in beslag. Vervolgens wil iedereen meepraten over het bouwproject. Participatie, bezwaar en/of beroep staan open als mogelijkheid om mee te praten. Ook deze fases nemen veel tijd in beslag.

Kortom, als we willen opschieten met woningen bouwen, moeten we echt regels gaan afschaffen en ook accepteren dat niet iedereen kan meepraten.

Windturbines en gezondheid

Windturbines en gezondheid

Windturbines zijn al een lange tijd onderwerp van discussie. Of het nu een inbreuk is op het landschap, NIMBY of gezondheid, stil zal het nooit worden. Bij brief van 9 juni 2021 wordt er vanuit het ministerie een update gegeven over de relatie met gezondheid. Hierin wordt een reactie gegeven over een ingezonden brief van artsen die hun bezorgdheid hebben geuit over de mogelijke gezondheidseffecten van windturbines in de nabijheid van woningen.

Volgens de minister zijn de belangen van omwonenden geborgd in wettelijke regels in het Activiteitenbesluit. Wel wordt toegegeven dat ondanks dat windturbines voldoen aan wettelijke normen, er wel sprake kan zijn van geluidshinder. De optie van een app wordt besproken. Met deze app kunnen bewoners inzicht krijgen in het verwachte geluidsniveau en kunnen ze aangeven in hoeverre ze geluidsoverlast ervaren.

Ten tweede is aan het RIVM opdracht gegeven een expertisepunt op te richten. Lees meer in de brief.

Ruimtelijk ontwerp en Omgevingswet

Ruimtelijk ontwerp en Omgevingswet

Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 – Volgens het kabinet is ruimtelijk ontwerp essentieel voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving en bij de inzet van een goede omgevingskwaliteit. Ontwerp zorgt voor creativeit. Het actieprogramma wordt verbonden aan de NOVI. Een belangrijke stap voor de ontwerpwereld waar dit natuurlijk niet nieuw is.

De ruimtelijke omgeving op gemeentelijk niveau wordt momenteel echter vooral gedomineerd door rationeel denken: financiële haalbaarheid, strakke planningen, juridisch denken, politieke belangen, etc. Het is de weerbarstige praktijk waar ontwerp vaak ondergeschikt aan is gemaakt. Persoonlijk vind ik dat erg jammer. De genoemde belangen zijn ook belangrijk, maar ik denk dat de oplossingen vooral voortkomen uit creativeit denken en speelsheid. Erg positief dat op rijksniveau hier oog voor is! Lees meer… over het actieprogramma.

Snelle woningbouw is niet mogelijk met participatie en eindeloze onderzoeksverplichtingen

In de landelijke pers en politiek wordt vaak geroepen: ‘Nederland schreeuwt om meer woningen!’. Ook de minister in kwestie roept dat vaak, nu in een kamerbrief van 6 november 2020. De bedoelingen zullen vast goed zijn, maar er wordt een beeld neergezet alsof het maar behelpen is bij de Nederlandse gemeenten. Het moet allemaal sneller en eenvoudiger (met minder ambtenaren). Ook de Omgevingswet heeft dat idee als achtergrond: sneller en eenvoudiger. Was het maar zo simpel!

De praktijk is zoals altijd weerbarstiger dan het papier. Een initiatiefnemer voor een bouwplan, of het nu een projectontwikkelaar is of een particulier, moet naast een bouwplan een waslijst aan onderzoeken aanleveren: stikstofonderzoek, akoestisch onderzoek, archeologisch onderzoek, onderzoek naar externe veiligheid en flora en fauna, etc. De onderzoeken worden vervolgens beoordeeld door regionale omgevingsdiensten. Onderzoeken beoordelen doen gemeenten namelijk niet zelf, dit is uitbesteed aan omgevingsdiensten. Deze gespecialiseerde ambtenaren staan ver van de gemeentelijke praktijk af en kijken meestal strikt naar de regels: strijdig is strijdig. En hup, het onderzoek moet weer aangepast worden of opnieuw gedaan worden. Als de beoordeling en aanpassing binnen een paar weken afgerond zouden zijn, zou dit nog niet zo’n probleem zijn. Helaas is het zo dat wacht- en doorlooptijden tot een (half) jaar heel gewoon zijn. Ook de omgevingsdiensten kampen met personeelstekorten en durven vaak ook niet met praktische oplossingen te komen. Want een ambtenaar wil zich meestal ook kunnen indekken met een perfect sluitend advies. Vervolgens moet het gemeentebestuur nog wat vinden van het plan. Ook dat kost weer de nodige tijd. Veel gemeenteraden vergaderen maar 1x per maand. En de raadsagenda’s staan vol gepland.

