Kritieke pad planning Omgevingswet

Kritieke pad route Omgevingswet

De Omgevingswet uitgeprint….

De planning die naar buiten toe gecommuniceerd wordt door de Minister – die kamervragen beantwoordt bij brief van 10 september 2021 – is nog steeds dat op 1 juli 2022 de Omgevingswet (Ow) in werking treedt. Of dat ook realistisch is? Opvallend is wel dat er ‘een kritieke pad route‘ wordt ingevoerd. Deze planning is aan de hand van 5 criteria opgebouwd. Het is een alternatieve route voor gemeenten die niet op tijd klaar zijn voor aansluiting op het DSO-LV. Volgens haar is afgesproken dat deze alternatieve route in juridisch opzicht per 1 januari 2022 kan ingaan.

Daarnaast wordt ingegaan op het feit dat er volgend jaar nieuwe gemeenteraden moeten worden ingewerkt als gevolg van nieuwe verkiezingen. In voornoemde brief wordt een brief van de VNG aangehaald waarin staat wat ‘oude’ gemeenteraden nog moeten doen om de route van de gemeente richting Ow wat soepeler te laten verlopen:

  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin de raad adviesrecht heeft;
  • raadsbesluit over gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is;
  • Verordening nadeelcompensatie;
  • instellen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit;
  • Delegatiebesluit om college te delegeren om het omgevingsplan te kunnen wijzigen;
  • aanpassen Legesverordening.

Uitwisseling van bestanden van verschillende software leveranciers niet mogelijk – Op p. 23 van de brief van de Minister wordt gemeld ‘inclusief de mogelijkheid om omgevingsplannen uit te kunnen wisselen’. Er staat ‘dat er goede afspraken zijn gemaakt met de leveranciers en het Leveranciersmanagement van de VNG’. Volgens mij is dat nog steeds niet het geval. Ja, er zal ongetwijfeld lang over gepraat zijn en vergaderd worden. Maar de individuele software systemen zijn nog niet eens af, laat staan dat er uitwisseling mogelijk is. Dit is heel lastig voor stedenbouwkundige bureaus en anderen die omgevingsplannen gaan maken voor allerlei gemeenten. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit nog steeds niet is ontwikkeld. Bijna geen enkele gemeente maakt onder de Wro bestemmingsplannen. Dat is allemaal uitbesteed. Dit gaat ook niet gebeuren met omgevingsplannen onder de Ow. Omdat er geen standaard is, zoals een SVBP2012, ontwikkeld ieder softwarebedrijf zijn eigen systeem. Er is een groot gebrek aan kennis van de praktijk, vooral bij het ministerie en de VNG. Zoiets belangrijks is heel lang over het hoofd gezien omdat men denkt dat gemeenten omgevingsplannen gaan maken.

Invoering Omgevingswet 5 minimale criteria

Invoering Omgevingswet 5 minimale criteriainvoering omgevingswet

De beoogde inwerkingsdatum van het stelsel van de Omgevingswet is 1 juli 2022. Het is een grote klus voor alle betrokken partijen, met name voor bevoegde gezagen, zoals gemeenten, en softwareleveranciers. Omdat niet alles haalbaar is zijn er 5 minimale criteria ontwikkeld voor de betrokken overheden die wel gereed moeten zijn:

  • Omgevingsvisie voor provincies en Rijk – Deze visie moet op 1 juli 2022 ontsloten zijn via het DSO
  • Omgevingsverordening van provincies
  • Provincies, waterschappen en Rijkspartijen kunnen werken met het projectbesluit – zie Bkl H.9
  • Gemeenten kunnen een omgevingsplan wijzigen – het gewijzigde deel moet voldoen aan de provinciale instructieregels en de instructieregels van het Bkl.
  • Vergunningen en meldingen ontvangen en behandelen

Meer uitleg over deze criteria van de Minister treft u hier aan. (bericht van 3 september 2021).

Omgevingswet Roadmap 2022 versie 1 augustus 2021

Omgevingswet Roadmap 2022

De planning is om het stelsel van de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking te laten treden. Of dat gehaald wordt is nog onzeker. Met name het onderdeel DSO is nog niet gereed voor gebruik, al worden er stapje voor stapje vorderingen gemaakt. Ik verwacht dat het nog wel een keer een half jaar wordt uitgesteld. Het is een enorme operatie met heel veel partijen, heel complex. Behalve het DSO is bijvoorbeeld ook het maken van een keuze voor gemeenten voor een softwaresysteem van een leverancier ingewikkeld. Dit moet vaak aanbesteed worden, met alle complexe gevolgen en vertragingen vandien. Dan hebben we het nog niet eens over de inhoud en gebruikersgemak van het te kiezen systeem. Ook dat is lastig. Het vraagt heel veel samenwerking en afstemming tussen verschillende afdelingen met elk een eigen visie, voorkeuren en inzichten. Dat is niet eenvoudig.

