Houtrook overlast regelen in omgevingsplan?

Houtrook overlast regelen in omgevingsplan?houtrook overlast

Steeds vaker komen bij gemeenten klachten binnen over geuroverlast van houtrook in open haarden en houtkachels. In verband met de hoge energieprijzen zullen mensen hier naar verwachting ook vaker gebruik van maken. Een open haard of houtkachel is voor de een warmte en gezelligheid, maar kan voor de ander overlast veroorzaken. Niet eenvoudig voor de gemeente. Vooral ook omdat er bij veel gemeenten noodgedwongen keuzes moeten worden gemaakt bij handhaving: je kunt immers niet alles handhaven. Dit is vaak ook ingegeven door gebrek aan personeel en budget.

In een uitspraak van 5 november 2021 heeft de rechtbank Zeeland – West Brabant uitspraak gedaan over een verzoek om handhaving vanwege ondervonden overlast van houtrook van een houtkachel. Eisers hebben last van prikkende ogen en stank in hun woning. Volgens hen is particuliere houtstook de belangrijkste bron van fijnstof en fijnstof is schadelijk voor de gezondheid van de mens. De gemeente heeft het verzoek om handhaving afgewezen.

De rechtbank is van oordeeldat het onderzoek beperkt is geweest nu slechts eenmaal een ambtenaar ter plaatse is geweest om te ruiken of sprake was van overmatige geurhinder. Het college had meer onderzoek kunnen doen. Dit laat echter onverlet dat dit onderzoek, zelfs als het was uitgevoerd door een zogenaamd gecertificeerde neus, niet had kunnen bijdragen aan het door eisers gewenste resultaat, namelijk het vaststellen van overmatige houtrookoverlast. Er zijn immers geen normen vastgesteld waaraan getoetst kan worden. Verder bestaan geen algemeen aanvaarde inzichten ten aanzien van de vraag, of en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. Het door eisers ingebrachte kennisdocument ‘Houtstook in Nederland’ geeft geen eenduidige norm bij welke mate van blootstelling onder welke frequenties en omstandigheden de rook schadelijk is voor de gezondheid.(…)” Lees meer in r.o. 5.1.  

Belangrijke overwegingen voor de gemeente – Hoewel het verzoek om handhaving is afgewezen en de rechtbank hierin meegaat, is het de vraag of de gemeente er regels voor moet opstellen in het nieuwe omgevingsplan. De gemeente kan namelijk in het omgevingsplan regels over geur opstellen om geuroverlast tegen te gaan en om de gezondheid te beschermen. Welke geurnormen moeten er worden opgenomen? In het kader van deregulering: wil de gemeente hier regels over opstellen? Immers indien er regels in het omgevingsplan worden opgenomen moet er ook budget en menskracht zijn om te handhaven. Een andere vraag: wil de gemeente zich hier mee bemoeien? Hoe groot is het probleem? Proportionaliteit speelt ook een rol. Willen we overal regels voor opstellen? Aan de andere kant heeft houtstook en fijnstof gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De bouwtechnische eisen voor schoorstenen van open haarden staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op de site van Infomil staat al veel informatie. Voor inspiratie over regels in het omgevingsplan, lees https://iplo.nl/thema/lucht/regels-houtstook-vanuit-woningen/.

 

De ellende die Bruidsschat heet? Praktijktips!

De ellende die Bruidsschat heet – PraktijkStap 2

Inmiddels heb je een start gemaakt met het omgevingsplan. In één van de vorige berichten (stap 1) is beschreven hoe je een start kunt maken. De voorbereidingen voor een omgevingsplan kun je het beste in kleine stapjes opknippen om het haalbaar te maken en vol te houden. Het klinkt simpel maar beginnen is de belangrijkste stap! Hoe? Dat lees je hieronder. Dit doen we aan de hand van onze eigen praktijkervaringen.

