Plattelandswoning en Omgevingswet

Plattelandswoning en Omgevingswetplattelandswoning en Omgevingswet

Onder de Wro en Wabo – Over de plattelandswoning zijn al veel uitspraken van de Raad van State verschenen. Hoewel de bedoeling van de wetgever ooit goed was, is de praktijk weerbarstiger. Een voormalige agrarische bedrijfswoning die planologisch wordt omgezet naar plattelandswoning wordt niet langer beschermd tegen emissie van het naastgelegen agrarische bedrijf waartoe de woning voorheen behoorde. So far so good zou je zeggen. De belangenafweging die de gemeente moet maken is echter veel uitgebreider dan dat aspect van een goede ruimtelijke ordening ingevolge de Wro. In een uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2022 wordt dat nog eens mooi uiteen gezet. Het verdere onderdeel van de bedrijfsvoering van de agrariër dient ook te worden meegenomen, zoals beperking van uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst. Daarnaast uiteraard het woon- en leefklimaat van de woning zelf. Hoe zit dat onder de Omgevingswet? Blijft dit hetzelfde?

Onder de Omgevingswet – Ook onder de Omgevingswet kan een voormalige agrarische bedrijfswoning worden omgezet naar plattelandswoning. Dit kan via een omgevingsplan of via de weg van een omgevingsvergunning (omgevingsplanactiviteit). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn een aantal artikel opgenomen die gaan over de plattelandswoning. Artikel 5.62 Bkl bepaalt onder meer dat het omgevingsplan kan bepalen dat betreffende waarden, zoals geluid, niet van toepassing zijn op een geluidgevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit. Dit geldt ook voor het onderdeel trillingen (artikel 5.85 Bkl), slagschaduw bij windturbines (artikel 5.89e) en geur (artikel 5.96). De bepalingen gelden eveneens voor voormalige bedrijfswoningen op bedrijventerreinen en bij horeca. De bepalingen zijn dus uitgebreider dan onder de Wro en Wabo. Luchtkwaliteit is niet meegenomen. Voor dat aspect wordt geen onderscheid gemaakt tussen plattelandswoningen en ‘normale’ woningen.

Pas een brede belangenafweging toe – Hoewel de accenten van de Omgevingswet anders liggen dan in de Wro, verandert er voor de gemeente bij de afweging van belangen niet zoveel. Let er goed op dat het agrarische bedrijf niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering in brede zin. Dat is meer dan de onderdelen die worden genoemd in bovengenoemde artikelen. Een boerenbedrijf kent weinig rust en gaat 7 dagen per week door. Met name in de veeteelt is dat het geval. Dat is een ander ritme dan die van de bewoners van de plattelandswoning met doorgaans een kantoorbaan. Die willen rust in het weekend. Houd rekening met dit soort praktische ‘boerenverstand’ aspecten. Verder is de praktijk weerbarstig. Een boerenbedrijf heeft nu eenmaal ruimte nodig voor de activiteiten.

Benieuwd hoe je de plattelandswoning kunt opnemen in het omgevingsplan? Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie of vul onderstaand formulier in.

 

Omgevingsplan opstellen? Durf fouten te maken!

Omgevingsplan opstellen? Durf fouten te maken!omgevingsplan opstellen

Een mooi artikel op pagina 49 uit het jaarboek 2021 van de Blauwe Kamer laat zien dat ook in de wereld van de ontwerpers de angst om fouten te maken erin is geslopen. In het artikel ‘De onmisbare handschets’ staat onder meer het volgende: “Ontwerpen is een onzeker proces dat bestaat uit eindeloos zoeken en uitproberen. Het lijkt erop dat we die onzekerheid niet meer durven tonen.”. Ik vind de laatste jaren dat veel stedenbouwkundige ontwerpen en afbeeldingen erg op elkaar lijken. Dat komt omdat stedenbouwkundige bureaus en ontwerpers vrijwel allemaal dezelfde tekenprogramma’s gebruiken, zoals Photoshop. Ik vind dat erg jammer. De plaatjes zijn erg saai. Waar is het stempel van de ontwerper? Het artikel gaat mooi in op de zintuiglijke ervaring van met de hand tekenen. Digitale tekenprogramma’s of apps zijn uitstekende hulpmiddelen, maar hebben ook nadelen: allemaal dezelfde bomen, blije mensen en gebouwen uit dezelfde beeldbank op afbeeldingen. Er zit geen bezieling in. Het aangehaalde artikel uit de Blauwe Kamer gaat hier op in en ik vind het zeer herkenbaar. Het geldt namelijk niet alleen voor ontwerpers, maar ook voor juristen, planologen en beleidsmedewerkers bij de overheid en adviesbureaus.

