Landschap

Landschapsarchitectuur en de Omgevingswet

Binnen de brede afweging van ‘een goede fysieke leefomgeving‘ valt ook de kwaliteit van het landschap in brede zin. Voor de landschapsarchitect is het van belang om onder meer bij te dragen aan de 21 nationale belangen die zijn gesteld in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waaronder een goede leefomgevingskwaliteit. Zoals iedere landschapsarchitect inmiddels wel weet zijn biodiversiteit, energielandschappen en klimaatveranderingen belangrijkse aspecten bij hedendaagse ontwerpen.

Begrippen uit de Omgevingswet betrekking hebbend op Landschapsarchitectuur

  • bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen;
  • cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en voorzover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
  • herbeplanten: door aanplant, bezaaiing, of natuurlijke verjonging of op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand;
  • houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;
  • kavel: een aaneengesloten oppervlakte gronden van een eigenaar, omgeven door gronden van andere eigenaren of door openbare wegen of spoorwegen, of door niet overschrijdbare waterwegen;
  • landschappen: gebieden zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen;
  • nationaal park: gebied met belangrijke natuurwetenschappelijke of landschappelijke kwaliteiten;
  • natuurlijke habitat: geheel natuurlijke of half natuurlijke land- of waterzone met bijzondere geografische, abiotische en biotische kenmerken;
  • planten: in elk geval planten in al hun ontwikkelingsstadia, levend of dood, delen van planten, uit planten verkregen producten, ge├źnte planten, of andere zaken voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket, of uit andere omstandigheden blijkt dat het gaat om delen van planten of daaruit verkregen producten;
  • stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten zich bevinden.

Zie bijlage 1 bij de Omgevingswet.