Volgens de update van de Roadmap 2022 is er vanaf 1 oktober a.s. de oefenruimte in het DSO gereed. Onlangs (augustus 2021) heb ik echter ‘in de wandelgangen’ vernomen dat dit niet gaat lukken vanaf die datum.

Blijkbaar wordt ook vanuit het ministerie verwacht dat dit laatste traject voor vertraging gaat zorgen. Niet elke gemeente zal gereed zijn op 1 juli 2022 met de basisvoorzieningen. Om die reden is het traject Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM)‘ opgetuigd. Als u als gemeente naar verwachting nog geen gebruik kan maken van het DSO dan is het handig om dit alvast te lezen. De TAM zijn een soort van vangnet voor projecten die per inwerkingsdatum van de Omgevingswet in elk geval door kunnen gaan. De maatregelen zijn min of meer een verlenging van het overgangsrecht en gelden maximaal 1 jaar.

De volgende tijdelijke maatregelen worden aangeboden:

  • omgevingsplan laten publiceren door een andere organisatie
  • tijdelijk gebruik maken van IMRO voor omgevingsplan
  • externe partij inhuren om het projectbesluit namens de gemeente op te stellen en te publiceren
  • lees meer…

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Omgevingsplan maken is voor juristen heel eng!

Ja, geef maar toe! Als jurist ben je een perfectionist. Je blijft maar slijpen aan punten en komma’s in teksten, formuleringen bijwerken, uitspraken erbij zoeken, enzovoorts. Eindeloos. Bang om fouten te maken en afgerekend te worden door klanten of nog erger: de Raad van State. Als je regels voor een omgevingsplan wil maken, bijvoorbeeld een basiscasco met regels moet vullen voor een omgevingsplan, begeef je je op glad ijs. Je bent aan het leren, aan het oefenen en je maakt fouten. Heel eng! Hoe ga je daar mee om? Ik geef als jurist toe dat het een langzaam proces is. Al enige jaren volg ik regelmatig modules bij bouwkunde en stedenbouwkundige opleidingen. Ik vind leren erg leuk en belangrijk. Je komt er ook achter dat je ook heel veel niet weet en dat dat helemaal niet erg is. Als je open staat voor kritiek – ook heel moeilijk – en meningen van anderen of nieuwe leerstof gaat opnemen, gaat de wereld er heel anders uitzien: je begeeft je op onbekend terrein en dat maakt onzeker. Maar het wordt ook veel leuker! Op deze manier ben ik twee jaar geleden ook begonnen met de reis van de Omgevingswet. omgevingsplan maken

De ontdekkingstocht van de Omgevingswet is een grote reis met veel onzekerheden. Dit geldt ook voor het maken van een omgevingsplan. Bijvoorbeeld bij het ontwerpen van regels en het vullen van een casco bij een omgevingsplan voor een gemeente. Alles staat op zijn kop: je neemt je ervaring uiteraard mee, maar de werkwijze van de Omgevingswet (Ow) en het DSO is anders dan je gewend bent. Ik zie de Ow als een groot ICT-project waar op den duur steeds minder mankracht voor nodig is. Vooral ‘old school’ juristen zijn gewend aan papier, pdf-jes en ruimtelijkeplannen.nl. Ook via dat laatste kunnen we alle regels van het betreffende bestemmingsplan zien (en controleren). Ook de herzieningen. Veel stedenbouwkundige bureaus werken ook in ruimtelijkeplannen.nl met pdfjes, vaak toelichtingen. Toelichtingen van bestemmingsplannen vinden juristen ook heel belangrijk: de kaartjes moeten perfect zijn, de regelafstand, titels van paragrafen, enzovoorts. Dat alles moet je nu loslaten! Ook voor juristen bij gemeenten is die rol erg wennen, gewend als ze zijn om plannen van stedenbouwkundige bureaus te controleren op vaak futiliteiten. Zelf iets maken is namelijk iets heel anders dan een ander beoordelen en aan de zijkant staan.

