Weer uitstel Omgevingswet, en nu?

Weer uitstel Omgevingswet, en nu?weer uitstel Omgevingswet

Weer uitstel van de Omgevingswet? Alweer? Toch is dit een realistisch scenario. Het plenair debat dat op 21 juni 2022 zou plaatsvinden in de 1e kamer is uitgesteld. De planning van minister de Jonge voor een intensieve oefenperiode van 6 maanden (inclusief zomervakantie) was ook niet bepaald realistisch…  In een brief van 17 juni jl. blijft hij echter volhouden dat de problemen worden opgelost. Het zal wel. Dat gedraai is toch om gek van te worden? Hoe ga je hier nu mee om?

Die Omgevingswet komt er, welke bokkesprongen politici ook maken. De beweging en richting naar verdergaande digitalisering zijn niet meer te stoppen. Of je dat nu goed vindt of niet. De Omgevingswet is feitelijk een groot ICT-project, veel meer dan wetgeving. Ga dus als RO-professional niet achterover leunen en maak er zelf iets van.

Waarom jouw baan als ambtenaar verdwijntEen vervelende boodschap? Maak je borst maar nat! Ook in het Omgevingsrecht en in de RO-praktijk van juristen, beleidsmedewerkers en planologen rukt de digitalisering steeds verder op. Er zijn steeds minder mensen als jij nodig. Ook bij vergunningen en omgevingsplannen. Die richting gaan we al uit, of je nu voor of tegen bent. Een interessant boek over de toekomst van digitalisering en werk is van Andrew Yang. Er staan hele interessante, maar ook confronterende zaken in over de gevolgen voor professionals. Gelukkig ook oplossingen. Ik heb er als jurist veel van geleerd.

Ja maar… er is personeelstekort Dwars door de Omgevingswet heen lopen kost veel tijd en vraagt veel geduld. Ook zelf een basis-casco maken voor de gemeente is veel werk. Je moet worstelen door gemeentelijke en provinciale verordeningen, Bruidsschat, Bkl, bestemmingsplannen, etc. Ook hakken en snoeien in regels hoort erbij. Dat betekent ook zelf moeite doen en vooral niet alles maar uitbesteden aan externen. Ik ken alle excuses: ‘Hoe kan dat nou? Er is personeelstekort‘, ‘Er is zoveel werk, ik kan het er niet bij hebben‘. Allemaal waar, maar wil je toe blijven kijken of ga je in eigen kennis investeren?

Ook wij hebben de afgelopen 2 jaren die reis gemaakt, met net zoals jij een uitgebreide RO- en gemeentelijke ervaring. We zijn ook enthousiast geworden, hoewel we eerst ook best sceptisch waren. We hebben inmiddels al mooie instapcasco’s gemaakt voor gemeenten. Jij kunt ze verder uitbouwen en zo kennis opdoen en veel tijd besparen.

Alles uitbesteden levert meer werk op voor de gemeente en je kennis holt achteruit  

  • Maak als gemeente je eigen instap-casco (start-omgevingsplan), hulp inschakelen is prima, maar besteed niet alles uit.
  • Uit eigen ervaring weten we dat alles uitbesteden ook extra werk oplevert bij jezelf: controleren, heen-en-weer-mailen, weer controleren, enz.
  • Zelf kennis opdoen van het omgevingsplan en er mee werken is cruciaal voor RO-medewerkers. Het levert meer inzicht op en je werk wordt er veel leuker door.

Doe kennis op en bespaar tijd In 6 stappen een start-omgevingsplan

Meer weten? Bel 010 – 307 2273 of mail.

regels omgevingsplan letterlijk uit kunnen leggen

Regels omgevingsplan letterlijk uit kunnen leggen

Het rechtszekerheidsbeginsel is één van de belangrijkste beginselen uit het omgevingsrecht. Het beschermt de belangen van burgers en bedrijven. Je moet kunnen vertrouwen op de rechtsgevolgen van een besluit. Heel belangrijk is om bij het opstellen van een omgevingsplan hier aan te denken en niet te strooien met te veel open normen en vage begrippen in regels die op allerlei manieren uitgelegd kunnen worden. De praktijk kan er niet mee uit de voeten! Helaas staat de Omgevingswet er vol mee.