  • Bruidsschat doornemen

Om te voorkomen dat een ‘gat’ ontstaat tussen het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en het moment dat gemeenten regels opnemen in hun omgevingsplan, is voorzien in de ‘bruidsschat’ (BS). Daarmee gaan de bestaande regels uit de wetgeving per 1 juli 2022 van rechtswege over naar gemeentelijke omgevingsplannen (tijdelijk deel). De Rijksregels uit de BS zijn dus een gegeven per 1 juli 2022 en vormen een soort van overgangsrecht.

Feitelijk is de BS één grote vergaarbak van regels. Bij het lezen kom je erachter hoeveel onderwerpen erin zijn opgenomen: van cultureel erfgoed, geluid, energiebesparing tot aan het uitwassen van beton. Realiseer je dat de BS in zijn geheel dus straks van rechtswege onderdeel is van het tijdelijk gemeentelijk omgevingsplan en je hiermee moet werken in de praktijk. Werk nu met actuele geconsolideerde versies van de Ow met bijbehorende wetgeving. Dat is belangrijk omdat de versies regelmatig worden aangepast.

Voor het nieuwe omgevingsplan moet je regels maken die zijn afgestemd op de gemeente. Dit is ook de kans om ook de andere bestaande planologische regels eens te updaten of te schrappen. Dit kun je doen aan de hand van thema’s die in de BS worden behandeld. Eén van de onderwerpen die belangrijk is voor het omgevingsplan is vergunningsvrij.

Meer vergunningsvrije bouwwerken opnemen in omgevingsplan? In artikel 22.27 BS zijn de vergunningsvrije bouwactiviteiten opgenomen die thans nog in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn geregeld. Deze categorieën bouwwerken moeten wel aan het planologische kader worden getoetst, maar ten aanzien van het bouwen zijn deze vergunningsvrij. Dit beleidsneutrale gedeelte gaat dus over naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Voor het nieuwe omgevingsplan is het belangrijk de nieuwe systematiek van vergunningverlening van bouwwerken te leren kennen. Die ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. Op grond van artikel 5.1 van de Ow zijn er twee vergunningsplichten voor bouwwerken:

  • vergunningplicht voor technische bouwkwaliteit (zie Bkl)
  • vergunningplicht voor regels uit het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteiten)

Deze indeling in technisch bouwen en ruimtelijk bouwen wordt ook wel de harde knip genoemd.

Er zijn samengevat straks 3 categorieën vergunningsvrije bouwwerken:

  1. Vergunningsvrije categorieën bouwactiviteiten (technische toets) op grond van artikel 2.15d Bbl. (Voor deze categorieën bouwactiviteiten hoeft vooraf geen technische toets bouwkwaliteit plaats te vinden. Denk hierbij aan bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 5 meter waar dan ook op een perceel.
  2. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten (ruimtelijke toets) op grond van artikel 2.15f Bbl.
  3. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten op grond van het omgevingsplan.

Praktische tips

  • scan de BS eerst grofmazig, verfijnen kan later
  • maak thema’s van alle onderwerpen die je tegenkomt in de BS
  • wil de gemeente meer vergunningsvrije categorieën opnemen van omgevingsplanactiviteiten?
  • maak een afspraak met de vergunningverleners van de gemeente om de lijst van categorieën van vergunningsvrij te bespreken en af te stemmen;
  • wees niet bang voor fouten, dat hoort erbij.

Voor praktijkvragen bel 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in.

 

 

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtszeker?

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtsonzeker?open normen omgevingsplan

De Raad van State heeft op 27 oktober 2021 een interessante uitspraak gedaan over zogeheten open normen in een Chw-bestemmingsplan. Op grond van artikel 7c, lid 1 Besluit Chw kunnen in aanvulling op artikel 3.1 Wro in een bestemmingsplan ook regels worden gesteld die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Dit criterium wordt ook in de Omgevingswet gehanteerd. Hoewel de Ow nog niet in werking is getreden is deze uitspraak interessant. Hoe gaat de rechtspraak om met al die open normen die straks ook zullen worden opgenomen in de omgevingsplannen? Wat is het evenwicht tussen flexibiliteit in regels en voldoende rechtszekerheid?