Wat heeft dit met het omgevingsplan te maken? Nou, dat iedereen uit onzekerheid dezelfde handreikingen volgt. Ook het proces van de totstandkoming van een omgevingsplan is een pad van onzekerheid, uitproberen en van vallen en opstaan. Het valt me de laatste jaren op dat veel mensen bang zijn om fouten te maken. Niemand heeft ooit gewerkt met de instrumenten uit de Omgevingswet. Het is voor iedereen nieuw, laat je dus niet overrompelen door handreikingen en experts die suggereren het allemaal te weten. Dat is niet zo. Durf dus los te komen van het narratief van de aangereikte voorbeelden. De handreikingen die in omloop zijn of voorbeelden van experts kunnen prima functioneren als inspiratiebron of als hulpmiddel bij de start van het proces van de totstandkoming van een omgevingsplan. Maar durf er van los te komen en probeer ook iets anders uit als dat je beter lijkt. Experimenteren en fouten maken staan voor vooruitgang! Controle en angst voor fouten bevriezen ontwikkeling en vooruitgang. We leven op dit moment in een tijd waarin controle, veiligheid en beheersing dominant zijn. In alle opzichten. Je hoort de hele dag niets anders. Het is buiten onze muren of bubbel heel eng, we moeten volgens de rijksoverheid de hele dag bang zijn, achter een scherm zitten of op onze hoede zijn als we buiten komen. Ik chargeer een beetje, maar ik vind deze tendens zo jammer. Controle over alles willen hebben is een illusie. Hoewel het heel menselijk is om fouten te willen voorkomen, zorgt het ook voor angst en houdt het innovatie tegen. Fouten maken hoort bij innovatie en iets nieuws proberen. Het is vallen en opstaan en leren van fouten. Het vraagt lef en doorzettingsvermogen. En het mooie is: je werk wordt er een stuk leuker van!


Heb je geen tijd om een omgevingsplan op te stellen? Zie je op tegen het vele werk? Ben je benieuwd hoe wij het aanpakken? We helpen je graag op weg. Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie of vul onderstaand formulier in.

Houtrook overlast regelen in omgevingsplan?

Houtrook overlast regelen in omgevingsplan?houtrook overlast

Steeds vaker komen bij gemeenten klachten binnen over geuroverlast van houtrook in open haarden en houtkachels. In verband met de hoge energieprijzen zullen mensen hier naar verwachting ook vaker gebruik van maken. Een open haard of houtkachel is voor de een warmte en gezelligheid, maar kan voor de ander overlast veroorzaken. Niet eenvoudig voor de gemeente. Vooral ook omdat er bij veel gemeenten noodgedwongen keuzes moeten worden gemaakt bij handhaving: je kunt immers niet alles handhaven. Dit is vaak ook ingegeven door gebrek aan personeel en budget.

In een uitspraak van 5 november 2021 heeft de rechtbank Zeeland – West Brabant uitspraak gedaan over een verzoek om handhaving vanwege ondervonden overlast van houtrook van een houtkachel. Eisers hebben last van prikkende ogen en stank in hun woning. Volgens hen is particuliere houtstook de belangrijkste bron van fijnstof en fijnstof is schadelijk voor de gezondheid van de mens. De gemeente heeft het verzoek om handhaving afgewezen.