Probeer als gemeente regels te maken die ondubbelzinnig kunnen worden uitgelegd. Een voorbeeld komt voor in een uitspraak van de Raad van State van 11 mei 2022, no. 202101318/1/R3. In dit geval is het besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen van een sleufsilo. Dit besluit is genomen in afwijking van het geldende bestemmingsplan voor het bouwen buiten het bouwvlak. De Afdeling overweegt:

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank ten onrechte deze bepaling niet letterlijk uitgelegd, maar daaraan een redelijke uitleg gegeven, nu deze bepaling op zichzelf bezien duidelijk is. Uit de bewoordingen van het planvoorschrift volgt immers ondubbelzinnig dat de toegestane oppervlakte van de betreffende sleufsilo in zijn geheel ten hoogste 300 m² mag bedragen. Die maximumoppervlakte geldt voor het deel binnen en het deel gelegen buiten het bouwperceel tezamen. Dat het de kennelijke bedoeling van de wetgever zou zijn geweest om een uitzonderingsregeling in het plan neer te leggen die bepaalt dat de maximaal toegestane oppervlakte (…) alleen geldt voor het deel van de sleufsilo dat buiten het bouwperceel is gelegen, doet hier niet aan af. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (…) zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming en de daarbij behorende regels bepalend voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Wanneer een voorschrift duidelijk is dient dit letterlijk te worden uitgelegd, omdat de rechtszekerheid vereist dat van wat in een bestemmingsplan is bepaald kan worden uitgegaan (…)”.   


In 6 stappen een start-omgevingsplan.              Maak een vliegende start in 2023!

  • Je bespaart veel tijd, alle voorwerk wordt door ons gedaan.
  • Op maat gesneden start-omgevingsplan voor de gemeente, afgeleverd in gemeentelijke software.
  • Kennisinvestering voor RO-medewerkers, zoals juristen en planologen.
  • Via ons platform 24/7 toegang tot alle informatie en onderbouwing over de opbouw van het omgevingsplan.

Bel 010 – 307 2273 of mail naar marian@omgevingsplanonline.nl

omgevingsplanonline

Laat het VNG-casco links liggen

Laat het VNG-casco links liggenVNG-casco

Vanuit Curaçao over het omgevingsplan schrijven is een vreemde gewaarwording. Regelen we in Nederland niet te veel? Maken we ons niet veel te druk over de kleinste dingen die ‘mogelijk gaan gebeuren’? Check, check, double check… alles meten. Aan de andere kant zie je op Curaçao wat er gebeurt als de overheid vrijwel niets regelt. Spontane bouwsels en amper openbare ruimte, laat staan onderhoud ervan.

Die tegenstelling relativeert enorm, maar roept ook vragen op. Wat is ook alweer het doel van het omgevingsplan: toch om iets te verbeteren? Wij zien de weg naar het omgevingsplan als een reis en de ervaringen (ook mislukkingen) willen we graag met je delen.

Eerst de juridische basis dan de techniekIs dit niet old school denken? Een omgevingsplan is in de basis een juridisch instrument, hoe je het ook went of keert. Zonder juridische samenhang kan de praktijk er niet mee uit de voeten, of het nu een handhaver is, een bouwplantoetser of de Raad van State. Het rechtszekerheidsbeginsel bijvoorbeeld is erg belangrijk voor de praktijk. Het basis-uitgangspunt voor een omgevingsplan moet zijn: duidelijkheid geven voor de praktijk:

  • Wat is toegelaten op een bepaalde locatie of niet? Wat mag ik daar?
  • Wat mag er gebouwd worden? Onder welke voorwaarden?

Dit zijn hele basale vragen, voor mensen die hun huis willen verbouwen, ondernemers die ergens een bedrijf willen beginnen of wie dan ook. Dat verandert niet door de Omgevingswet, of het nu bestemming heet, activiteit of functie.

Zelf een basis-casco voor de gemeente maken is veel werk, maar het is een investering voor de lange termijn die ook voor jou als medewerker bij een gemeente veel oplevert, heel veel. Ook wij lopen soms de mist in, of lopen een donker steegje in. Durf fouten te maken!

Terug naar de basis:

  • een omgevingsplan is een juridisch instrument
  • digitalisering moet gemak opleveren voor de mens en niet zorgen voor extra werk of complexiteit
  • praktisch uitvoerbare regels: de handhaver, bouwplantoetser of Raad van State moeten er ook mee kunnen werken, niet alleen de burger.
  • De huidige TPOD’s en Handleidingen van de VNG zijn gemaakt voor aansluiting op het DSO (de techniek) en zijn ontworpen voor het gemak van de burger. Mooi uitgangspunt, maar vergeet niet de praktijk van de gemeente, advocaten of rechters.

