Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorming

Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorminggeluidsoverlast waterpompen

  • uitgaan van representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen
  • afwegen in kader van goed woon- en leefklimaat
  • geldt ook bij afweging besluitvorming omgevingsplan

Een gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de transformatie van een gemeentehuis naar woningen. De verwarming en het warmtapwater zal plaatsvinden via een waterpomp. Omwonenden zijn hier niet blij mee en zijn in beroep gegaan tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Deze uitspraak is hier opgenomen omdat deze jurisprudentie ook zal gelden bij de besluitvorming van het omgevingsplan in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het woon- en leefklimaat van omwonenden is hier onderdeel van.

“De Afdeling stelt voorop dat de raad zich in het kader van een goede ruimtelijke ordening ervan dient te vergewissen dat de planologisch voorziene ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het akoestisch woon- en leefklimaat van omwonenden. Cumulatie van geluidbelasting van verschillende geluidsbronnen dient bij die beoordeling te worden betrokken. (…) Ten aanzien van het geluid afkomstig van warmtepompen heeft de raad onder verwijzing naar artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012, slechts ziet op één enkele warmtepomp en geen rekening houdt met de cumulatie van meerdere installaties in elkaars nabijheid. De raad had moeten nagaan of de geluidbelasting die een gevolg is van de toepassing van warmtepompen voor een appartementsgebouw in overeenstemming is met een goed woon- en leefklimaat. Daarbij kan worden uitgegaan van een representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen. Dat is niet gedaan.” Lees meer in r.o. 5.2.1 van uitspraak ABRS 4 augustus 2021, no. 202004049/1/R1

Omgevingsplan en klimaat

Omgevingsplan en klimaatveranderingklimaatverandering in omgevingsplan

Op grond van artikel 2.1, derde lid van de Omgevingswet dient een bestuursorgaan van een gemeente zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit te oefenen met het oog op de doelen van de wet. Eén van de doelen is het tegengaan van klimaatverandering. Klimaatverandering is een breed begrip. Wat verstaat de wetgever er eigenlijk onder? Eén van de aspecten is volgens de MvT van de Ow dat ‘mede gezien de klimaatverandering is het van belang om waterbewust te bouwen en de ruimte zo in te richten dat de kans op en de gevolgen van een overstroming beperkt blijven’. Of ‘In de fysieke leefomgeving spelen zich natuurlijke processen af. De bodem verandert door sedimentatie en erosie, de natuur als gevolg van ecologische dynamiek en de zon brengt lucht en water in beweging (klimaat).’

Er is geen definitie opgenomen in de Ow van klimaatverandering. Wel van duurzame ontwikkeling: ‘ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.” Hoewel dit weer iets anders is, kan duurzame ontwikkeling wel weer invloed hebben op klimaatverandering. Zoals de wetgever aangeeft zijn de aspecten zoals genoemd in het derde lid van artikel 2.1 Ow niet wederzijds uitsluitend maar hebben ze een bepaalde overlap. Zo is het beschermen van het milieu, aldus de wetgever, een breed begrip, dat ook elementen van bijvoorbeeld het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering omvat. Al met al is het voor de gemeente niet zo eenvoudig concrete regels op te nemen in het omgevingsplan om klimaatverandering tegen te gaan.

Eén van de gevolgen van klimaatverandering is dat hevige regenval zal toenemen. Dat hebben we ook de laatste weken gezien in Duitsland, Nederland en België waar het water door de straten kolkte en huizen binnendrong. Het creëren van meer waterberging in de openbare ruimte is een van de maatregelen om wateroverlast te voorkomen. Er zijn allerlei maatregelen nodig, zoals bijvoorbeeld:

  • maatregelen aan de riolering (vervangen gemengd rioolstelsel door gescheiden stelsel)
  • maatregelen om verhard oppervlak te verminderen
  • groene daken stimuleren
  • aanpassen van de afwatering van de straat
  • aanpassen van inritten, enz. enz.

Ook onder de Ow staat de toedeling van functies aan gronden los van de eigendomssituatie. Door de particuliere tuinen bijvoorbeeld ‘te bestemmen’ als ‘waterbergend gebied’ en voor verharding een vergunningstelsel op te nemen. Dit is vergelijkbaar met het ‘oude’ aanlegvergunningstelsel.

Een handige site is klimaatadaptienederland.nl.

Meer weten? Neem contact op!

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplan

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplangeluid waterpompen

Bij de vaststelling van een omgevingsplan moet de raad afwegen of er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op grond van artikel 1.3 Ow is dat een doel van de Omgevingswet: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Eén van de af te wegen onderdelen is geluid. Voorkomen moet worden dat omwonenden onevenredige geluidsoverlast ervaren. Geluid van waterpompen kan zeer vervelend zijn voor buren.