Open normen in het ruimtelijk bestuursrecht zijn op zich niet nieuw. Ook onder de Wro wordt er gebruik gemaakt van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit wordt ingevuld door jurisprudentie. Toch dienen planregels onder de Wro wel voldoende rechtszeker te zijn. Nadere afwegingsmomenten in planregels zonder heldere criteria zijn in strijd met de rechtszekerheid, zie onder meer in r.o. 19.3 van uitspraak ABRS 16 december 2020, no. 201806136/1/R1.

De Afdeling laat zich ook uit over dynamische verwijzingen naar beleidsregels in planregels. Ook die zullen in omgevingsplannen terechtkomen. Eén van de voorwaarden uit een planregel voor het bouwen van gebouwen geeft aan dat het oprichten, veranderen of uitbreiden van gebouwen is toegestaan indien: er sprake is van een ‘evenwichtige verdeling’ van beschikbare winkelvloeroppervlakte. Een andere regel heeft het over ‘passende maatvoeringsnormen’ en ‘voldoende duurzame ontwikkeling’. In de regels wordt verwezen naar de ‘Beleidsregel stedenbouwkundig kader (…)’. In r.o. 9.4 gaat de Afdeling uitgebreid in op het juridische verschil tussen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan en een besluit tot vaststelling van een beleidsregel. Het gaat hier vooral om de voorbereiding van de besluiten en de mogelijkheden om hiertegen rechtsmiddelen aan te wenden. In r.o. 9.5 geeft de Afdeling aan: “De raad heeft in de betreffende planregels open normen (…) opgenomen. Dergelijke normen bieden naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende duidelijkheid over de daarmee toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden. Lees meer in ABRS 27 oktober 2021, no. 201906673/2/R1.

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt!

Van tijdelijk omgevingsplan naar volwaardig omgevingsplan. Zoals eerder bericht is deze weg te zien als een lange reis. De weg naar een volwaardig omgevingsplan is een reis met omwegen, dan weer recht op het doel af, een steegje in, een spurt maken en vervolgens weer een stap terug doen. Soms verwarrend, frustrerend en dan weer zeker weten dat het goed gaat. Er zijn inmiddels heel veel handreikingen in omloop. Goed bedoeld, maar lang niet altijd bruikbaar. De auteurs weten de theoretische aspecten vaak goed te benoemen, de praktijk is echter weerbarstiger. Het ‘plat slaan’ van de theorie en het om weten te zetten naar iets dat ook praktisch werkt is de kunst. Dat vergt oefening, van fouten leren en een lange adem. dereguleren

De doelen van de wetgever, zoals deregulering en vereenvoudiging, zijn mooi en nastrevenswaardig. Het is echter niet zo simpel. Bij een doel als deregulering moeten er in de praktijk keuzes worden gemaakt. Tijdens onze zoektocht kwamen we er achter door gesprekken met vergunningverleners dat bepaalde artikelen uit bijvoorbeeld de APV – die een link hebben met de fysieke leefomgeving – nooit worden gebruikt. Je zou zeggen: ‘weg met die regels’! Vanuit de gemeente werd vaak gezegd: ‘laat toch maar staan, misschien hebben we dit toch nog nodig’. Keuzes maken is eng. Dereguleren is keuzes maken en dat vraagt moed. Moed bij ambtenaren, maar ook bij bestuurders. Stel dat ambtenaren de keuze maken en voorstellen aan de raad om de betreffende artikelen in een aanpassingsronde te schrappen, dan is het nog maar de vraag of dit erdoor komt. De raad gaat ook weer vragen stellen, twijfelen en besluit – vaak uit onzekerheid – dat de regels uit de verordening beter intact kunnen worden gelaten. Ze gaan niet mee in het voorstel. Zo worden regels vaak in stand gelaten, ondanks de oproep tot deregulering. De praktijk is weerbarstig en geen rechte lijn van A naar B!

Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorming

Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorminggeluidsoverlast waterpompen

  • uitgaan van representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen
  • afwegen in kader van goed woon- en leefklimaat
  • geldt ook bij afweging besluitvorming omgevingsplan

Een gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de transformatie van een gemeentehuis naar woningen. De verwarming en het warmtapwater zal plaatsvinden via een waterpomp. Omwonenden zijn hier niet blij mee en zijn in beroep gegaan tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Deze uitspraak is hier opgenomen omdat deze jurisprudentie ook zal gelden bij de besluitvorming van het omgevingsplan in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het woon- en leefklimaat van omwonenden is hier onderdeel van.

“De Afdeling stelt voorop dat de raad zich in het kader van een goede ruimtelijke ordening ervan dient te vergewissen dat de planologisch voorziene ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het akoestisch woon- en leefklimaat van omwonenden. Cumulatie van geluidbelasting van verschillende geluidsbronnen dient bij die beoordeling te worden betrokken. (…) Ten aanzien van het geluid afkomstig van warmtepompen heeft de raad onder verwijzing naar artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012, slechts ziet op één enkele warmtepomp en geen rekening houdt met de cumulatie van meerdere installaties in elkaars nabijheid. De raad had moeten nagaan of de geluidbelasting die een gevolg is van de toepassing van warmtepompen voor een appartementsgebouw in overeenstemming is met een goed woon- en leefklimaat. Daarbij kan worden uitgegaan van een representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen. Dat is niet gedaan.” Lees meer in r.o. 5.2.1 van uitspraak ABRS 4 augustus 2021, no. 202004049/1/R1

Omgevingsplan en klimaat

Omgevingsplan en klimaatveranderingklimaatverandering in omgevingsplan

Op grond van artikel 2.1, derde lid van de Omgevingswet dient een bestuursorgaan van een gemeente zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit te oefenen met het oog op de doelen van de wet. Eén van de doelen is het tegengaan van klimaatverandering. Klimaatverandering is een breed begrip. Wat verstaat de wetgever er eigenlijk onder? Eén van de aspecten is volgens de MvT van de Ow dat ‘mede gezien de klimaatverandering is het van belang om waterbewust te bouwen en de ruimte zo in te richten dat de kans op en de gevolgen van een overstroming beperkt blijven’. Of ‘In de fysieke leefomgeving spelen zich natuurlijke processen af. De bodem verandert door sedimentatie en erosie, de natuur als gevolg van ecologische dynamiek en de zon brengt lucht en water in beweging (klimaat).’

Er is geen definitie opgenomen in de Ow van klimaatverandering. Wel van duurzame ontwikkeling: ‘ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.” Hoewel dit weer iets anders is, kan duurzame ontwikkeling wel weer invloed hebben op klimaatverandering. Zoals de wetgever aangeeft zijn de aspecten zoals genoemd in het derde lid van artikel 2.1 Ow niet wederzijds uitsluitend maar hebben ze een bepaalde overlap. Zo is het beschermen van het milieu, aldus de wetgever, een breed begrip, dat ook elementen van bijvoorbeeld het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering omvat. Al met al is het voor de gemeente niet zo eenvoudig concrete regels op te nemen in het omgevingsplan om klimaatverandering tegen te gaan.

Eén van de gevolgen van klimaatverandering is dat hevige regenval zal toenemen. Dat hebben we ook de laatste weken gezien in Duitsland, Nederland en België waar het water door de straten kolkte en huizen binnendrong. Het creëren van meer waterberging in de openbare ruimte is een van de maatregelen om wateroverlast te voorkomen. Er zijn allerlei maatregelen nodig, zoals bijvoorbeeld:

  • maatregelen aan de riolering (vervangen gemengd rioolstelsel door gescheiden stelsel)
  • maatregelen om verhard oppervlak te verminderen
  • groene daken stimuleren
  • aanpassen van de afwatering van de straat
  • aanpassen van inritten, enz. enz.

Ook onder de Ow staat de toedeling van functies aan gronden los van de eigendomssituatie. Door de particuliere tuinen bijvoorbeeld ’te bestemmen’ als ‘waterbergend gebied’ en voor verharding een vergunningstelsel op te nemen. Dit is vergelijkbaar met het ‘oude’ aanlegvergunningstelsel.

Een handige site is klimaatadaptienederland.nl.

