Zoekgebieden RES niet overschrijden in omgevingsplan

Zoekgebieden RES niet overschrijden in omgevingsplan zoekgebieden RES

Bij het opstellen van omgevingsvisies krijgen gemeenten te maken met de Regionale Energiestrategie (RES). Op regionaal niveau zijn zoekgebieden aangewezen waarin onder bepaalde voorwaarden grote windturbines geplaatst mogen worden of windparken. In bepaalde locaties mogen weer zonnevelden gesitueerd worden. Deze zoekgebieden worden vervolgens vertaald naar het omgevingsplan. De zoekgebieden kunnen gemeentegrenzen overschrijden.

Op lokaal niveau komen allerlei initiatieven binnen bij gemeenten waarbij de koek verdeeld moet worden in deze gebieden. Energie is een onderwerp dat ook op politiek niveau gevoelig ligt. Behalve de idioot hoge tarieven van dit moment die we allemaal in onze portemonnee voelen, hebben grote windturbines ook grote gevolgen voor ons landschap. Dus ook vanuit de bevolking is er veel weerstand, ondanks dat veel mensen denk ik niet tegen de energietransitie zijn. Wel geldt NYMBY.

Een interessante uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2022 laat zien dat het niet verstandig is af te wijken van de grenzen van zoekgebieden, zonder uitvoerig onderzoek. Of het nu om zoekgebieden gaat van de RES of andere zoekgebieden. Dit zal ook bij het opstellen van omgevingsplannen gaan spelen. De druk op het buitengebied vanwege de energietransitie is heel erg groot. In dit geval gaat het om de realisatie van een zonnepark van zo’n kleine 6 hectare voor 25 jaar.

Appellanten voeren in beroep aan dat het zonnepark wordt gesitueerd in een beekdallandschap met waarden. Volgens de gemeente valt maar een klein deel in het beekdallandschap en buiten het zoekgebied. Als er onderzoek plaatsvindt naar aanwezige natuur- en landschapswaarden in het gebied kan er volgens de gemeente in beginsel worden meegewerkt met een omgevingsvergunning.

De Afdeling zegt er het volgende over: “dat de strook in het beeklandschap, waar een deel van het zonnepark is voorzien, niet behoort tot het bestaande zoekgebied voor zonneparken. De strook is ook niet na de inventarisatie in 2018 alsnog aangewezen als en toegevoegd aan het zoekgebied voor zonneparken. Weliswaar is volgens het college door een ecoloog geconstateerd dat de betreffende strook niet de gebiedskenmerken heeft van een beekdallandschap, (…) maar daarvan is geen verslag of rapport opgesteld dat ten grondslag is gelegd aan het besluit tot vergunningverlening. Lees meer in r.o. 5.3.


Naar een omgevingsplan in 6 stappen!

Ben je RO-medewerker bij een gemeente en heb je weinig tijd voor het omgevingsplan? Het is belangrijk goed na te denken over een goede juridische structuur en samenhang. Besteed niet alles uit, maar denk zelf ook na over de consequenties van keuzes. Of over de praktische toepassing binnen de gemeente. Dat is niet eenvoudig, de gelaagdheid van een omgevingsplan is enorm. Wij hebben al meer dan een jaar voorwerk gedaan en hebben ons door alle milieulagen geworsteld, door alle verordeningen, rijksregelgeving en nagedacht over een goed juridisch basiscasco en een basisset regels. Dit heeft geleid tot het programma ‘naar een omgevingsplan in 6 stappen’. Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie en de mogelijkheden

Toon gevoel in participatie!

Toon gevoel in participatie van ruimtelijke plannen!

Participatie bij ruimtelijke plannen is hot en staat volop in de belangstelling bij gemeenten. Participatie is ook moeilijk. Het lijkt een schaakspel vol belangen. Financiële belangen van projectontwikkelaars, politieke belangen en burgers die tegen een plan zijn of iets anders willen. Hoe organiseer je dat nu het beste? Het is lastig en complex. Wat voor de ene groep een voordeel is, kan voor de ander een last zijn. Wat wel belangrijk is heb ik gemerkt, is zo vroeg mogelijk met mensen om de tafel gaan zitten. Meestal gebeurt dat pas als de plannen al in een ver gevorderd stadium zitten met perfect uitziende plaatjes. Dat is te laat.

