Kritieke pad planning Omgevingswet

Kritieke pad route Omgevingswet

De Omgevingswet uitgeprint….

De planning die naar buiten toe gecommuniceerd wordt door de Minister – die kamervragen beantwoordt bij brief van 10 september 2021 – is nog steeds dat op 1 juli 2022 de Omgevingswet (Ow) in werking treedt. Of dat ook realistisch is? Opvallend is wel dat er ‘een kritieke pad route‘ wordt ingevoerd. Deze planning is aan de hand van 5 criteria opgebouwd. Het is een alternatieve route voor gemeenten die niet op tijd klaar zijn voor aansluiting op het DSO-LV. Volgens haar is afgesproken dat deze alternatieve route in juridisch opzicht per 1 januari 2022 kan ingaan.

Daarnaast wordt ingegaan op het feit dat er volgend jaar nieuwe gemeenteraden moeten worden ingewerkt als gevolg van nieuwe verkiezingen. In voornoemde brief wordt een brief van de VNG aangehaald waarin staat wat ‘oude’ gemeenteraden nog moeten doen om de route van de gemeente richting Ow wat soepeler te laten verlopen:

  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad adviesrecht heeft;
  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;
  • Verordening nadeelcompensatie;
  • instellen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit;
  • Delegatiebesluit om college te delegeren om het omgevingsplan te kunnen wijzigen;
  • aanpassen Legesverordening.

Uitwisseling van bestanden van verschillende software leveranciers niet mogelijk – Op p. 23 van de brief van de Minister wordt gemeld ‘inclusief de mogelijkheid om omgevingsplannen uit te kunnen wisselen’. Er staat ‘dat er goede afspraken zijn gemaakt met de leveranciers en het Leveranciersmanagement van de VNG’. Volgens mij is dat nog steeds niet het geval. Ja, er zal ongetwijfeld lang over gepraat zijn en vergaderd worden. Maar de individuele software systemen zijn nog niet eens af, laat staan dat er uitwisseling mogelijk is. Dit is heel lastig voor stedenbouwkundige bureaus en anderen die omgevingsplannen gaan maken voor allerlei gemeenten. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit nog steeds niet is ontwikkeld. Bijna geen enkele gemeente maakt onder de Wro bestemmingsplannen. Dat is allemaal uitbesteed. Dit gaat ook niet gebeuren met omgevingsplannen onder de Ow. Omdat er geen standaard is, zoals een SVBP2012, ontwikkeld ieder softwarebedrijf zijn eigen systeem. Er is een groot gebrek aan kennis van de praktijk, vooral bij het ministerie en de VNG. Zoiets belangrijks is heel lang over het hoofd gezien omdat men denkt dat gemeenten omgevingsplannen gaan maken.

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Ja, geef maar toe! Als jurist ben je een perfectionist. Je blijft maar slijpen aan punten en komma’s in teksten, formuleringen bijwerken, uitspraken erbij zoeken, enzovoorts. Eindeloos. Bang om fouten te maken en afgerekend te worden door klanten of nog erger: de Raad van State. Als je regels voor een omgevingsplan wil maken, bijvoorbeeld een basiscasco met regels moet vullen voor een omgevingsplan, begeef je je op glad ijs. Je bent aan het leren, aan het oefenen en je maakt fouten. Heel eng! Hoe ga je daar mee om? Ik geef als jurist toe dat het een langzaam proces is. Al enige jaren volg ik regelmatig modules bij bouwkunde en stedenbouwkundige opleidingen. Ik vind leren erg leuk en belangrijk. Je komt er ook achter dat je ook heel veel niet weet en dat dat helemaal niet erg is. Als je open staat voor kritiek – ook heel moeilijk – en meningen van anderen of nieuwe leerstof gaat opnemen, gaat de wereld er heel anders uitzien: je begeeft je op onbekend terrein en dat maakt onzeker. Maar het wordt ook veel leuker! Op deze manier ben ik twee jaar geleden ook begonnen met de reis van de Omgevingswet. omgevingsplan maken