Meer weten? Neem contact op!

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplan

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplangeluid waterpompen

Bij de vaststelling van een omgevingsplan moet de raad afwegen of er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op grond van artikel 1.3 Ow is dat een doel van de Omgevingswet: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Eén van de af te wegen onderdelen is geluid. Voorkomen moet worden dat omwonenden onevenredige geluidsoverlast ervaren. Geluid van waterpompen kan zeer vervelend zijn voor buren.

In deze zaak ging het om de vaststelling van een bestemmingsplan. Deze jurisprudentie zal ook zijn gelding houden bij de vaststelling van een omgevingsplan. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 16 grondgebonden woningen mogelijk. In dit geval gaf de raad aan dat geluid van waterpompen pas aan de orde kan komen bij de omgevingsvergunning. Volgens de Raad van State is dat niet het geval: “In dit geval kon alleen al niet worden volstaan met de verwijzing naar de omgevingsvergunning omdat artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012 op het moment dat het plan werd vastgesteld nog niet voorzag in geluidsnormen voor warmtepompen. Weliswaar zijn per 1 april 2021 wel geluidnormen voor installaties voor warmte- of koudeopwekking in het Bouwbesluit 2012 opgenomen, maar bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning die voor die datum is gedaan blijven de voorschriften van het Bouwbesluit van toepassing die golden op het tijdstip waarop de aanvraag werd gedaan. Een en ander betekent dat de raad bij de vaststelling van het plan een afweging had moeten maken van de mogelijke gevolgen voor de omgeving na realisatie van waterpompen binnen een woonbestemming en had dienen te onderzoeken of een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat zal ontstaan. Nu een dergelijke afweging ontbreekt komt het plan voor vernietiging in aanmerking.Lees meer in r.o. 6.4 van uitspraak ABRS 28 juli 2021, no. 202100601/1/R4.

Hoe zit dit in de Omgevingswet? – Vanaf 1 juli 2022 zal waarschijnlijk de Omgevingswet in werking treden, al kan dit ook een half jaar later zijn. Installaties buiten mogen niet meer dan 40 dB geluid voor de omgeving veroorzaken op grond van het Bouwbesluit 2012. De opvolger van het Bouwbesluit is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op grond van artikel 4.108 van het Bbl mag een installatie voor warmte- of koudeopwekking in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie maximaal 40 dB aan geluid veroorzaken. Dit blijft dus hetzelfde als de huidige wetgeving.

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden TAM

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden (TAM)

In een brief van 14 juni 2021 bericht de minister over TAM: ‘tijdelijk alternatieve mogelijkheden‘. Hiermee wordt voorgesorteerd op het niet op tijd gereedkomen van het ‘ICT-gedeelte’ van het gedeelte ‘plan-tot-publicatie’. De mogelijkheden moeten ervoor zorgen dat gebiedsontwikkelingen niet stil komen te liggen als het DSO-LV gedeelte nog niet gereed is. De verwachting is namelijk dat dit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet lukt. Volgens de brief zijn er ‘grote verschillen in ambitie en vorderingen bij de verschillende bevoegd gezagen‘. De TAM zijn met de bestuurlijke partners overeengekomen om de boel niet te laten vastlopen. De mogelijkheden zijn:

  • een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage leggen voordat de Omgevingswet in werking treedt;
  • de mogelijkheid inzetten een ‘Afwijkvergunning’ te verlenen;
  • tijdelijk gebruik van IMRO inzetten voor publiceren van ontwerp;
  • een ander bevoegd gezag inschakelen voor publicatie van het projectbesluit;
  • het tijdelijk in een cloud aanbieden van VTH-software;
  • lees meer op blz. 2 van de brief.

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie‘ is hèt woord dat de laatste tijd voorkomt in allerlei beleidsstukken en dat ook populair is bij gemeentebestuurders. Anticiperend op de Omgevingswet zijn er al gemeenten die voor de kleinste plannen participatie eisen. Een nieuw bijgebouw op een groot kwekerijterrein? Wat vinden de buren ervan? Dit soort participatie werkt alleen maar vertragend en wekt irritatie op bij initiatiefnemers. De afstanden zijn ruim en we hoeven ook niet voor alles toestemming te vragen van de buren toch? We slaan hier door.