Stop met de Photoshop-terreur – Vrijwel alle visies, sfeerimpressies en plannen zitten vol met perfect uitziende landschappen en mensen, en zien er hetzelfde uit. Vreselijk! Het zijn koude en klinisch, perfect uitziende plaatjes en kaartjes. Totaal niet inspirerend. Het raakt mensen niet. Mensen emotioneel raken is volgens mij het belangrijkste bij participatietrajecten. Dat je als inwoner het gevoel krijgt dat de nieuwe buurt echt voor mensen is gemaakt, ook al ben je het er niet mee eens. Gevoel is steeds verder op de achtergrond geraakt en wordt overschaduwd door financiële en zakelijke belangen. Geld is zeker belangrijk om een plan uit te kunnen voeren, laat daar geen misverstand over bestaan, maar het plan moet voor mensen gemaakt worden. Toon als ontwerper eens ruwe schetsen, hoe is het plan ontstaan? Al schetsend en schurend komt iets tot stand. Ik wil ook de mislukkingen zien, geen perfectie. Helaas zien we altijd het eindresultaat: het perfect uitziende kille plaatje. Betekenisloos. Afwisseling in handgemaakte schetsen, tekeningen, maquettes, VR-ervaringen en Photoshop-afbeeldingen zou al winst zijn. Het moet deel uitmaken van een inspirerend verhaal over de omgeving. Dat kost veel tijd en moeite, maar levert meer op omdat het inspireert en mensen aan het denken zet. De kunst is mensen die sceptisch naar een inloopavond komen, in elk geval te raken met het verhaal van de locatie en aan het denken te zetten. Daar hoort ook imperfectie bij, al vinden we dat als beroepsbeoefenaars lastig.

Landschap is meer dan data – Een mooi initiatief en dimensie in aanpak voor ruimtelijke planvorming komt van Arita Baaijens. In een artikel in het tijdschrift Blauwe Kamer uit 2020 geeft ze aan dat vrijwel iedereen een gevoel heeft bij een plek. Ze heeft het ook over common ground en verbeeldingskracht: “In participatietrajecten wordt gesproken in het jargon van experts, gewerkt met kaarten die planners en ontwerpers op basis van kwalificeerbare data fabriceren. Maar het landschap is meer dan een optelsom van data en cijfers. Het is een verzameling van belevingen, ervaringen en herinneringen. Die subjectieve kant heeft in de meeste planprocessen het nakijken. (…) Laat beleidsmakers, ontwikkelaars, bewoners, burgemeesters of wie dan ook in het veld het gesprek voeren over waarnemingen en ervaringen. [einde citaat]”. 

Ingewikkeld en vaag? Ja, maar ruimtelijke planvorming is complex en het lijkt mij de moeite waard om het voortraject eens anders aan te pakken om bijvoorbeeld eens gezamenlijk de fiets te pakken. Een boeiend verhaal ter plaatse over de plek met uitleg over de plannen zou toch een mooi begin kunnen zijn in plaats van in een zaaltje. Meerdere keren met elkaar door de locatie lopen. Het vergt moed en kost veel tijd, maar levert denk ik op de lange termijn veel op: meer begrip voor elkaars standpunten, elkaars belangen en de uitvoering van het plan.

 

Van 50%-omgevingsvisie naar omgevingsplan – 5 tips

Van 50%-omgevingsvisie naar omgevingsplan – begin met een cascocasco omgevingsplan

Wat te doen als de gemeente nog geen begin gemaakt heeft met een Omgevingsvisie? De weg naar een bruikbare omgevingsvisie is lang. Het is nieuw en complex om alle lagen en gebieden van een gemeente te integreren. We hebben allemaal de neiging de tot dusverre gemaakte ruimtelijke plannen in elkaar te schuiven en er een soort van structuurvisie van te maken. Heel begrijpelijk, omdat we gewend zijn plannen en visies te maken vanuit een ruimtelijke insteek. Op grond van de Omgevingswet (Ow) moeten we echter een andere aanpak volgen. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vanuit onze eigen praktijkervaringen kunnen we het volgende zeggen, maak eerst een casco voor de Omgevingsvisie. Dat wil overigens niet zeggen dat dit dé route is, er zijn vele wegen die naar Rome leiden!