Wij vinden: aansluiting op het DSO-LV is heel belangrijk, maar mag niet de juridische basis uitgangspunten ondermijnen. Vrijwel niemand denkt hier aan.

Neem niet klakkeloos het VNG-casco over – Een casco moet zorgen voor een goed juridisch basisontwerp. Het is een belangrijke kapstok voor de opbouw van het nieuwe omgevingsplan. Zoals de VNG zelf ook aangeeft is hun casco illustratief. Het is geen blauwdruk. Lees het door, laat je inspireren, maar neem dit niet klakkeloos over. De samenhang in activiteiten in het casco is ver te zoeken. De activiteiten zijn losgeknipt en de samenhang ontbreekt. Samenhang vinden is moeilijk, maar ozo belangrijk voor de praktijk!

Maak als gemeente je eigen start-omgevingsplan

  • maak als gemeente je eigen casco (start-omgevingsplan), hulp inschakelen is prima, maar besteed niet alles uit;
  • zeg nou eerlijk, het is toch niet leuk om alleen stedenbouwkundige bureaus te controleren en zelf aan de zijkant te staan?
  • zelfredzaamheid is voor een gemeente nog belangrijker geworden: je werk wordt hierdoor ook stukken leuker.

In 6 stappen een start-omgevingsplan

Maak een vliegende start met het nieuwe omgevingsplan!

Je herkent dit vast wel…

  • je hebt amper tijd voor de Omgevingswet, laat staan voor het omgevingsplan.
  • Door het reguliere werk kom je er gewoonweg niet aan toe.
  • Er is zoveel informatie beschikbaar, je weet niet waar te beginnen.
  • Alles uitbesteden aan een bureau is ook niet alles… hulp bij een goede basis is wel fijn.

Het kan echt anders:

  • je bespaart veel tijd, alle voorwerk wordt door ons gedaan.
  • Op maat gesneden start-omgevingsplan voor de gemeente, afgeleverd in software.
  • Kennisinvestering voor RO-medewerkers, zoals juristen en planologen.
  • Via een platform 24/7 toegang tot alle informatie en onderbouwing over de opbouw van het omgevingsplan.

Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie of mail.

Omgevingswaarde stikstof eerder dan gepland

Omgevingswaarde stikstof eerder dan geplandomgevingswaarde stikstof

De ontwikkelingen rondom stikstof zijn in volle gang. In politiek opzicht krijgt dit onderwerp momenteel de volle aandacht: boeren die moeten worden uitgekocht of onteigend, het is nogal wat. De overheid (en Rabobank) die jarenlang boeren heeft aangemoedigd groot te denken en te handelen en volop te investeren in grote stallen en bedrijven, doet nu het omgekeerde. We gaan nogal respectloos om met de agrarische sector. Met name de ongenuanceerde beeldvorming en framing ‘boeren als grote vervuilers’ zijn nogal storend en hypocriet. De rijksoverheid is erg onbetrouwbaar gebleken en het is voor een boer lastig om daar je bedrijfsvoering op af te stemmen.

In een brief van 1 april 2022 geeft de minister van Stikstof en Natuur de wetgevingsagenda aan. Hierin staat in het onderdeel ’transititie landelijk gebied’ dat de in de ‘Wet stikstofreductie en natuurverbetering’ voorziene omgevingswaarde voor stikstof naar voren wordt gehaald. De doelstelling is voorzien in 2030 in plaats van 2035. Naar verwachting komt er in de eerste helft van 2023 een wetsvoorstel. De doelstelling zal via een AmvB uiteindelijk in het omgevingsplan terecht moeten komen als verplichte doelstelling voor de gemeente.

Ook op het gebied van mestwetgeving komen nieuwe wetsvoorstellen. Deze dienen volgens de minister ter implementatie van het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. De minister schrijft: “Naar verwachting zal dit voorjaar een brief naar uw kamer worden gezonden over de wetgevingsagenda voor het stapsgewijs realiseren van het herziene mestbeleid. Daarin zal ook worden ingegaan op de wetgeving die uw kamer in het kader van die herziening en ter implementatie (…) tegemoet kan zien. (…)”. Lees meer in de brief.