De rechtbank is van oordeeldat het onderzoek beperkt is geweest nu slechts eenmaal een ambtenaar ter plaatse is geweest om te ruiken of sprake was van overmatige geurhinder. Het college had meer onderzoek kunnen doen. Dit laat echter onverlet dat dit onderzoek, zelfs als het was uitgevoerd door een zogenaamd gecertificeerde neus, niet had kunnen bijdragen aan het door eisers gewenste resultaat, namelijk het vaststellen van overmatige houtrookoverlast. Er zijn immers geen normen vastgesteld waaraan getoetst kan worden. Verder bestaan geen algemeen aanvaarde inzichten ten aanzien van de vraag, of en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. Het door eisers ingebrachte kennisdocument ‘Houtstook in Nederland’ geeft geen eenduidige norm bij welke mate van blootstelling onder welke frequenties en omstandigheden de rook schadelijk is voor de gezondheid.(…)” Lees meer in r.o. 5.1.  

Belangrijke overwegingen voor de gemeente – Hoewel het verzoek om handhaving is afgewezen en de rechtbank hierin meegaat, is het de vraag of de gemeente er regels voor moet opstellen in het nieuwe omgevingsplan. De gemeente kan namelijk in het omgevingsplan regels over geur opstellen om geuroverlast tegen te gaan en om de gezondheid te beschermen. Welke geurnormen moeten er worden opgenomen? In het kader van deregulering: wil de gemeente hier regels over opstellen? Immers indien er regels in het omgevingsplan worden opgenomen moet er ook budget en menskracht zijn om te handhaven. Een andere vraag: wil de gemeente zich hier mee bemoeien? Hoe groot is het probleem? Proportionaliteit speelt ook een rol. Willen we overal regels voor opstellen? Aan de andere kant heeft houtstook en fijnstof gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De bouwtechnische eisen voor schoorstenen van open haarden staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op de site van Infomil staat al veel informatie. Voor inspiratie over regels in het omgevingsplan, lees https://iplo.nl/thema/lucht/regels-houtstook-vanuit-woningen/.

 

Van 50%-omgevingsvisie naar omgevingsplan – 5 tips

Van 50%-omgevingsvisie naar omgevingsplan – begin met een cascocasco omgevingsplan

Wat te doen als de gemeente nog geen begin gemaakt heeft met een Omgevingsvisie? De weg naar een bruikbare omgevingsvisie is lang. Het is nieuw en complex om alle lagen en gebieden van een gemeente te integreren. We hebben allemaal de neiging de tot dusverre gemaakte ruimtelijke plannen in elkaar te schuiven en er een soort van structuurvisie van te maken. Heel begrijpelijk, omdat we gewend zijn plannen en visies te maken vanuit een ruimtelijke insteek. Op grond van de Omgevingswet (Ow) moeten we echter een andere aanpak volgen. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vanuit onze eigen praktijkervaringen kunnen we het volgende zeggen, maak eerst een casco voor de Omgevingsvisie. Dat wil overigens niet zeggen dat dit dé route is, er zijn vele wegen die naar Rome leiden!

Stap 1 Benoem de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven in en voor Nederland – Een casco/inhoudsopgave – of hoe je het ook wil noemen – zorgt voor een basisstructuur: een kapstok. Op deze basis kun je gaandeweg het proces steeds terug vallen. De eerste vragen die gesteld moeten worden zijn:

  • welke maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven bestaan er in Nederland voor de fysieke leefomgeving? Denk hierbij aan doelen over de energietransitie of bijvoorbeeld de bouw van 1 miljoen woningen. Benoem deze zo concreet mogelijk.
  • welke doelen volgen er uit de Omgevingswet? Zie artikel 2.1 Ow. Benoem ze en zet deze onder elkaar.

Stap 2 Welke opgaven zijn er regionaal en op basis van bestaand gemeentelijk beleid? Ook hier geldt, beschrijf deze zo helder mogelijk en zet deze onder elkaar. Dit is handig voor het overzicht. Dit hoeft niet uitputtend te zijn. Het kan later aangevuld of verwijderd worden.

Zet deze antwoorden bovenaan. Op basis hiervan gaat de trechter naar beneden en komen we toe aan de volgende stap.