Het DSO is eigenlijk een grote ICT-bibliotheek waar van alles inhangt wat voor het menselijke oog niet zichtbaar is. Simpel gezegd: met het invullen van vragenbomen kan de initiatiefnemer straks op het scherm in één oogopslag zien wat voor de betreffende locatie geldt. Voor een jurist een grote blackbox. Hoe kun je meedoen als jurist? Door nu al op een laagdrempelige manier te oefenen met het maken van teksten voor regels voor een omgevingsplan. Begin voor jezelf met een klein gebiedje, pak een rol kalkpapier bij je stedenbouwkundige collega’s en trek een lijn om het betreffende gebied. Zo, het begin is er! Nu ga je allerlei vragen op een rijtje zetten: wat wil de gemeente op grote lijnen in dit gebied? Nieuwe ontwikkelingen of behoud van het huidige gebied? Wat voor gebied is het? Is er beleid voor dit gebied? Wat geven de geldende bestemmingsplannen aan? Zet dit in hoofdlijnen op papier.

Het hoeft niet perfect te zijn. Creativiteit en spelen staan voorop. Alles staat open! Gek? Helemaal niet, juristen zijn het alleen niet gewend, angst voor fouten. Pak het casco van de VNG erbij als basis. Hier kun je van alles aan veranderen: het is geen blauwdruk, maar een goede basis om als jurist mee te beginnen. Zijn er grote verschillen in het gebied? In welk opzicht? Vervolgens maak je verschillende regels en hang je die onder werkingsgebieden. Die werkingsgebieden teken je ook op papier en oefen. Gooi weg of ga ermee door. Door elke dag iets te doen, bij te schaven en fouten te maken op een laagdrempelige manier kom je erachter hoe leuk het is en ga je de onderliggende systematiek beter begrijpen. Ga niet alleen handreikingen lezen of MvT-en, maar ga ook tekenen. Een werkingsgebied teken je zo en je hangt er wat regels onder. Door in laagjes te werken en het kalkpapier over elkaar te leggen, kom je er achter hoe het in principe ook werkt in het DSO. Klinkt ongeloofwaardig of onprofessioneel? Ga het eens uitproberen, durf fouten te maken, laat je perfectionisme los en geniet en leer elke dag bij. Je werk wordt een stuk leuker!

postzegel omgevingsplan is mogelijk

Postzegel omgevingsplan en partiële herziening omgevingsplan is mogelijk onder de Omgevingswetpostzegel omgevingsplan

Vanuit het Rijk wordt gecommuniceerd dat er onder de werking van de Omgevingswet (Ow) één omgevingsplan is over de gehele gemeente. Op zich is dat juist, maar dat wil niet zeggen dat het omgevingsplan op onderdelen niet herzien kan worden. In de memorie van toelichting van de Ow op pagina 89 is daarover het volgende opgenomen:

(…) Integratie leidt niet tot verlies aan flexibiliteit. Om te voorkomen dat het omgevingsplan of de verordeningen een log en star instrument worden, kan de gemeente bijvoorbeeld per locatie verschillende regels vaststellen, net als bij het bestaande bestemmingsplan. Ook kan per regel het plangebied voor die regel worden bepaald. In de terminologie van het wetsvoorstel gaat het dan om het beperken van de werkingsfeer van een regel tot een locatie die met een geometrische plaatsbepaling is aangegeven. De volledige digitale opzet van het omgevingsplan, dat steeds in de actuele geconsolideerde versie te raadplegen is, maakt het heel eenvoudig om op deze manier regels op maat af te stemmen per locatie en uitsluitend voor die locatie te laten gelden. Het blijft dus hiermee mogelijk dat de gemeenteraad in één keer de regels wijzigt die in bepaald gebied van toepassing zijn. Een omgevingsplan kan dus partieel worden gewijzigd voor een deelgebied. Het is echter ook denkbaar dat een partiële herziening betrekking heeft op de regels die over een bepaald onderwerp voor het hele grondgebied van de gemeente zijn gesteld. (…)”. Lees meer in de kamerstukken (MvT) over de Ow (TK, 2013-2014, 33 962, nr. 3).