Agrarische adviescommissie heeft het weer mis

Agrarische adviescommissie heeft het weer misagrarische adviescommissie

Ook onder het regime van de Omgevingswet zullen gemeenten agrarische adviescommissies blijven inschakelen. Op zich is er niets mis mee om je door experts te laten adviseren. Deze commissies moeten vaak beoordelen of een aanvrager al dan niet een volwaardig of reëel agrarisch bedrijf heeft. In de praktijk hebben deze commissies veel te veel macht en wordt hun advies als ‘harde waarheid’ beschouwd door gemeenten. Als het advies negatief is, dan is meestal de toon al gezet. Het is dan voor een aanvrager bijna onmogelijk om het tij te keren. Met name is dit het geval als er sprake is van een startend bedrijf. Maar ook bij een bestaand bedrijf kan het onnodige drempels opwerpen.

In dit geval gaat het om een weigering omgevingsvergunning te verlenen voor een werktuigenberging bij een vleesveebedrijf. De betreffende bestemmingsplanregel luidt als volgt: “Agrarische bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd, indien de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond en de bouw plaatsvindt ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf (…)”. Volgens de gemeente is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente heeft de hulp ingeroepen van een agrarische adviescommissie en deze heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een reëel agrarisch bedrijf.

De Afdeling is van oordeel dat de gemeente zich niet heeft kunnen baseren op het advies van deze commissie: “De Afdeling is van oordeel dat er in het bijzonder aanleiding was om de SABc om een reactie te vragen met betrekking tot de werkzaamheden die betrekking hebben op het grasland en de ruwvoerteelt en de vraag naar het groeiperspectief van het bedrijf. Weliswaar heeft het een tijd geduurd voordat appellant inhoudelijk op het advies van de SABc heeft gereageerd, maar dat betekent niet dat het college aan de (…) bezwaren tegen het advies van de SABc voorbij kon gaan.” Lees meer in r.o. 5.7 van uitspraak ABRS 23 februari 2022, no. 202005213/1/R4.

Aan RO-medewerkers van gemeenten: neem niet klakkeloos het advies van agrarische adviescommissies over. Geef ook de aanvrager de kans en de tijd om met een onderbouwing te komen die ingaat op het advies. Uiteraard hoef je geen genoegen te nemen met feitelijke onzin of onderbouwingen van een paar zinnen, maar er bestaan meer waarheden dan deze commissies aangeven. Het is een advies, meer niet. Ook binnen de agrarische sector gaan de ontwikkelingen hard en zijn er meerdere aanvliegroutes om tot een volwaardig of reëel bedrijf te komen. Probeer hier voor open te staan en wijs het niet op voorhand al af. Ondernemerschap is onzekerheid en vergt lef. Neem ook die aspecten mee. Dat is al winst.

Biomassa verbieden in omgevingsplan?

Biomassa verbieden in omgevingsplan?biomassa verbieden

Over biomassa wordt veel geroepen en geschreven in de media. Biomassa als energiebron is een hot item, ook in de politiek. In de EU-richtlijn 2009/28/EG wordt biomassa genoemd als een hernieuwbare energiebron. Leden van Groen Links vragen zich af of op gemeentelijk niveau vergunningplichten in het leven kunnen worden geroepen via het omgevingsplan. Staatssecretaris Heijnen beantwoordt een aantal vragen in een brief van 21 februari 2022.

Volgens de staatssecretaris is de VNG bezig om de Staalkaart Energietransitie te actualiseren. Hierin worden ook de biomassa gestookte ketels als onderwerp meegenomen. Het gaat bijvoorbeeld om het opnemen van een vergunningplicht voor biomassa gestookte ketels of installaties.

Volgens de brief onderschrijft het nieuwe kabinet dat lage temperatuurswarmte uit houtige biogrondstoffen een laagwaardige toepassing is die zo snel mogelijk afgebouwd moet worden. De staatssecretaris geeft aan dat gemeenten een vergunningplicht kunnen opnemen in het omgevingsplan: “Maar gemeenten kunnen ook locaties rondom woonwijken uitsluiten voor biomassacentrales of geschikte locaties aanwijzen. Het wijzigen van een omgevingsplan verloopt via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Hierbij is er op verschillende momenten inspraak mogelijk. Ten eerste geeft de gemeente kennis van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. In deze kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding gaat betrekken. Vervolgens kunnen er zienswijzen worden ingebracht op het ontwerp-omgevingsplan dat ter inzage wordt gelegd. Daarna is op het besluit beroep mogelijk.”

