Principebesluit gemeente stelt niets voor
Veel initiatiefnemers van nieuwe plannen willen graag vooraf enige zekerheid hoe een gemeente over hun plan denkt. Op zich is dat logisch in verband met de investeringen die moeten worden gedaan in een bouwproject. Je gaat immers geen geld steken in een project dat op voorhand al wordt afgeschoten door de gemeente. Meestal kun je bij de gemeente een principeverzoek of conceptverzoek indienen. Door de gemeente wordt vervolgens het plan op hoofdlijnen getoetst en via een principebesluit krijg je van de gemeente een reactie op het plan.
Wacht niet te lang met indienen formele aanvraag – Wat erg belangrijk is bij een positief principebesluit, is om niet te lang te wachten met een definitieve aanvraag. De voorbereidingen voor een plan nemen meestal wel een aantal jaren in beslag. Een initiatiefnemer moet immers een kostenraming maken, offertes opvragen, een lening afsluiten, enzovoorts. Dat kost tijd. Intussen tikt de klok door en neemt ook de betrouwbaarheid van het positieve principebesluit af. Hoe dat kan?
Er kan tussen de afgifte van het principebesluit en de definitieve aanvraag van alles gebeuren. Een nieuw college van B&W, een andere wethouder, nieuwe wetgeving of nieuw beleid. Hoe langer het duurt, hoe meer er kan gebeuren. In veel principebesluit staat dan ook de zin opgenomen dat het principebesluit maximaal 1 jaar geldig is. Zo’n grens geeft al duidelijkheid. Wacht dus niet te lang met het indienen van een formele aanvraag om omgevingsvergunning! Dit blijkt weer eens uit een uitspraak van de Afdeling van 1 april 2026.
Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet – In de zaak die aan de orde was in deze uitspraak werd door de initiatiefnemer een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel. Het college van B&W had tot 3x toe een positief principebesluit afgegeven over een woonzorgcentrum. Het college had aangegeven onder voorwaarden bereid te zijn om daaraan mee te werken. Een jaar na het laatste principebesluit werd door de initiatiefnemer een formele aanvraag ingediend. Vervolgens werd de aanvraag om omgevingsvergunning geweigerd. Lees meer in r.o. 8.2 van uitspraak ABRS 1 april 2026, no. 202407543/1/R1.