Stap 3 Keuzes gemeente – welke keuzes maakt de gemeente op basis van voornoemde stappen? Is er bijvoorbeeld ruimte binnen de gemeente om nieuwe woningen te bouwen, gezien de opgave van 1 miljoen woningen per jaar? Welke concrete stappen wil de gemeente zetten in de energietransitie? Wordt er gekozen voor zonne-akkers of alleen zonnepanelen op daken? Het kan van alles zijn, maar maak keuzes. Deze keuzes zijn ook relevant voor de raad. Beschrijf ze dus zo concreet mogelijk. 

Stap 3A Gebieden binnen gemeente – welke gebieden kunnen onderscheiden worden binnen de gemeente? Benoem ze en zet ze onder elkaar. De keuzes die gemaakt zijn in stap 3 moeten straks door middel van het omgevingsplan landen in de gebieden.

Stap 3B Thema’s – Benoem hier de thema’s uit de Ow, zoals energietransitie, gezondheid, klimaat, enzovoorts. Stel hier ook vragen bij. Bijvoorbeeld, wat kan de gemeente doen in het fysieke leefdomein om gezondheid te bevorderen? Bijvoorbeeld meer fiets- en wandelpaden aanleggen? Geluidbelasting in sommige gebieden verlagen? Het kan van alles zijn, benoem ze allemaal.

Tussen de gebieden en de gekozen thema’s bestaat een wisselwerking.

Stap 4 Leg de thema’s over de gebieden – Doe dit spelenderwijs met behulp van kalkpapier. Op deze manier zie je op hoofdlijnen de keuzes die gemaakt zijn en de gebieden waarin ze uitgerold moeten worden. Sommige thema’s zullen van toepassing zijn in de hele gemeente. Je kunt zo ook al werkingsgebieden maken die je weer kunt gebruiken bij het omgevingsplan. Op basis van deze hoofdlijnen kunnen de thema’s verder uitgewerkt worden. Loop je vast? Ga dan weer terug naar de kapstok.

Stap 5 Kapstok Omgevingsvisie – Het resultaat van alle stappen is uiteindelijk een basiscasco of kapstok voor de uit te werken Omgevingsvisie. Op basis van deze kapstok kan er ook een casco gemaakt worden voor het omgevingsplan. Hier zit namelijk samenhang in. Je kunt geen casco voor het omgevingsplan maken zonder eerst hoofdlijnen op papier te  hebben van de omgevingsvisie. Een basisset regels zonder gemaakte keuzes is nutteloos. Je hebt daar in de praktijk niets aan. Neem dus niet klakkeloos het basiscasco van de VNG over. Zoals de VNG zelf ook aangeeft is het een hulpmiddel maar geen blauwdruk!

Uiteindelijk kan er op hoofdlijnen een 50%-Omgevingsvisie door de raad worden vastgesteld. Op basis van dit raamwerk wordt er vervolgens toegewerkt naar een complete Omgevingsvisie. Door het op te knippen wordt het inzichtelijker en ook haalbaar. Besef dat het een lange weg is vol hobbels. Het is wel een erg leuke puzzel om te maken. Vooral omdat er met zoveel verschillende mensen aan gewerkt wordt, elk met eigen inzichten en achtergrond.

Bel voor vragen of meer informatie 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in. 

De ellende die Bruidsschat heet? Praktijktips!

De ellende die Bruidsschat heet – PraktijkStap 2

Inmiddels heb je een start gemaakt met het omgevingsplan. In één van de vorige berichten (stap 1) is beschreven hoe je een start kunt maken. De voorbereidingen voor een omgevingsplan kun je het beste in kleine stapjes opknippen om het haalbaar te maken en vol te houden. Het klinkt simpel maar beginnen is de belangrijkste stap! Hoe? Dat lees je hieronder. Dit doen we aan de hand van onze eigen praktijkervaringen.

  • Bruidsschat doornemen

Om te voorkomen dat een ‘gat’ ontstaat tussen het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en het moment dat gemeenten regels opnemen in hun omgevingsplan, is voorzien in de ‘bruidsschat’ (BS). Daarmee gaan de bestaande regels uit de wetgeving per 1 juli 2022 van rechtswege over naar gemeentelijke omgevingsplannen (tijdelijk deel). De Rijksregels uit de BS zijn dus een gegeven per 1 juli 2022 en vormen een soort van overgangsrecht.

