Gezondheid en geluid windturbines

Gezondheid en geluid windturbinesgezondheid

Eindelijk succes in een juridische procedure waar windturbines en gezondheid een rol spelen! In dit geval gaat het om de vaststelling van een bestemmingsplan waar 4 windturbines planologisch-juridisch mogelijk worden gemaakt. Voor de bouw is een tijdelijke omgevingsvergunning afgegeven van 25 jaar. Appellant betoogt dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar laagfrequent en infrasoon geluid en de effecten daarvan op de omgeving. Volgens appellant is dit geluid schadelijk voor de gezondheid. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen ‘bestaat er in de wetenschap geen eenduidig standpunt over het antwoord op de vraag of laagfrequent en infrasoon geluid van windturbines effect heeft op de gezondheid van mensen en is in de wetenschap geen directe oorzaak-effect relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid gevonden’. (…) Gelet op wat hiervoor al is overwogen over de gronden over de uitgevoerde akoestische onderzoeken, het laagfrequent geluid, infrasoon geluid en het pulserende karakter van het geluid en de verwerking daarvan in de door de raad gehanteerde normen, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid de geluidnorm van 44 dB Lden respectievelijk 45 dB Lden voor de woning van appellant vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar heeft kunnen achten. 

Geluidniveau buiten de woning ook meenemen in afweging een goede ruimtelijke ordening en straks ‘een veilige en gezonde fysieke leefomgeving’ – ‘Wat betreft het betoog van appellant dat ook de geluidniveaus buiten de woning hadden moeten worden beoordeeld, omdat ook geluid buiten de woning het woon- en leefgenot kan aantasten, overweegt de Afdeling dat er geen wettelijke geluidnormen zijn vastgesteld voor de geluidniveaus buiten de woning. Dit neemt niet weg dat uit artikel 3.1 van de Wro volgt dat de raad bij het vaststellen van het plan de aanvaardbaarheid van het geluid van de windturbines voor het verblijfsklimaat in de tuin dient te beoordelen.’ Lees meer in r.o. 11 van uitspraak ABRS 28 juli 2021, 201906442/1/R2.

Gezondheidsmaatregelen door de overheid

Gezondheidsmaatregelen door de overheid: geleerde lessen uit de Covid-19 pandemie

In juni 2021 is een uitgave verschenen met als titel ‘Versterking van de publieke gezondheid‘. Hierin staat dat de pandemie heeft aangetoond dat het noodzakelijk is de publieke gezondheid te versterken. Het belang van preventie is steeds groter geworden: ‘Health in all policies’ is het nieuwe uitgangspunt bij het Rijk.

Zoals wel vaker het geval is bij een crisis is het antwoord van politici: maak nieuwe wetgeving om gezondheid te bevorderen en het beperken van gezondheidsrisico’s. De suikertax is een voorbeeld dat een paar jaar geleden werd geopperd, maar die door de succesvolle lobby van het bedrijfsleven is getorpedeerd. Wellicht dat er nu weer een kans ligt om dit van stal te halen. Ook bij het EK voetbal komt de succesvolle lobby van de ‘suikerindustrie’ sterk naar voren: Coca cola-flesjes die volop in beeld staan bij de persconferenties, een biermagnaat als grote sponsor bij een sportevent. Tja.

Een onderdeel dat wel kansrijk is, is het bevorderen van beweging in de publieke ruimte. Met vaak simpele ingrepen, zoals meer groene parken die uitnodigen om te wandelen, het weghalen van barrieres (zoals eenvoudig de weg kunnen oversteken), de aanleg van bredere fiets- en wandelpaden, voldoende verlichting, etc. kunnen mensen worden gestimuleerd om te bewegen. Voor veel mensen is een half uurtje wandelen per dag al een uitkomst. De rol van de auto in de stad is nog te groot. Meer bewegen betekent het veranderen van dagelijkse gewoonten bij mensen. Dat is niet eenvoudig. Ook is gezondheid complex: het is van vele factoren afhankelijk. Een half uurtje wandelen per dag in de omgeving vraagt niet veel en kan ook sociale contacten stimuleren. Met name tijdens de lockdowns is duidelijk geworden hoe belangrijk bewegen is in de omgeving: even je huis uit, mensen tegenkomen, een praatje maken, etc. De groene publieke ruimte – waar je geen geld hoeft uit te geven om gebruik van te maken – is zeer belangrijk voor de gezondheid van de mens!

Windturbines en gezondheid

Windturbines en gezondheid

Windturbines zijn al een lange tijd onderwerp van discussie. Of het nu een inbreuk is op het landschap, NIMBY of gezondheid, stil zal het nooit worden. Bij brief van 9 juni 2021 wordt er vanuit het ministerie een update gegeven over de relatie met gezondheid. Hierin wordt een reactie gegeven over een ingezonden brief van artsen die hun bezorgdheid hebben geuit over de mogelijke gezondheidseffecten van windturbines in de nabijheid van woningen.

Volgens de minister zijn de belangen van omwonenden geborgd in wettelijke regels in het Activiteitenbesluit. Wel wordt toegegeven dat ondanks dat windturbines voldoen aan wettelijke normen, er wel sprake kan zijn van geluidshinder. De optie van een app wordt besproken. Met deze app kunnen bewoners inzicht krijgen in het verwachte geluidsniveau en kunnen ze aangeven in hoeverre ze geluidsoverlast ervaren.