In deze zaak ging het om de vaststelling van een bestemmingsplan. Deze jurisprudentie zal ook zijn gelding houden bij de vaststelling van een omgevingsplan. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 16 grondgebonden woningen mogelijk. In dit geval gaf de raad aan dat geluid van waterpompen pas aan de orde kan komen bij de omgevingsvergunning. Volgens de Raad van State is dat niet het geval: “In dit geval kon alleen al niet worden volstaan met de verwijzing naar de omgevingsvergunning omdat artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012 op het moment dat het plan werd vastgesteld nog niet voorzag in geluidsnormen voor warmtepompen. Weliswaar zijn per 1 april 2021 wel geluidnormen voor installaties voor warmte- of koudeopwekking in het Bouwbesluit 2012 opgenomen, maar bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning die voor die datum is gedaan blijven de voorschriften van het Bouwbesluit van toepassing die golden op het tijdstip waarop de aanvraag werd gedaan. Een en ander betekent dat de raad bij de vaststelling van het plan een afweging had moeten maken van de mogelijke gevolgen voor de omgeving na realisatie van waterpompen binnen een woonbestemming en had dienen te onderzoeken of een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat zal ontstaan. Nu een dergelijke afweging ontbreekt komt het plan voor vernietiging in aanmerking.Lees meer in r.o. 6.4 van uitspraak ABRS 28 juli 2021, no. 202100601/1/R4.

Hoe zit dit in de Omgevingswet? – Vanaf 1 juli 2022 zal waarschijnlijk de Omgevingswet in werking treden, al kan dit ook een half jaar later zijn. Installaties buiten mogen niet meer dan 40 dB geluid voor de omgeving veroorzaken op grond van het Bouwbesluit 2012. De opvolger van het Bouwbesluit is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op grond van artikel 4.108 van het Bbl mag een installatie voor warmte- of koudeopwekking in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie maximaal 40 dB aan geluid veroorzaken. Dit blijft dus hetzelfde als de huidige wetgeving.

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden TAM

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden (TAM)

In een brief van 14 juni 2021 bericht de minister over TAM: ‘tijdelijk alternatieve mogelijkheden‘. Hiermee wordt voorgesorteerd op het niet op tijd gereedkomen van het ‘ICT-gedeelte’ van het gedeelte ‘plan-tot-publicatie’. De mogelijkheden moeten ervoor zorgen dat gebiedsontwikkelingen niet stil komen te liggen als het DSO-LV gedeelte nog niet gereed is. De verwachting is namelijk dat dit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet lukt. Volgens de brief zijn er ‘grote verschillen in ambitie en vorderingen bij de verschillende bevoegd gezagen‘. De TAM zijn met de bestuurlijke partners overeengekomen om de boel niet te laten vastlopen. De mogelijkheden zijn:

  • een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage leggen voordat de Omgevingswet in werking treedt;
  • de mogelijkheid inzetten een ‘Afwijkvergunning’ te verlenen;
  • tijdelijk gebruik van IMRO inzetten voor publiceren van ontwerp;
  • een ander bevoegd gezag inschakelen voor publicatie van het projectbesluit;
  • het tijdelijk in een cloud aanbieden van VTH-software;
  • lees meer op blz. 2 van de brief.

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie‘ is hèt woord dat de laatste tijd voorkomt in allerlei beleidsstukken en dat ook populair is bij gemeentebestuurders. Anticiperend op de Omgevingswet zijn er al gemeenten die voor de kleinste plannen participatie eisen. Een nieuw bijgebouw op een groot kwekerijterrein? Wat vinden de buren ervan? Dit soort participatie werkt alleen maar vertragend en wekt irritatie op bij initiatiefnemers. De afstanden zijn ruim en we hoeven ook niet voor alles toestemming te vragen van de buren toch? We slaan hier door.

Bestuurders die roepen dat het allemaal sneller moet! Ze voelen de druk om meer woningen te bouwen in kortere tijd. Aan de andere kant worden er ook allerlei vertragingen in planologische en bestuurlijke procedures gefietst die erg veel vertraging veroorzaken: gekmakende participatie!

Op zich is het goed om je buren vooraf te informeren over plannen die impact kunnen hebben op hun uitzicht of bijvoorbeeld tijdelijk overlast kunnen veroorzaken. Participatie betekent eigenlijk in praktische zin: communiceren. De meeste mensen vinden het niet prettig om uit de krant te vernemen dat hun buren gaan verbouwen. Vanuit dat oogpunt is het altijd goed om de buren vooraf mondeling te informeren. Gewoon vanuit goed fatsoen en hoe je zelf ook behandeld wilt worden. Dus mondeling en niet via email. Gemeente, ga het echter niet verplicht stellen en juridisch inkaderen. Dat groeit uit tot een papieren monster: gespreksverslag, reactie op gespreksverslag, processtuk, etc.