Feitelijk is de BS één grote vergaarbak van regels. Bij het lezen kom je erachter hoeveel onderwerpen erin zijn opgenomen: van cultureel erfgoed, geluid, energiebesparing tot aan het uitwassen van beton. Realiseer je dat de BS in zijn geheel dus straks van rechtswege onderdeel is van het tijdelijk gemeentelijk omgevingsplan en je hiermee moet werken in de praktijk. Werk nu met actuele geconsolideerde versies van de Ow met bijbehorende wetgeving. Dat is belangrijk omdat de versies regelmatig worden aangepast.

Voor het nieuwe omgevingsplan moet je regels maken die zijn afgestemd op de gemeente. Dit is ook de kans om ook de andere bestaande planologische regels eens te updaten of te schrappen. Dit kun je doen aan de hand van thema’s die in de BS worden behandeld. Eén van de onderwerpen die belangrijk is voor het omgevingsplan is vergunningsvrij.

Meer vergunningsvrije bouwwerken opnemen in omgevingsplan? In artikel 22.27 BS zijn de vergunningsvrije bouwactiviteiten opgenomen die thans nog in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn geregeld. Deze categorieën bouwwerken moeten wel aan het planologische kader worden getoetst, maar ten aanzien van het bouwen zijn deze vergunningsvrij. Dit beleidsneutrale gedeelte gaat dus over naar het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Voor het nieuwe omgevingsplan is het belangrijk de nieuwe systematiek van vergunningverlening van bouwwerken te leren kennen. Die ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. Op grond van artikel 5.1 van de Ow zijn er twee vergunningsplichten voor bouwwerken:

  • vergunningplicht voor technische bouwkwaliteit (zie Bkl)
  • vergunningplicht voor regels uit het omgevingsplan (omgevingsplanactiviteiten)

Deze indeling in technisch bouwen en ruimtelijk bouwen wordt ook wel de harde knip genoemd.

Er zijn samengevat straks 3 categorieën vergunningsvrije bouwwerken:

  1. Vergunningsvrije categorieën bouwactiviteiten (technische toets) op grond van artikel 2.15d Bbl. (Voor deze categorieën bouwactiviteiten hoeft vooraf geen technische toets bouwkwaliteit plaats te vinden. Denk hierbij aan bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 5 meter waar dan ook op een perceel.
  2. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten (ruimtelijke toets) op grond van artikel 2.15f Bbl.
  3. Vergunningsvrije categorieën omgevingsplanactiviteiten op grond van het omgevingsplan.

Praktische tips

  • scan de BS eerst grofmazig, verfijnen kan later
  • maak thema’s van alle onderwerpen die je tegenkomt in de BS
  • wil de gemeente meer vergunningsvrije categorieën opnemen van omgevingsplanactiviteiten?
  • maak een afspraak met de vergunningverleners van de gemeente om de lijst van categorieën van vergunningsvrij te bespreken en af te stemmen;
  • wees niet bang voor fouten, dat hoort erbij.

Voor praktijkvragen bel 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in.

 

 

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtszeker?

Open normen in omgevingsplan onvoldoende rechtsonzeker?open normen omgevingsplan

De Raad van State heeft op 27 oktober 2021 een interessante uitspraak gedaan over zogeheten open normen in een Chw-bestemmingsplan. Op grond van artikel 7c, lid 1 Besluit Chw kunnen in aanvulling op artikel 3.1 Wro in een bestemmingsplan ook regels worden gesteld die strekken ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Dit criterium wordt ook in de Omgevingswet gehanteerd. Hoewel de Ow nog niet in werking is getreden is deze uitspraak interessant. Hoe gaat de rechtspraak om met al die open normen die straks ook zullen worden opgenomen in de omgevingsplannen? Wat is het evenwicht tussen flexibiliteit in regels en voldoende rechtszekerheid?

Open normen in het ruimtelijk bestuursrecht zijn op zich niet nieuw. Ook onder de Wro wordt er gebruik gemaakt van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit wordt ingevuld door jurisprudentie. Toch dienen planregels onder de Wro wel voldoende rechtszeker te zijn. Nadere afwegingsmomenten in planregels zonder heldere criteria zijn in strijd met de rechtszekerheid, zie onder meer in r.o. 19.3 van uitspraak ABRS 16 december 2020, no. 201806136/1/R1.