Verder is het zo dat in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeenten al bezig zijn met de invoering en uitbreiding van participatie. Dit is het betrekken van bewoners in een plan in de informele fase. Het woord ‘participatie’ staat hoog op de politieke agenda. En dus moet er voor vrijwel elk plan ‘geparticipeerd’ worden of het nu iets bijdraagt of niet. Elke initiatiefnemer moet dus aan de slag met participatie: de buurt in en praten met buurtbewoners. Het uitgangspunt is op zich goed. Er zijn nu eenmaal plannen die best in kunnen grijpen in de naaste omgeving. Verder zijn er ook grote plannen waarbij inbreng van bewoners wat kan toevoegen. Meestal komt er helaas weinig uit. Wat vergeten wordt is dat er ook mensen tussen zitten die het als een sport zien om de boel te traineren of te vertragen. Dat zijn er meer dan u denkt. Men wil meestal niet dat de omgeving verandert. De meeste mensen houden namelijke niet van verandering. Participatie gaat alleen nog maar over het voortraject van het bouwplan. De bestemmingsplanprocedure of het vergunningentraject is dan nog niet eens begonnen! Ook dat traject kent vele valkuilen (en vertragingen).

Wil de minister echt opschieten met woningbouw? Schrap dan eens wat onderzoeksverplichtingen en participatie! Dan gaat het een stuk sneller. Zoals in China, waar de bulldozer gewoon komt voorrijden. Een sloopvergunning is niet nodig. Oh, dat wilt u niet? Zet dan eens een realistisch beeld neer van de praktijk van het vergunningen- en RO-traject voor woningbouw in Nederland! In een democratisch land waar iedereen wil meepraten gaan trajecten langzaam. Daar gaat de Omgevingswet of extra geld niets aan veranderen!

Publicatie: 7 november 2020

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

In aanloop tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2021 krijgen Provinciale Staten van de provincies de mogelijkheid alsnog een verordening vast te stellen met een verbrede reikwijdte.

Het betekent in feite een verbreding van het huidige criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ naar een ‘een goede fysieke leefomgeving’, in artikel 4.1, eerste lid Wro. Op zich is dit vooruitlopen op de Omgevingswet begrijpelijk, omdat veel provincies al ‘gereed’ zijn om met de Omgevingswet te werken. Voor provincies is het echter eenvoudiger dan gemeenten. Provincies staan – op zich goed – met meer afstand van de dagelijkse praktijk. De invulling van ‘een goede fysieke leefomgeving’ is voor gemeenten veel ingewikkelder, te meer omdat zij ook in praktische zin er mee moeten omgaan. De plannen die bij gemeenten binnenkomen kun je vooraf niet altijd bedenken op de tekentafel. Die zijn niet altijd in regels te vatten.

Meer informatie over het ontwerpbesluit Crisis- en herstelwet. Tevens de aanbiedingsbrief met meer informatie.

Bericht: 3 november 2020

Omgevingswet doel

Omgevingswet doel

Met de Omgevingswet worden 26 wetten teruggebracht naar één wet. Dit komt voort uit de maatschappelijke behoefte om regels te versimpelen, beter vindbaar te maken en meer ruimte te bieden voor initiatieven. Wie wil dat nou niet?

De uitgangspunten van de Omgevingswet zijn dan ook:

  • minder en overzichtelijke regelsomgevingswet doel
  • meer ruimte voor initiatieven
  • lokaal maatwerk
  • vertrouwen.

Om deze maatschappelijke doelen te halen zijn er in het voorstel 4 verbeterdoelen geformuleerd:

  • de fysieke leefomgeving samenhangend benaderen
  • de bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten
  • de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten
  • de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en vergroten.

Wederom de vraag: wie wil dat nou niet? Wie kan hier tegen zijn? De praktijk is echter – zonder de wet af te kraken – dat de achterliggende toetsingskaders van de wetgeving die worden ‘samengesmolten’ als de Omgevingswet met aanverwante wetgeving, vrijwel geheel overeind blijven. Met andere woorden: is het niet meer een cosmetische operatie aan de voorzijde? Ook vanwege Europese verplichtingen, zoals doorwerking van Europese richtlijnen in nationale wetgeving, kunnen we heel veel regels niet eens afschaffen.

Mijn andere kritische vraag: krijgen gemeenten er nu geld bij om goed gekwalificeerd personeel aan te trekken? Het Rijk heeft zich de laatste jaren erg teruggetrokken in de ruimtelijke ordening en laat vrijwel alles over aan gemeenten.  ‘Lokaal maatwerk’ klinkt erg mooi, maar de praktijk is dat een gemeente wel geschikte mensen in huis moet hebben om die afwegingen te kunnen maken. De laatste jaren is de kennis bij gemeenten erg achteruitgehold vanwege bezuinigingen. Persoonlijk vind ik dat erg jammer. Ik ben van mening dat gemeenten zelf ook kennis in huis moeten hebben. De afdoening van aanvragen kan dan sneller verlopen. Vanwege extra werk of specifieke kennis die nodig is, kun je inhuren, maar de basiskennis dient aanwezig te zijn bij de gemeente. Ik ben dan ook erg benieuwd of er extra geld naar de gemeenten gaat voor extra personeel.