De ontdekkingstocht van de Omgevingswet is een grote reis met veel onzekerheden. Dit geldt ook voor het maken van een omgevingsplan. Bijvoorbeeld bij het ontwerpen van regels en het vullen van een casco bij een omgevingsplan voor een gemeente. Alles staat op zijn kop: je neemt je ervaring uiteraard mee, maar de werkwijze van de Omgevingswet (Ow) en het DSO is anders dan je gewend bent. Ik zie de Ow als een groot ICT-project waar op den duur steeds minder mankracht voor nodig is. Vooral ‘old school’ juristen zijn gewend aan papier, pdf-jes en ruimtelijkeplannen.nl. Ook via dat laatste kunnen we alle regels van het betreffende bestemmingsplan zien (en controleren). Ook de herzieningen. Veel stedenbouwkundige bureaus werken ook in ruimtelijkeplannen.nl met pdfjes, vaak toelichtingen. Toelichtingen van bestemmingsplannen vinden juristen ook heel belangrijk: de kaartjes moeten perfect zijn, de regelafstand, titels van paragrafen, enzovoorts. Dat alles moet je nu loslaten! Ook voor juristen bij gemeenten is die rol erg wennen, gewend als ze zijn om plannen van stedenbouwkundige bureaus te controleren op vaak futiliteiten. Zelf iets maken is namelijk iets heel anders dan een ander beoordelen en aan de zijkant staan.

Het DSO is eigenlijk een grote ICT-bibliotheek waar van alles inhangt wat voor het menselijke oog niet zichtbaar is. Simpel gezegd: met het invullen van vragenbomen kan de initiatiefnemer straks op het scherm in één oogopslag zien wat voor de betreffende locatie geldt. Voor een jurist een grote blackbox. Hoe kun je meedoen als jurist? Door nu al op een laagdrempelige manier te oefenen met het maken van teksten voor regels voor een omgevingsplan. Begin voor jezelf met een klein gebiedje, pak een rol kalkpapier bij je stedenbouwkundige collega’s en trek een lijn om het betreffende gebied. Zo, het begin is er! Nu ga je allerlei vragen op een rijtje zetten: wat wil de gemeente op grote lijnen in dit gebied? Nieuwe ontwikkelingen of behoud van het huidige gebied? Wat voor gebied is het? Is er beleid voor dit gebied? Wat geven de geldende bestemmingsplannen aan? Zet dit in hoofdlijnen op papier.

Het hoeft niet perfect te zijn. Creativiteit en spelen staan voorop. Alles staat open! Gek? Helemaal niet, juristen zijn het alleen niet gewend, angst voor fouten. Pak het casco van de VNG erbij als basis. Hier kun je van alles aan veranderen: het is geen blauwdruk, maar een goede basis om als jurist mee te beginnen. Zijn er grote verschillen in het gebied? In welk opzicht? Vervolgens maak je verschillende regels en hang je die onder werkingsgebieden. Die werkingsgebieden teken je ook op papier en oefen. Gooi weg of ga ermee door. Door elke dag iets te doen, bij te schaven en fouten te maken op een laagdrempelige manier kom je erachter hoe leuk het is en ga je de onderliggende systematiek beter begrijpen. Ga niet alleen handreikingen lezen of MvT-en, maar ga ook tekenen. Een werkingsgebied teken je zo en je hangt er wat regels onder. Door in laagjes te werken en het kalkpapier over elkaar te leggen, kom je er achter hoe het in principe ook werkt in het DSO. Klinkt ongeloofwaardig of onprofessioneel? Ga het eens uitproberen, durf fouten te maken, laat je perfectionisme los en geniet en leer elke dag bij. Je werk wordt een stuk leuker!

postzegel omgevingsplan is mogelijk

Postzegel omgevingsplan en partiële herziening omgevingsplan is mogelijk onder de Omgevingswetpostzegel omgevingsplan

Vanuit het Rijk wordt gecommuniceerd dat er onder de werking van de Omgevingswet (Ow) één omgevingsplan is over de gehele gemeente. Op zich is dat juist, maar dat wil niet zeggen dat het omgevingsplan op onderdelen niet herzien kan worden. In de memorie van toelichting van de Ow op pagina 89 is daarover het volgende opgenomen:

