Vijf minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

5 minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

Minister Ollongren heeft bij brief van 26 februari 2021 informatie verstrekt over de route naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ze gaat daarbij uit van 5 minimale criteria:

  1. Omgevingsvisies van provincie en rijk
    Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies en het Rijk een vastgestelde Omgevingsvisie die via de geldende standaarden is ontsloten in de landelijke voorziening is ontsloten van DSO.
  2. Omgevingsverordening van provincies
    Bij intwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies een vastgestelde omgevingsverordening die via de geldende standaarden is ontsloten via de landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) en het DSO-LV.
  3. Provincies, waterschappen en Rijkspartijen kunnen werken met het projectbesluit
  4. Gemeenten kunnen het Omgevingsplan wijzigen
  5. Vergunningen en meldingen ontvangen en behandelen

Niet waarschijnlijk dat de Ow per 1-1-2022 in werking treedt – Aangezien de Minister al spreekt over alternatieve maatregelen in de brief is het niet waarschijnlijk dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt. Dit komt met name door het DSO dat nog lang niet klaar is. Per april 2021 wordt volgens de Minister duidelijk welke alternatieven dat zijn.

Aansluiting DSO Brabant loopt voorop!

Aansluiting gemeenten op DSO: Brabant loopt voorop!

In een brief van 11 februari 2021 heeft de Minister weer een update en inkijkje gegeven in het aantal gemeenten die zijn aangesloten op het Omgevingsloket van het DSO in de maand januari. Aangesloten wil zeggen: er is een correct werkende beveiligde tussen het DSO en de ICT van de gemeente. Voor gemeenten geldt dat de meeste aangesloten gemeenten in de provincie Noord-Brabant liggen.

Geen weg meer terug – De kaartjes laten eveneens zien dat er tot de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet nog veel werk aan de winkel is. De Omgevingswet is een groot ICT-project. Het traject ervan is als varen van een containerschip: af en toe iets bijsturen, maar geen weg terug. Omdat het traject eenmaal is ingezet, en er een hele industrie aan vastzit, gaan we niet meer terug. Ondanks de lobby en tegenstand van media zoals het NRC, advocatuur en de Eerste kamer. Het maakt onderdeel uit van de weg van steeds verder oprukkende digitalisering in alle geledingen van de maatschappij. Het zal ook veel gevolgen hebben voor de dienstverlening van gemeenten aan burgers. Met name voor mensen die digibeet zijn of minder goed kunnen omgaan met computers. En dat zijn er meer dan we denken! Verder zal het ook veel gevolgen hebben voor de werkgelegenheid bij gemeenten. Zijn al die bouwplantoetsers en beleidsmedewerkers nog nodig nu steeds meer processen bij het Omgevingsloket geautomatiseerd worden? Naar mijn mening wel. Hopelijk blijven de bouwplantoetsers aan bij gemeenten en kunnen mensen nog naar een echt loket bij de gemeente voor informatie. Onder het genot van een kopje koffie – menselijk contact is belangrijk – kunnen veel onduidelijkheden en misverstanden opgelost worden. Digitaliseringsproducten zijn hulpmiddelen, geen oplossing!

Snelle woningbouw is niet mogelijk met participatie en eindeloze onderzoeksverplichtingen

In de landelijke pers en politiek wordt vaak geroepen: ‘Nederland schreeuwt om meer woningen!’. Ook de minister in kwestie roept dat vaak, nu in een kamerbrief van 6 november 2020. De bedoelingen zullen vast goed zijn, maar er wordt een beeld neergezet alsof het maar behelpen is bij de Nederlandse gemeenten. Het moet allemaal sneller en eenvoudiger (met minder ambtenaren). Ook de Omgevingswet heeft dat idee als achtergrond: sneller en eenvoudiger. Was het maar zo simpel!

De praktijk is zoals altijd weerbarstiger dan het papier. Een initiatiefnemer voor een bouwplan, of het nu een projectontwikkelaar is of een particulier, moet naast een bouwplan een waslijst aan onderzoeken aanleveren: stikstofonderzoek, akoestisch onderzoek, archeologisch onderzoek, onderzoek naar externe veiligheid en flora en fauna, etc. De onderzoeken worden vervolgens beoordeeld door regionale omgevingsdiensten. Onderzoeken beoordelen doen gemeenten namelijk niet zelf, dit is uitbesteed aan omgevingsdiensten. Deze gespecialiseerde ambtenaren staan ver van de gemeentelijke praktijk af en kijken meestal strikt naar de regels: strijdig is strijdig. En hup, het onderzoek moet weer aangepast worden of opnieuw gedaan worden. Als de beoordeling en aanpassing binnen een paar weken afgerond zouden zijn, zou dit nog niet zo’n probleem zijn. Helaas is het zo dat wacht- en doorlooptijden tot een (half) jaar heel gewoon zijn. Ook de omgevingsdiensten kampen met personeelstekorten en durven vaak ook niet met praktische oplossingen te komen. Want een ambtenaar wil zich meestal ook kunnen indekken met een perfect sluitend advies. Vervolgens moet het gemeentebestuur nog wat vinden van het plan. Ook dat kost weer de nodige tijd. Veel gemeenteraden vergaderen maar 1x per maand. En de raadsagenda’s staan vol gepland.