Stap 1 Benoem de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven in en voor Nederland – Een casco/inhoudsopgave – of hoe je het ook wil noemen – zorgt voor een basisstructuur: een kapstok. Op deze basis kun je gaandeweg het proces steeds terug vallen. De eerste vragen die gesteld moeten worden zijn:

  • welke maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven bestaan er in Nederland voor de fysieke leefomgeving? Denk hierbij aan doelen over de energietransitie of bijvoorbeeld de bouw van 1 miljoen woningen. Benoem deze zo concreet mogelijk.
  • welke doelen volgen er uit de Omgevingswet? Zie artikel 2.1 Ow. Benoem ze en zet deze onder elkaar.

Stap 2 Welke opgaven zijn er regionaal en op basis van bestaand gemeentelijk beleid? Ook hier geldt, beschrijf deze zo helder mogelijk en zet deze onder elkaar. Dit is handig voor het overzicht. Dit hoeft niet uitputtend te zijn. Het kan later aangevuld of verwijderd worden.

Zet deze antwoorden bovenaan. Op basis hiervan gaat de trechter naar beneden en komen we toe aan de volgende stap.

Stap 3 Keuzes gemeente – welke keuzes maakt de gemeente op basis van voornoemde stappen? Is er bijvoorbeeld ruimte binnen de gemeente om nieuwe woningen te bouwen, gezien de opgave van 1 miljoen woningen per jaar? Welke concrete stappen wil de gemeente zetten in de energietransitie? Wordt er gekozen voor zonne-akkers of alleen zonnepanelen op daken? Het kan van alles zijn, maar maak keuzes. Deze keuzes zijn ook relevant voor de raad. Beschrijf ze dus zo concreet mogelijk. 

Stap 3A Gebieden binnen gemeente – welke gebieden kunnen onderscheiden worden binnen de gemeente? Benoem ze en zet ze onder elkaar. De keuzes die gemaakt zijn in stap 3 moeten straks door middel van het omgevingsplan landen in de gebieden.

Stap 3B Thema’s – Benoem hier de thema’s uit de Ow, zoals energietransitie, gezondheid, klimaat, enzovoorts. Stel hier ook vragen bij. Bijvoorbeeld, wat kan de gemeente doen in het fysieke leefdomein om gezondheid te bevorderen? Bijvoorbeeld meer fiets- en wandelpaden aanleggen? Geluidbelasting in sommige gebieden verlagen? Het kan van alles zijn, benoem ze allemaal.

Tussen de gebieden en de gekozen thema’s bestaat een wisselwerking.

Stap 4 Leg de thema’s over de gebieden – Doe dit spelenderwijs met behulp van kalkpapier. Op deze manier zie je op hoofdlijnen de keuzes die gemaakt zijn en de gebieden waarin ze uitgerold moeten worden. Sommige thema’s zullen van toepassing zijn in de hele gemeente. Je kunt zo ook al werkingsgebieden maken die je weer kunt gebruiken bij het omgevingsplan. Op basis van deze hoofdlijnen kunnen de thema’s verder uitgewerkt worden. Loop je vast? Ga dan weer terug naar de kapstok.

Stap 5 Kapstok Omgevingsvisie – Het resultaat van alle stappen is uiteindelijk een basiscasco of kapstok voor de uit te werken Omgevingsvisie. Op basis van deze kapstok kan er ook een casco gemaakt worden voor het omgevingsplan. Hier zit namelijk samenhang in. Je kunt geen casco voor het omgevingsplan maken zonder eerst hoofdlijnen op papier te  hebben van de omgevingsvisie. Een basisset regels zonder gemaakte keuzes is nutteloos. Je hebt daar in de praktijk niets aan. Neem dus niet klakkeloos het basiscasco van de VNG over. Zoals de VNG zelf ook aangeeft is het een hulpmiddel maar geen blauwdruk!

Uiteindelijk kan er op hoofdlijnen een 50%-Omgevingsvisie door de raad worden vastgesteld. Op basis van dit raamwerk wordt er vervolgens toegewerkt naar een complete Omgevingsvisie. Door het op te knippen wordt het inzichtelijker en ook haalbaar. Besef dat het een lange weg is vol hobbels. Het is wel een erg leuke puzzel om te maken. Vooral omdat er met zoveel verschillende mensen aan gewerkt wordt, elk met eigen inzichten en achtergrond.

Bel voor vragen of meer informatie 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in.