Neem de moeite in kamerstukken te kijken als u het niet goed weet. Het kost enige moeite en tijd, maar het is beter dan klakkeloos adviezen aan te nemen. Er zijn veel goedbedoelde handreikingen in omloop die van alles beweren zonder verwijzingen naar bronnen. Het zijn vaak meningen en copy paste teksten. Is dat erg? Meningen zijn niet erg, copy paste gedrag wel. Besef dat niemand nog met de Ow heeft gewerkt, het is voor iedereen nieuw! Dat geldt ook voor cursussen die worden aangeboden: ‘5 tips of manieren om….’, enzovoorts. Ook hier geldt: leer van andere meningen en werkwijzen, maar niemand weet nog hoe het uitpakt of gaat werken. De enige manier om er echt achter te komen is er zelf mee bezig zijn: fouten durven maken, opnieuw proberen, testen, weer fouten maken en samen beter worden! Voor de juristen onder ons: laat het perfectionisme los en ga aan de slag met regels, teken eens op papier werkingsgebieden en durf te oefenen!

  

Klimaat en gezondheid effecten van energiebronnen

Klimaat en gezondheid: effecten van energiebronnen op gezondheid en veiligheidklimaat en gezondheid

Volgens een recente rapportage van het RIVM ‘Klimaatakkoord: effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland’ kunnen nieuwe energiebronnen negatieve effecten hebben op onder meer de gezondheid van mensen. Windturbines kunnen hinder veroorzaken en biomassa instatallaties luchtverontreiniging. Verder speelt ook veiligheid een grote rol. Het is belangrijk om voldoende afstand te houden tussen woningen en windturbines, biogas en waterstof.

Volgens het onderzoek zullen de meeste effecten op de gezondheid beperkt zijn. Opvallend is wel dat dit niet geldt voor windturbines. In het landschap zijn deze al veel te zien en de komende jaren zal dit alleen maar toenemen. We zijn gewend dat kabels, leidingen en buizen voor transport en energietoevoer onder de grond liggen. Veel nieuwe energiebronnen zullen bovengronds worden aangelegd en dit zorgt ervoor dat we er direct mee geconfronteerd worden. Ik denk dat we hieraan moeten wennen. In vroegere tijden zal dit ook het geval zijn geweest bij windmolens, al hebben we het nu de overtuiging dat deze invloed in het landschap marginaal was in vergelijking met nu. Oude (wind) molens vinden we nu heel Hollands en mooi in het landschap. Over het algemeen houden mensen niet van verandering en vinden we hiermee omgaan lastig. Het ‘Nimby-principe’ zal altijd blijven. Er moet iets veranderen, maar we willen er geen last van hebben. Dit geldt eveneens voor klimaatverandering en onze eigen bijdrage daarin. We wijzen liever naar anderen, naar grote industrieën, Schiphol, boeren, enz. maar vliegen wel voor 50,– naar Barcelona of kopen een goedkoop BBQ-vleespakket in de supermarkt in de zomer. Het mag onze vrijheid niet beperken en het mag niet te veel kosten. Het is ook niet eenvoudig en we blijven mensen, wezens met emoties en irrationele beslissingen. Ik denk dat we er geleidelijk aan moeten wennen dat onze maximalistische levensstijl niet langer houdbaar is en keuzes moeten maken. Dit geldt niet alleen voor energiebronnen maar ook in financieel opzicht. Ook het huidige financiële stelsel met volop schulden is niet langer houdbaar. Het is gebaseerd op groei, zonder groei kan het niet bestaan. Zonder groei kan de enorme schuldenberg niet worden afgelost. Helaas geven overheden, wereldwijd, niet het goede voorbeeld. Duizelingwekkende bedragen worden maandelijks ‘geprint’ door centrale banken en over de economie uitgestrooid. De Covid-ondersteuningen nog niet eens meegerekend! Naast de aflossingen voor de schuldenbergen geldt ook voor de klimaatdoelstellingen met bijbehorende maatregelen: wie gaat dit betalen?

Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorming

Geluidsoverlast waterpomp meenemen in besluitvorminggeluidsoverlast waterpompen

  • uitgaan van representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen
  • afwegen in kader van goed woon- en leefklimaat
  • geldt ook bij afweging besluitvorming omgevingsplan

Een gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de transformatie van een gemeentehuis naar woningen. De verwarming en het warmtapwater zal plaatsvinden via een waterpomp. Omwonenden zijn hier niet blij mee en zijn in beroep gegaan tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Deze uitspraak is hier opgenomen omdat deze jurisprudentie ook zal gelden bij de besluitvorming van het omgevingsplan in het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het woon- en leefklimaat van omwonenden is hier onderdeel van.