(…) Integratie leidt niet tot verlies aan flexibiliteit. Om te voorkomen dat het omgevingsplan of de verordeningen een log en star instrument worden, kan de gemeente bijvoorbeeld per locatie verschillende regels vaststellen, net als bij het bestaande bestemmingsplan. Ook kan per regel het plangebied voor die regel worden bepaald. In de terminologie van het wetsvoorstel gaat het dan om het beperken van de werkingsfeer van een regel tot een locatie die met een geometrische plaatsbepaling is aangegeven. De volledige digitale opzet van het omgevingsplan, dat steeds in de actuele geconsolideerde versie te raadplegen is, maakt het heel eenvoudig om op deze manier regels op maat af te stemmen per locatie en uitsluitend voor die locatie te laten gelden. Het blijft dus hiermee mogelijk dat de gemeenteraad in één keer de regels wijzigt die in bepaald gebied van toepassing zijn. Een omgevingsplan kan dus partieel worden gewijzigd voor een deelgebied. Het is echter ook denkbaar dat een partiële herziening betrekking heeft op de regels die over een bepaald onderwerp voor het hele grondgebied van de gemeente zijn gesteld. (…)”. Lees meer in de kamerstukken (MvT) over de Ow (TK, 2013-2014, 33 962, nr. 3).

Neem de moeite in kamerstukken te kijken als u het niet goed weet. Het kost enige moeite en tijd, maar het is beter dan klakkeloos adviezen aan te nemen. Er zijn veel goedbedoelde handreikingen in omloop die van alles beweren zonder verwijzingen naar bronnen. Het zijn vaak meningen en copy paste teksten. Is dat erg? Meningen zijn niet erg, copy paste gedrag wel. Besef dat niemand nog met de Ow heeft gewerkt, het is voor iedereen nieuw! Dat geldt ook voor cursussen die worden aangeboden: ‘5 tips of manieren om….’, enzovoorts. Ook hier geldt: leer van andere meningen en werkwijzen, maar niemand weet nog hoe het uitpakt of gaat werken. De enige manier om er echt achter te komen is er zelf mee bezig zijn: fouten durven maken, opnieuw proberen, testen, weer fouten maken en samen beter worden! Voor de juristen onder ons: laat het perfectionisme los en ga aan de slag met regels, teken eens op papier werkingsgebieden en durf te oefenen!

  

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden TAM

Tijdelijk alternatieve mogelijkheden (TAM)

In een brief van 14 juni 2021 bericht de minister over TAM: ‘tijdelijk alternatieve mogelijkheden‘. Hiermee wordt voorgesorteerd op het niet op tijd gereedkomen van het ‘ICT-gedeelte’ van het gedeelte ‘plan-tot-publicatie’. De mogelijkheden moeten ervoor zorgen dat gebiedsontwikkelingen niet stil komen te liggen als het DSO-LV gedeelte nog niet gereed is. De verwachting is namelijk dat dit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet lukt. Volgens de brief zijn er ‘grote verschillen in ambitie en vorderingen bij de verschillende bevoegd gezagen‘. De TAM zijn met de bestuurlijke partners overeengekomen om de boel niet te laten vastlopen. De mogelijkheden zijn:

  • een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage leggen voordat de Omgevingswet in werking treedt;
  • de mogelijkheid inzetten een ‘Afwijkvergunning’ te verlenen;
  • tijdelijk gebruik van IMRO inzetten voor publiceren van ontwerp;
  • een ander bevoegd gezag inschakelen voor publicatie van het projectbesluit;
  • het tijdelijk in een cloud aanbieden van VTH-software;
  • lees meer op blz. 2 van de brief.

Vijf minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

5 minimale criteria inwerkingtreding Omgevingswet

Minister Ollongren heeft bij brief van 26 februari 2021 informatie verstrekt over de route naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ze gaat daarbij uit van 5 minimale criteria:

  1. Omgevingsvisies van provincie en rijk
    Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies en het Rijk een vastgestelde Omgevingsvisie die via de geldende standaarden is ontsloten in de landelijke voorziening is ontsloten van DSO.
  2. Omgevingsverordening van provincies
    Bij intwerkingtreding van de Omgevingswet hebben alle provincies een vastgestelde omgevingsverordening die via de geldende standaarden is ontsloten via de landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) en het DSO-LV.
  3. Provincies, waterschappen en Rijkspartijen kunnen werken met het projectbesluit
  4. Gemeenten kunnen het Omgevingsplan wijzigen
  5. Vergunningen en meldingen ontvangen en behandelen

Niet waarschijnlijk dat de Ow per 1-1-2022 in werking treedt – Aangezien de Minister al spreekt over alternatieve maatregelen in de brief is het niet waarschijnlijk dat de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt. Dit komt met name door het DSO dat nog lang niet klaar is. Per april 2021 wordt volgens de Minister duidelijk welke alternatieven dat zijn.