De Afdeling laat zich ook uit over dynamische verwijzingen naar beleidsregels in planregels. Ook die zullen in omgevingsplannen terechtkomen. Eén van de voorwaarden uit een planregel voor het bouwen van gebouwen geeft aan dat het oprichten, veranderen of uitbreiden van gebouwen is toegestaan indien: er sprake is van een ‘evenwichtige verdeling’ van beschikbare winkelvloeroppervlakte. Een andere regel heeft het over ‘passende maatvoeringsnormen’ en ‘voldoende duurzame ontwikkeling’. In de regels wordt verwezen naar de ‘Beleidsregel stedenbouwkundig kader (…)’. In r.o. 9.4 gaat de Afdeling uitgebreid in op het juridische verschil tussen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan en een besluit tot vaststelling van een beleidsregel. Het gaat hier vooral om de voorbereiding van de besluiten en de mogelijkheden om hiertegen rechtsmiddelen aan te wenden. In r.o. 9.5 geeft de Afdeling aan: “De raad heeft in de betreffende planregels open normen (…) opgenomen. Dergelijke normen bieden naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende duidelijkheid over de daarmee toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden. Lees meer in ABRS 27 oktober 2021, no. 201906673/2/R1.

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt

Dereguleren is niet zo simpel als het klinkt!

Van tijdelijk omgevingsplan naar volwaardig omgevingsplan. Zoals eerder bericht is deze weg te zien als een lange reis. De weg naar een volwaardig omgevingsplan is een reis met omwegen, dan weer recht op het doel af, een steegje in, een spurt maken en vervolgens weer een stap terug doen. Soms verwarrend, frustrerend en dan weer zeker weten dat het goed gaat. Er zijn inmiddels heel veel handreikingen in omloop. Goed bedoeld, maar lang niet altijd bruikbaar. De auteurs weten de theoretische aspecten vaak goed te benoemen, de praktijk is echter weerbarstiger. Het ‘plat slaan’ van de theorie en het om weten te zetten naar iets dat ook praktisch werkt is de kunst. Dat vergt oefening, van fouten leren en een lange adem. dereguleren

De doelen van de wetgever, zoals deregulering en vereenvoudiging, zijn mooi en nastrevenswaardig. Het is echter niet zo simpel. Bij een doel als deregulering moeten er in de praktijk keuzes worden gemaakt. Tijdens onze zoektocht kwamen we er achter door gesprekken met vergunningverleners dat bepaalde artikelen uit bijvoorbeeld de APV – die een link hebben met de fysieke leefomgeving – nooit worden gebruikt. Je zou zeggen: ‘weg met die regels’! Vanuit de gemeente werd vaak gezegd: ‘laat toch maar staan, misschien hebben we dit toch nog nodig’. Keuzes maken is eng. Dereguleren is keuzes maken en dat vraagt moed. Moed bij ambtenaren, maar ook bij bestuurders. Stel dat ambtenaren de keuze maken en voorstellen aan de raad om de betreffende artikelen in een aanpassingsronde te schrappen, dan is het nog maar de vraag of dit erdoor komt. De raad gaat ook weer vragen stellen, twijfelen en besluit – vaak uit onzekerheid – dat de regels uit de verordening beter intact kunnen worden gelaten. Ze gaan niet mee in het voorstel. Zo worden regels vaak in stand gelaten, ondanks de oproep tot deregulering. De praktijk is weerbarstig en geen rechte lijn van A naar B!

Omgevingsplan maken – hoe begin je?

Omgevingsplan maken – hoe begin je als je geen tijd hebt? omgevingsplan maken

Alle begin is moeilijk! Je ziet er tegenop en weet niet goed waar te beginnen, dus laat je het nog maar even liggen. Die cursus komt later wel. Herken je dat? Is helemaal niet vreemd. Zie de Omgevingswet als een containerschip. Het project is immens en lijkt op een containerschip dat onderweg is. Lastig bij te sturen maar het komt op de plek van bestemming. Of dat 1 juli 2022 is weten we niet, maar uiteindelijk komt het schip aan en moet je er klaar voor zijn.