Verder is het zo dat in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeenten al bezig zijn met de invoering en uitbreiding van participatie. Dit is het betrekken van bewoners in een plan in de informele fase. Het woord ‘participatie’ staat hoog op de politieke agenda. En dus moet er voor vrijwel elk plan ‘geparticipeerd’ worden of het nu iets bijdraagt of niet. Elke initiatiefnemer moet dus aan de slag met participatie: de buurt in en praten met buurtbewoners. Het uitgangspunt is op zich goed. Er zijn nu eenmaal plannen die best in kunnen grijpen in de naaste omgeving. Verder zijn er ook grote plannen waarbij inbreng van bewoners wat kan toevoegen. Meestal komt er helaas weinig uit. Wat vergeten wordt is dat er ook mensen tussen zitten die het als een sport zien om de boel te traineren of te vertragen. Dat zijn er meer dan u denkt. Men wil meestal niet dat de omgeving verandert. De meeste mensen houden namelijke niet van verandering. Participatie gaat alleen nog maar over het voortraject van het bouwplan. De bestemmingsplanprocedure of het vergunningentraject is dan nog niet eens begonnen! Ook dat traject kent vele valkuilen (en vertragingen).

Wil de minister echt opschieten met woningbouw? Schrap dan eens wat onderzoeksverplichtingen en participatie! Dan gaat het een stuk sneller. Zoals in China, waar de bulldozer gewoon komt voorrijden. Een sloopvergunning is niet nodig. Oh, dat wilt u niet? Zet dan eens een realistisch beeld neer van de praktijk van het vergunningen- en RO-traject voor woningbouw in Nederland! In een democratisch land waar iedereen wil meepraten gaan trajecten langzaam. Daar gaat de Omgevingswet of extra geld niets aan veranderen!

Publicatie: 7 november 2020

Omgevingswet doel

Omgevingswet doel

Met de Omgevingswet worden 26 wetten teruggebracht naar één wet. Dit komt voort uit de maatschappelijke behoefte om regels te versimpelen, beter vindbaar te maken en meer ruimte te bieden voor initiatieven. Wie wil dat nou niet?

De uitgangspunten van de Omgevingswet zijn dan ook:

  • minder en overzichtelijke regelsomgevingswet doel
  • meer ruimte voor initiatieven
  • lokaal maatwerk
  • vertrouwen.

Om deze maatschappelijke doelen te halen zijn er in het voorstel 4 verbeterdoelen geformuleerd:

  • de fysieke leefomgeving samenhangend benaderen
  • de bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten
  • de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten
  • de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en vergroten.

Wederom de vraag: wie wil dat nou niet? Wie kan hier tegen zijn? De praktijk is echter – zonder de wet af te kraken – dat de achterliggende toetsingskaders van de wetgeving die worden ‘samengesmolten’ als de Omgevingswet met aanverwante wetgeving, vrijwel geheel overeind blijven. Met andere woorden: is het niet meer een cosmetische operatie aan de voorzijde? Ook vanwege Europese verplichtingen, zoals doorwerking van Europese richtlijnen in nationale wetgeving, kunnen we heel veel regels niet eens afschaffen.

Mijn andere kritische vraag: krijgen gemeenten er nu geld bij om goed gekwalificeerd personeel aan te trekken? Het Rijk heeft zich de laatste jaren erg teruggetrokken in de ruimtelijke ordening en laat vrijwel alles over aan gemeenten.  ‘Lokaal maatwerk’ klinkt erg mooi, maar de praktijk is dat een gemeente wel geschikte mensen in huis moet hebben om die afwegingen te kunnen maken. De laatste jaren is de kennis bij gemeenten erg achteruitgehold vanwege bezuinigingen. Persoonlijk vind ik dat erg jammer. Ik ben van mening dat gemeenten zelf ook kennis in huis moeten hebben. De afdoening van aanvragen kan dan sneller verlopen. Vanwege extra werk of specifieke kennis die nodig is, kun je inhuren, maar de basiskennis dient aanwezig te zijn bij de gemeente. Ik ben dan ook erg benieuwd of er extra geld naar de gemeenten gaat voor extra personeel.

Besluit activiteiten leefomgeving in het kort

Besluit activiteiten leefomgeving in een notendop

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is grotendeels de opvolger van het Activiteitenbesluit milieubeheer en wordt gevormd door grotendeels algemeen verbindende voorschriften voor activiteiten. Het besluit geeft algemene regels over de onderwerpen veiligheid, gezondheid, , milieu, bodem, luchtkwaliteit, kwaliteit van watersystemen, energie, afvalstoffen en afvalwater.

Het Bal geeft onder meer regels voor lozingen en milieubelastende activiteiten. Van belang is om eerst uit te zoeken of een activiteit al dan niet milieubelastend is. Zo ja, dan een exploitant vinden aan welke algemene regels hij/zij moet voldoen. Die regels zijn opgesteld ter bescherming van de fysieke leefomgeving.

Meer specifieke regels kunnen volgens de toelichting beter worden opgesteld door bijv. gemeenten vanwege locatiespecifieke eisen en eigenschappen. Deze kunnen worden opgenomen in een omgevingsplan van de gemeente.

Wat te doen bij het voornemen tot een activiteit?

  • Past de activiteit in het omgevingsplan?
  • Welke regels gelden er op grond van het omgevingsplan?
  • Check het Bal of er sprake is van een milieubelastende activiteit?
  • Zo ja, is er sprake van een vergunningplicht? Welke regels zijn van toepassing?

Wordt vervolgd…