Nog afgezien van de juridische implicaties moet een gemeente zich eerst afvragen welke keuzes belangrijk zijn in het kader van de energietransitie. Waar wil de gemeente op inzetten? We zitten in een tijd waar ontwikkelingen hard gaan, er kunnen ook weer nieuwe schonere bronnen van energie bijkomen die we nu nog niet kennen. Het is voor een gemeente niet gemakkelijk om keuzes te maken. Bestaan er volledig schone vormen van energie? Zo ja, kunnen deze aan de vraag aan energie voldoen? De hele maatschappij vraagt energie, in alle vormen. Terug dus naar de basis, beleid opstellen voor energietransitie en dan pas afvragen of er ook regels nodig zijn om in het omgevingsplan over dit onderwerp op te nemen. Deze eerste stap is al moeilijk genoeg!

Begrippen omgevingsplan standaardiseren?

Begrippen omgevingsplan standaardiseren?begrippen omgevingsplan

In het systeem van de Omgevingswet (Ow) is het de bedoeling om zoveel mogelijk gestandaardiseerde begrippen te gebruiken in het omgevingsplan. De begrippen die zijn opgenomen in de Ow hoef je niet op te nemen in het omgevingsplan, omdat deze op grond van artikel 1.1. Ow ook gelden voor het omgevingsplan. Voor de begrippen die zijn opgenomen in de AmvB’s geldt dit niet.

Bij het opnemen van begrippen voor het gemeentelijke omgevingsplan is het belangrijk om kritisch te kijken en vragen te stellen:

  • Is het nodig een definitie op te nemen in het omgevingsplan?
  • Is het begrip onduidelijk zonder definitie?
  • Hanteren we de begrippen zoals die zijn opgenomen in de AmvB’s?

In bestemmingsplannen staan vaak heel veel begrippen. Deze zijn in de loop van de tijd ontstaan en erin geslopen. Vaak door gewoonte, begrippen over te nemen van het oude bestemmingsplan en onvoldoende na te denken of de begrippen wel nodig waren. Het is verleidelijk om allerlei begrippen op te nemen onder het motto ‘baat het niet, dan schaadt het ook niet’. Of uit angst om begrippen te schrappen. De begrippen die staan opgenomen in de AmvB’s staan in een bepaalde context. Soms vanuit een bouwtechnische bril en de andere keer vanuit milieu- of bouwbelangen. Het is belangrijk om je dat te realiseren. Een illustratie hiervan tref je aan in een uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2022. In deze uitspraak gaat het om de begrippen wonen en logiesfunctie, elk met een eigen context. Dé definitie bestaat niet.

Ga eens met een stofkam door alle definities die zijn opgenomen in de geldende  bestemmingsplannen van de gemeente. Zijn die nog steeds relevant? Gaan we die ook gebruiken voor het nieuwe omgevingsplan? Bekijk jurisprudentie over begrippen. Zijn ze nog actueel? Uit eigen ervaring weten we dat begrippen in bestemmingsplannen vaak pas echt doordringen na juridische procedures of bij het toetsen van bouwplannen. ‘Oeps, dit bouwplan toelaten was niet de bedoeling’. Doe er je voordeel mee bij het maken van het juridische basiscasco voor het nieuwe omgevingsplan.

Vanuit het Rijk is het devies: ga terughoudend om met begrippen in het omgevingsplan. Begrippen moeten ondersteunend zijn en een doel hebben voor het omgevingsplan. Daar zit wat in. Vanuit het Rijk (en VNG) wordt ook standaardisatie van begrippen geadviseerd: de harmonisatie van begrippen. Dat laatste is vooral ingegeven vanuit het DSO-LV (samengevat: ICT-doeleinden of wel machineklaar maken). Op zich prima uitgangspunten, maar mensen die werken of gewerkt hebben in de gemeentelijke praktijk weten ook: de praktijk is weerbarstig, contextafhankelijk en niet altijd te vatten in zwart/wit ICT-terminologie. Dat is een illusie. Ook maakt het gebied waar het plan geldt nogal uit.

Ons motto is: eerst een samenhangend juridisch omgevingsplan, daarna het ICT-gedeelte. De ICT moet dienend zijn aan het omgevingsplan, en niet andersom.