Het valt niet mee om alle ontwikkelingen bij te houden en je krijgt al snel het gevoel achter te lopen. Ook dat is voor iedereen herkenbaar, al zullen sommigen zeggen dat dat niet zo is. Dat is ongeloofwaardig. Er zijn inmiddels zoveel handreikingen in omloop dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Wat ons is opgevallen dat deze handreikingen niet goed zijn toe te passen in de praktijk. Daarvoor zijn ze veel te algemeen. Het is dus belangrijk zelf te beginnen en gewoon te starten met lezen. Hoe? Dat lees je hieronder.

Omgevingsplan – een start maken 

  • Verordeningenscan uitvoeren – Het gemeentelijk omgevingsplan bestaat vanaf 1 juli 2022 uit een tijdelijk deel. Dit tijdelijke deel bestaat uit bestaande regelgeving en vormt een overgangsrecht. Het zorgt er eigenlijk voor dat er vanaf de inwerkingsdatum van de Omgevingswet in juridische zin een omgevingsplan ligt. Voor het nieuwe deel, een op de gemeente afgestemd omgevingsplan, zul je aan de slag moeten. Begin daar mee en wacht niet af!

Fase van scannen – Deze fase kost veel tijd maar levert ook veel bruikbare informatie op! Begin met het doornemen van alle geldende gemeentelijke verordeningen. Welke artikelen hebben een link met de fysieke leefomgeving? Doe dit eerst grofmazig. Verfijning komt in de volgende fase. In verband met de wens tot deregulering is het ook handig om te vragen aan de gemeentelijke vergunningverleners welke artikelen ze gebruiken en welke niet. Wij hebben dat voor ons project voor een gemeente gedaan en dat is heel goed bevallen. Je krijgt veel bruikbare informatie en levert leuke gesprekken op.

Praktische tips voor de gemeente (samengevat):

  • scan alle geldende gemeentelijke verordeningen op ‘fysieke leefomgeving’ grofmazig
  • zet de artikelen in een overzicht
  • ga met de vergunningverleners om tafel en bespreek welke artikelen ze gebruiken en welke niet
  • welke artikelen neem je over in het omgevingsplan
  • neem de geselecteerde artikelen nogmaals door en verfijn

Tijd te kort voor het omgevingsplan? Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie. We helpen je graag op weg en ontlasten de gemeente.

 

Laat handreikingen over Omgevingswet eens links liggen!

Laat handreikingen over de Omgevingswet eens links liggen!

omgevingswet
De Omgevingswet uitgeprint….

Informatie overload Omgevingswet werkt uitstelgedrag door gemeenten in de hand

Ken je dat gevoel? Overvoerd raken door te veel informatie? Wij wel! Je zoekt iets op Google en krijgt zoveel hits, dat je niet meer weet welke website bruikbaar is of niet. Dit is ook zo bij de Omgevingswet. Er zijn ongelofelijk veel gratis handreikingen en routes in omloop. Nu we voor een gemeente aan het werk om een basisset regels te maken voor het omgevingsplan, komen we er achter dat veel van deze handreikingen niet of nauwelijks bruikbaar zijn. Ze zijn te algemeen en de opstellers durven zich niet uit te spreken. Het blijft hangen op een algemeen niveau waar je als inhoudelijke medewerker van een adviesbureau of gemeente weinig aan hebt. Aan de opsteller merk je dat hij/zij geen ervaring heeft met de gemeentelijke prakijk of adviespraktijk van een stedenbouwkundig bureau. De zinnen ‘aan de slag‘ of ‘begin op tijd‘ komen wel erg vaak voor. Het concrete blijft achterwege.