Bij grote plannen worden omwonenden nu ook al betrokken in het planproces. Vaak wel te laat. Het betreffende plan is vaak al in grote lijnen gereed en omwonenden mogen tijdens inloopavonden met gele stickers of via een app aangeven wat zij eventueel gewijzigd willen zien. Meestal gaat dit om kleine wijzigingen en voelen mensen zich niet serieus genomen. De meeste aanwezigen op een informatie- of inloopavond zijn vaak erg wantrouwend jegens de gemeente. Wil je mensen echt betrekken bij de planvorming neem ze dan in een zo vroeg stadium mee, anders heeft het weinig zin. Dat laatste wil trouwens ook niet zeggen dat het dan beter gaan verlopen. Er zullen altijd mensen zijn die tegen zijn: de meeste mensen houden namelijk niet van verandering in hun woonomgeving.

Bij kleinere plannen kan het verplichte participeren veel irritatie oproepen. Zonder na te denken of het plan effecten heeft voor de buren wordt door de gemeente participatie verplicht gesteld. Dit kan tot vreselijke situaties leiden. Buren die elkaar al jaren niet kunnen luchten of zien en die om die reden de plannen van de buren gaan dwarsbomen. Ik heb al hele treurige situaties meegemaakt tot aan bewaking toe bij hoorzittingen. Vaak om drogredenen (jaloezie) worden plannen bewust vertraagd door buren en doen ze er vanuit hun frustratie alles aan het plan te dwarsbomen. Het komt helaas heel vaak voor.

Met participatie wordt die mensen een extra platform gegeven om hun frustraties te uiten. Wat levert dit uiteindelijk op? Meestal alleen maar vertraging in het bouwproces!

Omgevingswaarden in omgevingsplan

In een omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld (artikel 2.11 Omgevingswet). Wat zijn omgevingswaarden? In de wet is geen definitie opgenomen. In de MvT staat het volgende:

Omgevingswaarden zijn juridisch verankerde beleidsdoelen. Een omgevingswaarde is een maatstaf voor de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, of de toelaatbare belasting door activiteiten of toelaatbare concentratie of depositie van stoffen in de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, uitgedrukt in meetbare of berekenbare of andere objectieve termen.

Het betreft dus niet de algemeen geformuleerde landschaps- of natuurwaarden, maar de concreet geformuleerde normstellingen, zoals bijv. emissieplafonds.

Omgevingswaarden zijn alleen gericht tot de gemeente die de omgevingswaarde stelt, dus niet tot burgers en bedrijven. Voor gemeenten is het vaststellen van omgevingswaarden een centraal sturingsinstrument, samen met het toedelen van functies aan locaties. Burgers en bedrijven krijgen pas te maken met een omgevingswaarde als de gemeente deze doorvertaalt naar regels aan activiteiten in het omgevingsplan.

Omgevingsplanactiviteit. Wat is het?

Omgevingsplanactiviteit. Wat is het?

Alle vergunningplichtige activiteiten die verband houden met het omgevingsplan. Het gaat daarbij zowel om de activiteiten die in het omgevingsplan zelf vergunningplichtig zijn gesteld, als de activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

Een besluit over een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt voorbereid met de reguliere procedure. Nieuw is dat een aanvrager moet aangeven of en op welke wijze omwonenden bij de aanvraag zijn betrokken. Er kan bijv. worden gekozen voor inspraakgelegenheid voorafgaand aan het indienen van de aanvraag. Tegen het besluit over de vergunning kan bezwaar worden gemaakt door belanghebbenden, waarna vervolgens beroep en hoger beroep mogelijk is.

Meer informatie over de omgevingsplanactiviteit volgt.

15 oktober 2017

Fysieke leefomgeving Omgevingsplan

De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het hele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.

De wet bepaalt niet exact wat onder fysieke leefomgeving moet worden verstaan. Wel benoemt de wet welke aspecten de fysieke leefomgeving in elk geval omvat:

  • bouwwerken
  • infrastructuur
  • watersystemen
  • water
  • bodem
  • lucht
  • landschappen
  • natuur
  • cultureel erfgoed
  • werelderfgoed

Uit de MvT van de wet wordt duidelijk dat het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving moet bevatten. Er zijn 2 hoofdonderdelen van de fysieke leefomgeving te onderscheiden:

  • de natuurlijke omgeving
  • de bebouwde omgeving

Voertuigen en gehouden dieren worden niet tot de fysieke leefomgeving gerekend. Bomen en vaste planten, met inbegrip van fruitbomen, kunnen ook tot de fysieke leefomgeving worden gerekend. Dit geldt echter niet voor landbouwgewassen die slechts enkele maanden aanwezig zijn in de omgeving en dan weer worden geoogst. De beoordeling of iets tot de fysieke leefomgeving behoort is echter altijd afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval.

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving – Zie artikel 1.2. Deze bepaling kleurt het toepassingsbereik verder in:

  • het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan,
  • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
  • activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt
  • het nalaten van activiteiten
  • gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.