Grondentrechter Raad van State blijft gelden

Grondentrechter Raad van State blijft geldengrondentrechter beroep

Tussen het instellen van beroep en hoger beroep geldt in het bestuursrecht in het algemeen een grondentrechter. Dat wil simpelweg zeggen dat iemand in hoger beroep geen nieuwe gronden kan aanvoeren dan die in beroep naar voren zijn gebracht. Op de in hoger beroep ingebrachte gronden wordt door de Raad van State inhoudelijk niet op ingegaan. Voor het omgevingsrecht geeft de Raad van State in een uitspraak van 9 februari 2022 het volgende aan:

De Afdeling heeft in haar uitspraak van heden (…) overwogen dat zij ter bevordering van de rechtseenheid en om redenen van rechtsbescherming aanleiding ziet de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep te verlaten. In die uitspraak is ook overwogen dat dit niet geldt voor het omgevingsrecht. De Afdeling zal in omgevingsrechtelijke zaken de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep blijven hanteren. De reden daarvoor is dat in zaken over omgevingsrechtelijke besluiten in het merendeel van de gevallen belangen van derden zijn betrokken. Daarin verschillen omgevingsrechtelijke zaken van niet-omgevingsrechtelijke zaken, waarin in het merendeel van de gevallen sprake is van tweepartijengeschillen. Vanuit een oogpunt van rechtszekerheid voor die derden is het van belang dat de bestuursrechter niet alleen waakt over de procespositie van derden die hoger beroep instellen, maar ook voor de procespositie van de overige partijen waaronder die van vergunninghouders (…). Daar komt bij dat het in omgevingsrechtelijke zaken vaker gaat om zaken met grote maatschappelijke belangen zoals infrastructurele projecten, woningbouw en energietransitie met korte wettelijke afdoeningstermijnen waarvoor een efficiënte rechtsgang extra van belang is. Ook daarom is het nodig dat de omvang van het geding in die zaken tijdig wordt afgebakend. In zaken over het omgevingsrecht blijft daarom als uitgangspunt dat de grondentrechter tussen beroep en hoger beroep toepassing blijft vinden. Alleen als is uitgesloten dat het toestaan van één of meer nieuwe gronden in hoger beroep leidt of kan leiden tot benadeling van derde-belanghebbenden, kan de bestuursrechter een uitzondering maken op genoemd uitgangspunt. Voor zaken die onder het procesrecht van de Crisis- en herstelwet vallen, geldt echter dat de grondentrechter steeds wordt toegepast.” Lees meer in rechtsoverweging 7.

MH: Vanuit de kant van de overheid lijkt dit gunstig. ‘Gezeur’ van de burger dat inhoudelijk niets toevoegt, hoeft bij procedures bij de Raad van State niet langer te worden behandeld. Vanuit het oogpunt van efficiency en kosten is daar veel voor te zeggen. Toch knaagt er iets. In omgevingsrechtelijke zaken heeft de gemiddelde burger een grote kennisachterstand en is het vrijwel onmogelijk gaten te schieten in besluiten van de overheid. Met name bij grote projecten met dito gevolgen kan dit uitgangspunt nadelig uitpakken. Grote projecten zullen vrijwel altijd doorgang vinden. De overheid kan dure gespecialiseerde advocaten veroorloven en andere specialisten die voor de gemiddelde burger onbereikbaar zijn. Een procedure vertragen kan wel, de overheid doet het huiswerk dan opnieuw door bijvoorbeeld nieuw onderzoek te doen, maar uiteindelijk komt het project er toch. Dat is geen goede ontwikkeling. Ook de overheid maakt fouten en neemt beslissingen die niet altijd goed uitpakken voor mensen. Uiteindelijk is de overheid er voor de burger (lees: mensen), en niet andersom!

Omgevingsplan met teveel flexibiliteit?

Omgevingsplan met teveel flexibiliteit?Omgevingsplan

In de huidige wereld waar ontwikkelingen zeer snel gaan is een flexibel bestemmingsplan erg prettig voor de praktijk. Een bestemmingsvlak met ruime mogelijkheden en het kunnen wisselen van functies zonder omgevingsvergunning is prettig. Dit geldt ook voor omgevingsplannen. De grens is het rechtszekerheidsbeginsel. Een bestemmingsplan of omgevingsplan moet ook rechtszekerheid bieden aan burgers. Niet alles moet kunnen, er zijn grenzen. Die grenzen zijn niet altijd eenvoudig te trekken.

