Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie‘ is hèt woord dat de laatste tijd voorkomt in allerlei beleidsstukken en dat ook populair is bij gemeentebestuurders. Anticiperend op de Omgevingswet zijn er al gemeenten die voor de kleinste plannen participatie eisen. Een nieuw bijgebouw op een groot kwekerijterrein? Wat vinden de buren ervan? Dit soort participatie werkt alleen maar vertragend en wekt irritatie op bij initiatiefnemers. De afstanden zijn ruim en we hoeven ook niet voor alles toestemming te vragen van de buren toch? We slaan hier door.

Bestuurders die roepen dat het allemaal sneller moet! Ze voelen de druk om meer woningen te bouwen in kortere tijd. Aan de andere kant worden er ook allerlei vertragingen in planologische en bestuurlijke procedures gefietst die erg veel vertraging veroorzaken: gekmakende participatie!

Op zich is het goed om je buren vooraf te informeren over plannen die impact kunnen hebben op hun uitzicht of bijvoorbeeld tijdelijk overlast kunnen veroorzaken. Participatie betekent eigenlijk in praktische zin: communiceren. De meeste mensen vinden het niet prettig om uit de krant te vernemen dat hun buren gaan verbouwen. Vanuit dat oogpunt is het altijd goed om de buren vooraf mondeling te informeren. Gewoon vanuit goed fatsoen en hoe je zelf ook behandeld wilt worden. Dus mondeling en niet via email. Gemeente, ga het echter niet verplicht stellen en juridisch inkaderen. Dat groeit uit tot een papieren monster: gespreksverslag, reactie op gespreksverslag, processtuk, etc.

Bij grote plannen worden omwonenden nu ook al betrokken in het planproces. Vaak wel te laat. Het betreffende plan is vaak al in grote lijnen gereed en omwonenden mogen tijdens inloopavonden met gele stickers of via een app aangeven wat zij eventueel gewijzigd willen zien. Meestal gaat dit om kleine wijzigingen en voelen mensen zich niet serieus genomen. De meeste aanwezigen op een informatie- of inloopavond zijn vaak erg wantrouwend jegens de gemeente. Wil je mensen echt betrekken bij de planvorming neem ze dan in een zo vroeg stadium mee, anders heeft het weinig zin. Dat laatste wil trouwens ook niet zeggen dat het dan beter gaan verlopen. Er zullen altijd mensen zijn die tegen zijn: de meeste mensen houden namelijk niet van verandering in hun woonomgeving.

Bij kleinere plannen kan het verplichte participeren veel irritatie oproepen. Zonder na te denken of het plan effecten heeft voor de buren wordt door de gemeente participatie verplicht gesteld. Dit kan tot vreselijke situaties leiden. Buren die elkaar al jaren niet kunnen luchten of zien en die om die reden de plannen van de buren gaan dwarsbomen. Ik heb al hele treurige situaties meegemaakt tot aan bewaking toe bij hoorzittingen. Vaak om drogredenen (jaloezie) worden plannen bewust vertraagd door buren en doen ze er vanuit hun frustratie alles aan het plan te dwarsbomen. Het komt helaas heel vaak voor.

Met participatie wordt die mensen een extra platform gegeven om hun frustraties te uiten. Wat levert dit uiteindelijk op? Meestal alleen maar vertraging in het bouwproces!

Omgevingswaarden in omgevingsplan

In een omgevingsplan kunnen omgevingswaarden worden vastgesteld (artikel 2.11 Omgevingswet). Wat zijn omgevingswaarden? In de wet is geen definitie opgenomen. In de MvT staat het volgende:

Omgevingswaarden zijn juridisch verankerde beleidsdoelen. Een omgevingswaarde is een maatstaf voor de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, of de toelaatbare belasting door activiteiten of toelaatbare concentratie of depositie van stoffen in de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan, uitgedrukt in meetbare of berekenbare of andere objectieve termen.

Het betreft dus niet de algemeen geformuleerde landschaps- of natuurwaarden, maar de concreet geformuleerde normstellingen, zoals bijv. emissieplafonds.

Omgevingswaarden zijn alleen gericht tot de gemeente die de omgevingswaarde stelt, dus niet tot burgers en bedrijven. Voor gemeenten is het vaststellen van omgevingswaarden een centraal sturingsinstrument, samen met het toedelen van functies aan locaties. Burgers en bedrijven krijgen pas te maken met een omgevingswaarde als de gemeente deze doorvertaalt naar regels aan activiteiten in het omgevingsplan.

Omgevingsplanactiviteit. Wat is het?

Omgevingsplanactiviteit. Wat is het?

Alle vergunningplichtige activiteiten die verband houden met het omgevingsplan. Het gaat daarbij zowel om de activiteiten die in het omgevingsplan zelf vergunningplichtig zijn gesteld, als de activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

Een besluit over een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt voorbereid met de reguliere procedure. Nieuw is dat een aanvrager moet aangeven of en op welke wijze omwonenden bij de aanvraag zijn betrokken. Er kan bijv. worden gekozen voor inspraakgelegenheid voorafgaand aan het indienen van de aanvraag. Tegen het besluit over de vergunning kan bezwaar worden gemaakt door belanghebbenden, waarna vervolgens beroep en hoger beroep mogelijk is.

Meer informatie over de omgevingsplanactiviteit volgt.

15 oktober 2017

Fysieke leefomgeving Omgevingsplan

De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het hele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.

De wet bepaalt niet exact wat onder fysieke leefomgeving moet worden verstaan. Wel benoemt de wet welke aspecten de fysieke leefomgeving in elk geval omvat:

  • bouwwerken
  • infrastructuur
  • watersystemen
  • water
  • bodem
  • lucht
  • landschappen
  • natuur
  • cultureel erfgoed
  • werelderfgoed

Uit de MvT van de wet wordt duidelijk dat het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving moet bevatten. Er zijn 2 hoofdonderdelen van de fysieke leefomgeving te onderscheiden:

  • de natuurlijke omgeving
  • de bebouwde omgeving

Voertuigen en gehouden dieren worden niet tot de fysieke leefomgeving gerekend. Bomen en vaste planten, met inbegrip van fruitbomen, kunnen ook tot de fysieke leefomgeving worden gerekend. Dit geldt echter niet voor landbouwgewassen die slechts enkele maanden aanwezig zijn in de omgeving en dan weer worden geoogst. De beoordeling of iets tot de fysieke leefomgeving behoort is echter altijd afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval.

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving – Zie artikel 1.2. Deze bepaling kleurt het toepassingsbereik verder in:

  • het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan,
  • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
  • activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt
  • het nalaten van activiteiten
  • gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.