Bestuurders die roepen dat het allemaal sneller moet! Ze voelen de druk om meer woningen te bouwen in kortere tijd. Aan de andere kant worden er ook allerlei vertragingen in planologische en bestuurlijke procedures gefietst die erg veel vertraging veroorzaken: gekmakende participatie!

Op zich is het goed om je buren vooraf te informeren over plannen die impact kunnen hebben op hun uitzicht of bijvoorbeeld tijdelijk overlast kunnen veroorzaken. Participatie betekent eigenlijk in praktische zin: communiceren. De meeste mensen vinden het niet prettig om uit de krant te vernemen dat hun buren gaan verbouwen. Vanuit dat oogpunt is het altijd goed om de buren vooraf mondeling te informeren. Gewoon vanuit goed fatsoen en hoe je zelf ook behandeld wilt worden. Dus mondeling en niet via email. Gemeente, ga het echter niet verplicht stellen en juridisch inkaderen. Dat groeit uit tot een papieren monster: gespreksverslag, reactie op gespreksverslag, processtuk, etc.

Bij grote plannen worden omwonenden nu ook al betrokken in het planproces. Vaak wel te laat. Het betreffende plan is vaak al in grote lijnen gereed en omwonenden mogen tijdens inloopavonden met gele stickers of via een app aangeven wat zij eventueel gewijzigd willen zien. Meestal gaat dit om kleine wijzigingen en voelen mensen zich niet serieus genomen. De meeste aanwezigen op een informatie- of inloopavond zijn vaak erg wantrouwend jegens de gemeente. Wil je mensen echt betrekken bij de planvorming neem ze dan in een zo vroeg stadium mee, anders heeft het weinig zin. Dat laatste wil trouwens ook niet zeggen dat het dan beter gaan verlopen. Er zullen altijd mensen zijn die tegen zijn: de meeste mensen houden namelijk niet van verandering in hun woonomgeving.

Bij kleinere plannen kan het verplichte participeren veel irritatie oproepen. Zonder na te denken of het plan effecten heeft voor de buren wordt door de gemeente participatie verplicht gesteld. Dit kan tot vreselijke situaties leiden. Buren die elkaar al jaren niet kunnen luchten of zien en die om die reden de plannen van de buren gaan dwarsbomen. Ik heb al hele treurige situaties meegemaakt tot aan bewaking toe bij hoorzittingen. Vaak om drogredenen (jaloezie) worden plannen bewust vertraagd door buren en doen ze er vanuit hun frustratie alles aan het plan te dwarsbomen. Het komt helaas heel vaak voor.

Met participatie wordt die mensen een extra platform gegeven om hun frustraties te uiten. Wat levert dit uiteindelijk op? Meestal alleen maar vertraging in het bouwproces!

Omgevingswaarden in omgevingsplan

In een omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld (artikel 2.11 Omgevingswet). Wat zijn omgevingswaarden? In de wet is geen definitie opgenomen. In de MvT staat het volgende:

Omgevingswaarden zijn juridisch verankerde beleidsdoelen. Een omgevingswaarde is een maatstaf voor de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, of de toelaatbare belasting door activiteiten of toelaatbare concentratie of depositie van stoffen in de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, uitgedrukt in meetbare of berekenbare of andere objectieve termen.

Het betreft dus niet de algemeen geformuleerde landschaps- of natuurwaarden, maar de concreet geformuleerde normstellingen, zoals bijv. emissieplafonds.

Omgevingswaarden zijn alleen gericht tot de gemeente die de omgevingswaarde stelt, dus niet tot burgers en bedrijven. Voor gemeenten is het vaststellen van omgevingswaarden een centraal sturingsinstrument, samen met het toedelen van functies aan locaties. Burgers en bedrijven krijgen pas te maken met een omgevingswaarde als de gemeente deze doorvertaalt naar regels aan activiteiten in het omgevingsplan.