Een mooi voorbeeld uit de praktijk biedt een uitspraak van de Raad van State van 9 februari 2022. Het bestemmingsplan in kwestie maakt uitbreiding mogelijk voor een recreatiepark. Een deel van het plangebied is ingedeeld voor dagrecreatie. Dit terrein staat open voor de gasten van het park. Verder is er ook bebouwing voorzien voor het houden van paarden voor de gasten van het park. Van een manege is volgens de raad geen sprake. Op het terrein zijn verder sport- en speelvoorzieningen beoogd. Voor het gehele terrein is een specifieke indeling gemaakt. Een belangrijk aspect is echter niet uitgevoerd: het vastleggen van het gebruik en de indeling in planregels. Hier wringt de schoen: “Verder stelt de Afdeling vast dat naast het feit dat de beoogde perceelindeling niet is opgenomen in de planregels, ook onduidelijk is wat in de planregels moet worden verstaan onder dagrecreatie en voorzieningen voor dagrecreatie. Beoogd is de paardenvoorzieningen op het perceel uitsluitend beschikbaar te stellen voor maximaal 20 paarden van de gasten van het nabijgelegen vakantiepark (…). Dit volgt echter niet uit de planregels. Hetzelfde geldt voor de dagrecratieve activiteiten die buiten het multifuntionele gebouw in de buitenlucht worden aangeboden. Beoogd is dat die activiteiten geen zelfstandige verkeersgeneratie veroorzaken, omdat die activiteiten uitsluitend beschikbaar zijn voor de gasten van het nabij gelegen vakantiepark en voor wandelaars, fietsers en ruiters uit de omgeving, maar dit volgt niet uit de planregels. (…). 

Vergunningvrij bouwen en omgevingsplan

Vergunningvrij bouwen en omgevingsplan vergunningvrij bouwen

De tendens van de afgelopen 20 jaar is dat er vergunningvrij steeds meer mogelijk is. Dit zijn meestal bouwactiviteiten met een relatief beperkt ruimtelijk impact op de omgeving. Onder de Omgevingswet (Ow) wordt dit uitgangspunt in beginsel voortgezet. De verandering is wel dat voorheen het Rijk de gevallen aanwees die vergunningvrij waren en onder de Ow mag de gemeente dat ook doen in het omgevingsplan.

Er bestaan onder de Ow 2 vergunningplichten voor bouwactiviteiten, dit wordt de knip genoemd:

  • vergunningplicht voor bouwen (de ‘bouwtechnische’ toets)
  • vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteiten (de ‘ruimtelijke’ toets).

Ook voor de vergunningplichtige activiteiten is deze knip aangebracht. Het Bbl bevat 2 lijsten van activiteiten waarvoor geen vergunning nodig is:

  • artikel 2.15d van het Bbl: deze gevallen zijn vrijgesteld van de bouwtechnische toets
  • artikel 2.15f van het Bbl: deze gevallen zijn vrijgesteld van de ruimtelijke toets.

Gemeenten hebben in het omgevingsplan de vrijheid om zelf bepalen welke (omgevingsplan)activiteiten vergunningvrij zijn en welke niet. De term ‘omgevingsplanactiviteit’ is enigszins verwarrend. Het is een verzamelbegrip voor alle soorten van vergunningplichten en betreft zowel gebruiken als bouwen.

Om een bouwwerk onder de Ow geheel vergunningvrij te kunnen realiseren moet een bouwwerk zowel op de vergunningvrije lijst van de bouwtechnische toets staan (artikel 2.15d) , als op de lijst waarvoor geen ruimtelijke toets nodig is (artikel 2.15f). Als een bouwwerk maar op één van de lijsten voorkomt, moet voor de andere activiteit een vergunning worden aangevraagd.

De opvallendste wijzigingen ten opzichte van de Wabo zijn:

  • Er wordt geen onderscheid gemaakt in voor- en achterzijde (achtererfgebied) als het gaat om de vergunningvrije activiteiten voor de bouwtechnische toets. Alle bijbehorende bouwwerken van maximaal 5 meter hoog, zonder dakterras of balkon, zijn voor de bouwtechnische toets vergunningvrij: zowel voor de voorgevel als achter de achtergevel.
  • Bijbehorende bouwwerken komen als categorie niet meer voor op de lijst van vergunningvrije bouwwerken voor de ruimtelijke toets. Dat betekent dat alle bijbehorende bouwwerken weer vergunningplichtig worden, tenzij de gemeente in het omgevingsplan deze categorie alsnog vergunningvrij aanmerkt.