Ten tweede is aan het RIVM opdracht gegeven een expertisepunt op te richten. Lees meer in de brief.

Programma Gezonde Groene leefomgeving

Programma Gezonde Groene leefomgeving

Vanuit het Rijk is er steeds meer interesse in gezondheid en de fysieke leefomgeving. Met name COVID 19 heeft dit proces versneld. Volgens een brief van 16 april 2021 is de nieuwe Omgevingswet er op gericht om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden en de fysieke leefomgeving zodanig te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen dat alle maatschappelijke functies ook op de lange termijn duurzaam vervuld kunnen worden. Het klinkt allemaal prachtig, maar hoe kan het praktisch geïmplementeerd worden?

  • stimuleren van lopen, wandelen en fietsen
  • stimuleren van gezonde voeding (invoeren van suikertax?)
  • aanleg parken, nieuwe natuur of landschap
  • vermindering luchtvervuiling, lichtvervuiling, geluidhinder
  • gebruikmaken van deelauto’s
  • reduceren van risico’s infectieziekten

In de brief staat ook dat de Omgevingswet beleidsmakers meer ruimte geeft om een gezonde en groene fysieke leefomgeving te ontwikkelen. Dat is natuurlijk onzin. Daar is geen wet voor nodig, wel lef. Lef van een gemeentebestuur om voor groen te kiezen in plaats van stenen. Lef om voor groen te kiezen in plaats van directe financiële opbrengsten, etc.

Lees verder deze brief.

Juridische aspecten van zonnecollectoren

Juridische aspecten van zonnecollectoren

Het Nederlandse landschap verandert de komende jaren door de energietransitie. We zijn gewend dat dit in hoofdzaak ondergronds plaatsvindt door middel van buizen en leidingen. Dat is al enige tijd niet meer zo en dat zal de komende jaren alleen nog maar toenemen. Zonnecollectoren op daken, windturbines in het landschap en dan hebben we het nog niet over nieuwe uitvindingen die ook aanwezig zullen zijn in het landschap.

Over de juridische aspecten is niet altijd duidelijkheid. Het ministerie heeft een Informatieblad Duurzaam gebruik daken uitgebracht waarin een poging is gedaan duidelijkheid te brengen.

Ruimtelijk ontwerp en Omgevingswet

Ruimtelijk ontwerp en Omgevingswet

Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 – Volgens het kabinet is ruimtelijk ontwerp essentieel voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving en bij de inzet van een goede omgevingskwaliteit. Ontwerp zorgt voor creativeit. Het actieprogramma wordt verbonden aan de NOVI. Een belangrijke stap voor de ontwerpwereld waar dit natuurlijk niet nieuw is.

De ruimtelijke omgeving op gemeentelijk niveau wordt momenteel echter vooral gedomineerd door rationeel denken: financiële haalbaarheid, strakke planningen, juridisch denken, politieke belangen, etc. Het is de weerbarstige praktijk waar ontwerp vaak ondergeschikt aan is gemaakt. Persoonlijk vind ik dat erg jammer. De genoemde belangen zijn ook belangrijk, maar ik denk dat de oplossingen vooral voortkomen uit creativeit denken en speelsheid. Erg positief dat op rijksniveau hier oog voor is! Lees meer… over het actieprogramma.

Biobased bouwen en de Omgevingswet

Biobased bouwen en de Omgevingswet

Bij biobased bouwen wordt gebruik gemaakt van natuurlijk gegroeide materialen zoals hout, riet, zeewier en stro. Omdat deze materialen ‘bijgroeien’ wordt uitputting van grondstoffen tegengegaan. In de Strategische verkenning ‘Biobased bouwen’ wordt hier uitgebreid op ingegaan. Vanuit de doelen die in de Nationale Omgevingsvisie staan moet dit leiden tot een snellere verduurzaming van de bouw. De uitdaging is hoe dit te implementeren! Kunnen gemeenten bijvoorbeeld in bepaalde gebieden ‘bio-based’-voorschriften in omgevingsplannen opnemen om biobased bouwen te verplichten? Of is stimulering door subsidies een betere manier?

Lees deze interessante verkenning!

Fysieke leefomgeving Omgevingsplan

De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het hele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.

De wet bepaalt niet exact wat onder fysieke leefomgeving moet worden verstaan. Wel benoemt de wet welke aspecten de fysieke leefomgeving in elk geval omvat:

  • bouwwerken
  • infrastructuur
  • watersystemen
  • water
  • bodem
  • lucht
  • landschappen
  • natuur
  • cultureel erfgoed
  • werelderfgoed

Uit de MvT van de wet wordt duidelijk dat het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving moet bevatten. Er zijn 2 hoofdonderdelen van de fysieke leefomgeving te onderscheiden:

  • de natuurlijke omgeving
  • de bebouwde omgeving

Voertuigen en gehouden dieren worden niet tot de fysieke leefomgeving gerekend. Bomen en vaste planten, met inbegrip van fruitbomen, kunnen ook tot de fysieke leefomgeving worden gerekend. Dit geldt echter niet voor landbouwgewassen die slechts enkele maanden aanwezig zijn in de omgeving en dan weer worden geoogst. De beoordeling of iets tot de fysieke leefomgeving behoort is echter altijd afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval.

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving – Zie artikel 1.2. Deze bepaling kleurt het toepassingsbereik verder in:

  • het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan,
  • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
  • activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt
  • het nalaten van activiteiten
  • gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.