Omgevingsplan van rechtswege

Omgevingsplan van rechtswege per 1 januari 2022

Op 15 januari 2022 heeft de Minister per brief de kamer geïnformeerd en vragen beantwoord over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet en het DSO. Voor het omgevingsplan is het volgende belangrijk:

  • Bij inwerkingtreding vanaf 1 januari 2022 beschikken alle gemeenten over een omgevingsplan van rechtswege. De bruidsschat met rijksregels die onder de Omgevingswet lokaal bepaald mogen worden in het DSO ingeladen. Deze bruidsschat vormt samen met de geldende bestemmingsplannen een belangrijk onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege.
  • Als een gemeente het omgevingsplan van rechtswege na 1 januari 2022 wil wijzigen dan geldt de Omgevingswet.

Belangrijk is om de bruidsschat goed te bekijken en na te gaan of deze regels wel wenselijk zijn binnen de gemeente. Met andere woorden accepteert de gemeente klakkeloos de regelgeving van het Rijk? Een voorbeeld van een omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Arnhem is te zien op https://dmo.omgevingswet.overheid.nl/.

Biobased bouwen en de Omgevingswet

Biobased bouwen en de Omgevingswet

Bij biobased bouwen wordt gebruik gemaakt van natuurlijk gegroeide materialen zoals hout, riet, zeewier en stro. Omdat deze materialen ‘bijgroeien’ wordt uitputting van grondstoffen tegengegaan. In de Strategische verkenning ‘Biobased bouwen’ wordt hier uitgebreid op ingegaan. Vanuit de doelen die in de Nationale Omgevingsvisie staan moet dit leiden tot een snellere verduurzaming van de bouw. De uitdaging is hoe dit te implementeren! Kunnen gemeenten bijvoorbeeld in bepaalde gebieden ‘bio-based’-voorschriften in omgevingsplannen opnemen om biobased bouwen te verplichten? Of is stimulering door subsidies een betere manier?

Lees deze interessante verkenning!

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

Ontwerpbesluit Uitvoering Crisis- en herstelwet ter inzage

In aanloop tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2021 krijgen Provinciale Staten van de provincies de mogelijkheid alsnog een verordening vast te stellen met een verbrede reikwijdte.

Het betekent in feite een verbreding van het huidige criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’ naar een ‘een goede fysieke leefomgeving’, in artikel 4.1, eerste lid Wro. Op zich is dit vooruitlopen op de Omgevingswet begrijpelijk, omdat veel provincies al ‘gereed’ zijn om met de Omgevingswet te werken. Voor provincies is het echter eenvoudiger dan gemeenten. Provincies staan – op zich goed – met meer afstand van de dagelijkse praktijk. De invulling van ‘een goede fysieke leefomgeving’ is voor gemeenten veel ingewikkelder, te meer omdat zij ook in praktische zin er mee moeten omgaan. De plannen die bij gemeenten binnenkomen kun je vooraf niet altijd bedenken op de tekentafel. Die zijn niet altijd in regels te vatten.

Meer informatie over het ontwerpbesluit Crisis- en herstelwet. Tevens de aanbiedingsbrief met meer informatie.

Bericht: 3 november 2020

Groene buitenruimte is van levensbelang

Groene buitenruimte is van levensbelang

Hoe belangrijk groene openbare ruimte is, is wel bewezen tijdens de lockdownperiode. Vooral bewoners van grote steden zullen dit beamen. Groene buitenruimtes zijn essentieel als plek om elkaar nog te kunnen ontmoeten, om mensen te zien, voor een wandeling of een rondje hardlopen. Ruimte waar we in de pre-Corona periode wellicht onverschillig over dachten of dat het ons niet eens opviel. Ik denk dat het sowieso belangrijk is, om de waarde van publieke ruimtes eens te gaan waarderen.