Als je de handreikingen links laat liggen moet je zelf aan de bak. Je leest toelichtingen, raakt overvoert door de hoeveelheid informatie en legt het even weg. De volgende dag ga je weer verder. Een omgevingsplan maken of een set basisregels voor de gemeente is als een reis. Veel onderweg, soms een doodlopend steegje in, teruglopen, omlopen, gefrustreerd raken, opgelucht zijn en dan weer een versnelling. De grote hoeveelheid informatie kan ook verlammend werken, het werkt vaak uitstelgedrag in de hand, ‘volgende week begin ik‘. Of, ‘we zijn te druk‘, ‘we besteden alles maar uit, want we hebben als afdeling geen tijd naast ons reguliere werk.’ Ik denk dat het niet goed is om als gemeente vrijwel alles uit te besteden. Je kennisniveau gaat achteruit en je bent als ambtenaar alleen nog maar bezig om bureaus aan te sturen. Je hoeft echt niet alles alleen te doen: maar besef wel dat je werk een stuk leuker wordt als je ook inhoudelijk meedoet met het bureau dat is ingehuurd! Samen kom je tot nieuwe inzichten en een beter plan of basisset regels.

Tip: laat de handreikingen eens links ligggen en begin! Start met het lezen van toelichtingen. Saai? Soms, maar je doorziet de achtergronden beter van de Omgevingswet en leert langzaam het systeem kennen. Dat gaat stapje-voor-stapje. Elke dag leer je. Schrijf kort en samengevat op wat je hebt gelezen. Gewoon laagdrempelig op een A4-tje. Dat uurtje lezen blokkeer je in je agenda. Op deze manier raakt je niet overvoerd met informatie, doe je mee en doe je kennis op van de Omgevingswet.

Weten hoe? Bel 010 – 307 2273 of mail naar contact@omgevingsplanonline.nl

Samen naar praktisch werkende regels voor het omgevingsplan!

Kritieke pad planning Omgevingswet

Kritieke pad route Omgevingswet

De Omgevingswet uitgeprint….

De planning die naar buiten toe gecommuniceerd wordt door de Minister – die kamervragen beantwoordt bij brief van 10 september 2021 – is nog steeds dat op 1 juli 2022 de Omgevingswet (Ow) in werking treedt. Of dat ook realistisch is? Opvallend is wel dat er ‘een kritieke pad route‘ wordt ingevoerd. Deze planning is aan de hand van 5 criteria opgebouwd. Het is een alternatieve route voor gemeenten die niet op tijd klaar zijn voor aansluiting op het DSO-LV. Volgens haar is afgesproken dat deze alternatieve route in juridisch opzicht per 1 januari 2022 kan ingaan.

Daarnaast wordt ingegaan op het feit dat er volgend jaar nieuwe gemeenteraden moeten worden ingewerkt als gevolg van nieuwe verkiezingen. In voornoemde brief wordt een brief van de VNG aangehaald waarin staat wat ‘oude’ gemeenteraden nog moeten doen om de route van de gemeente richting Ow wat soepeler te laten verlopen:

  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad adviesrecht heeft;
  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;
  • Verordening nadeelcompensatie;
  • instellen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit;
  • Delegatiebesluit om college te delegeren om het omgevingsplan te kunnen wijzigen;
  • aanpassen Legesverordening.

Uitwisseling van bestanden van verschillende software leveranciers niet mogelijk – Op p. 23 van de brief van de Minister wordt gemeld ‘inclusief de mogelijkheid om omgevingsplannen uit te kunnen wisselen’. Er staat ‘dat er goede afspraken zijn gemaakt met de leveranciers en het Leveranciersmanagement van de VNG’. Volgens mij is dat nog steeds niet het geval. Ja, er zal ongetwijfeld lang over gepraat zijn en vergaderd worden. Maar de individuele software systemen zijn nog niet eens af, laat staan dat er uitwisseling mogelijk is. Dit is heel lastig voor stedenbouwkundige bureaus en anderen die omgevingsplannen gaan maken voor allerlei gemeenten. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit nog steeds niet is ontwikkeld. Bijna geen enkele gemeente maakt onder de Wro bestemmingsplannen. Dat is allemaal uitbesteed. Dit gaat ook niet gebeuren met omgevingsplannen onder de Ow. Omdat er geen standaard is, zoals een SVBP2012, ontwikkeld ieder softwarebedrijf zijn eigen systeem. Er is een groot gebrek aan kennis van de praktijk, vooral bij het ministerie en de VNG. Zoiets belangrijks is heel lang over het hoofd gezien omdat men denkt dat gemeenten omgevingsplannen gaan maken.