Tijd voor herbezinning – Willen we nog wonen in dichtbevolkte, binnenstedelijke wijken, hutje-mutje op elkaar? Op plekken waar een hoge verdichting geldt? Hoewel geen stad in Nederland te vergelijken is met New York, loopt die stad momenteel leeg. Wie wil er nog in een hoge wolkenkrabber of hoog appartementengebouw wonen, waar je appartement alleen met een lift toegankelijk is? Ik denk dat het voor gemeenten belangrijk is om hier eens over na te denken voor de lange termijn. Dus geen korte termijn denken – ad hoc – over zoveel mogelijk financieel rendement, maar een beleid waar de gezondheid van mensen centraal staat:

  • het buitengebied meer de stad intrekken: meer verbindingen op fiets- en loopafstand
  • een omgeving die mensen triggert te bewegen
  • gebouwen zonder liften (uitzondering voor gehandicapten)
  • gebouwen met een buiten=binnen klimaat

Nog meer inspirerende voorbeelden zijn te vinden in de Blauwe Kamer, 3, 2020.

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie leidt alleen maar tot vertraging in bouw

Participatie‘ is hèt woord dat de laatste tijd voorkomt in allerlei beleidsstukken en dat ook populair is bij gemeentebestuurders. Anticiperend op de Omgevingswet zijn er al gemeenten die voor de kleinste plannen participatie eisen. Een nieuw bijgebouw op een groot kwekerijterrein? Wat vinden de buren ervan? Dit soort participatie werkt alleen maar vertragend en wekt irritatie op bij initiatiefnemers. De afstanden zijn ruim en we hoeven ook niet voor alles toestemming te vragen van de buren toch? We slaan hier door.

Bestuurders die roepen dat het allemaal sneller moet! Ze voelen de druk om meer woningen te bouwen in kortere tijd. Aan de andere kant worden er ook allerlei vertragingen in planologische en bestuurlijke procedures gefietst die erg veel vertraging veroorzaken: gekmakende participatie!

Op zich is het goed om je buren vooraf te informeren over plannen die impact kunnen hebben op hun uitzicht of bijvoorbeeld tijdelijk overlast kunnen veroorzaken. Participatie betekent eigenlijk in praktische zin: communiceren. De meeste mensen vinden het niet prettig om uit de krant te vernemen dat hun buren gaan verbouwen. Vanuit dat oogpunt is het altijd goed om de buren vooraf mondeling te informeren. Gewoon vanuit goed fatsoen en hoe je zelf ook behandeld wilt worden. Dus mondeling en niet via email. Gemeente, ga het echter niet verplicht stellen en juridisch inkaderen. Dat groeit uit tot een papieren monster: gespreksverslag, reactie op gespreksverslag, processtuk, etc.

Bij grote plannen worden omwonenden nu ook al betrokken in het planproces. Vaak wel te laat. Het betreffende plan is vaak al in grote lijnen gereed en omwonenden mogen tijdens inloopavonden met gele stickers of via een app aangeven wat zij eventueel gewijzigd willen zien. Meestal gaat dit om kleine wijzigingen en voelen mensen zich niet serieus genomen. De meeste aanwezigen op een informatie- of inloopavond zijn vaak erg wantrouwend jegens de gemeente. Wil je mensen echt betrekken bij de planvorming neem ze dan in een zo vroeg stadium mee, anders heeft het weinig zin. Dat laatste wil trouwens ook niet zeggen dat het dan beter gaan verlopen. Er zullen altijd mensen zijn die tegen zijn: de meeste mensen houden namelijk niet van verandering in hun woonomgeving.

Bij kleinere plannen kan het verplichte participeren veel irritatie oproepen. Zonder na te denken of het plan effecten heeft voor de buren wordt door de gemeente participatie verplicht gesteld. Dit kan tot vreselijke situaties leiden. Buren die elkaar al jaren niet kunnen luchten of zien en die om die reden de plannen van de buren gaan dwarsbomen. Ik heb al hele treurige situaties meegemaakt tot aan bewaking toe bij hoorzittingen. Vaak om drogredenen (jaloezie) worden plannen bewust vertraagd door buren en doen ze er vanuit hun frustratie alles aan het plan te dwarsbomen. Het komt helaas heel vaak voor.

Met participatie wordt die mensen een extra platform gegeven om hun frustraties te uiten. Wat levert dit uiteindelijk op? Meestal alleen maar vertraging in het bouwproces!