“De Afdeling stelt voorop dat de raad zich in het kader van een goede ruimtelijke ordening ervan dient te vergewissen dat de planologisch voorziene ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het akoestisch woon- en leefklimaat van omwonenden. Cumulatie van geluidbelasting van verschillende geluidsbronnen dient bij die beoordeling te worden betrokken. (…) Ten aanzien van het geluid afkomstig van warmtepompen heeft de raad onder verwijzing naar artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012, slechts ziet op één enkele warmtepomp en geen rekening houdt met de cumulatie van meerdere installaties in elkaars nabijheid. De raad had moeten nagaan of de geluidbelasting die een gevolg is van de toepassing van warmtepompen voor een appartementsgebouw in overeenstemming is met een goed woon- en leefklimaat. Daarbij kan worden uitgegaan van een representatieve, normale wijze van toepassen van warmtepompen. Dat is niet gedaan.” Lees meer in r.o. 5.2.1 van uitspraak ABRS 4 augustus 2021, no. 202004049/1/R1

TPOD omgevingsplan wat is het?

TPOD Omgevingsplan – wat is het?TPOD Omgevingsplan

De Omgevingswet is eigenlijk één groot ICT-project van de overheid. Er wordt meer en meer gestandaardiseerd en het moet eenvoud bij de initiatiefnemer van een (bouw)plan opleveren. Dat is een lastige klus omdat het niet zo eenvoudig is om juridische, maar vooral open termen, in wetgeving te standaardiseren of te annoteren. Geen geval is bijna gelijk, er bestaan veel uitzonderingen. Een woord als ‘gemeente’ is voor iedereen wel duidelijk, maar in juridisch opzicht is het de raad die vaststelt of een college van B&W dat besluiten neemt. Welk begrip kiezen we in dat geval? Wat is doorslaggevend? Dat de burger het begrijpt of toch het juridische begrip?

Via het Omgevingsloket kan de initiatiefnemer straks op een simpele wijze zien wat wel of niet mag in de fysieke leefomgeving. Het digitale loket bestaat uit het DSO-LV, en is eigenlijk een grote bibliotheek. Om teksten van besluiten en plannen om te zetten in standaard-ICT-taal zijn TPOD’s opgesteld. De gegevens zijn dan in- en uitwissselbaar. Op grond van artikel 20.26 Ow is het verplicht om omgevingsdocumenten te ontsluiten via het DSO-LV. Het ToepassingsProfiel OmgevingsDocumenten (TPOD) beschrijft de bouwstenen waar de omgevingsdocumenten op grond van de Ow uit moeten bestaan om digitaal ontsloten te kunnen  worden. Het gaat niet over de inhoud van een omgevingsplan, maar uitsluitend over bouwstenen om digitaal uitwisselbaar te zijn en ontsloten te worden. Er bestaan verschillende TPOD’s (over alle omgevingsdocumenten op grond van de Ow).

Lees meer op de website van Geonovum.nl

Omgevingsplan en klimaat

Omgevingsplan en klimaatveranderingklimaatverandering in omgevingsplan

Op grond van artikel 2.1, derde lid van de Omgevingswet dient een bestuursorgaan van een gemeente zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit te oefenen met het oog op de doelen van de wet. Eén van de doelen is het tegengaan van klimaatverandering. Klimaatverandering is een breed begrip. Wat verstaat de wetgever er eigenlijk onder? Eén van de aspecten is volgens de MvT van de Ow dat ‘mede gezien de klimaatverandering is het van belang om waterbewust te bouwen en de ruimte zo in te richten dat de kans op en de gevolgen van een overstroming beperkt blijven’. Of ‘In de fysieke leefomgeving spelen zich natuurlijke processen af. De bodem verandert door sedimentatie en erosie, de natuur als gevolg van ecologische dynamiek en de zon brengt lucht en water in beweging (klimaat).’

Er is geen definitie opgenomen in de Ow van klimaatverandering. Wel van duurzame ontwikkeling: ‘ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.” Hoewel dit weer iets anders is, kan duurzame ontwikkeling wel weer invloed hebben op klimaatverandering. Zoals de wetgever aangeeft zijn de aspecten zoals genoemd in het derde lid van artikel 2.1 Ow niet wederzijds uitsluitend maar hebben ze een bepaalde overlap. Zo is het beschermen van het milieu, aldus de wetgever, een breed begrip, dat ook elementen van bijvoorbeeld het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering omvat. Al met al is het voor de gemeente niet zo eenvoudig concrete regels op te nemen in het omgevingsplan om klimaatverandering tegen te gaan.

Eén van de gevolgen van klimaatverandering is dat hevige regenval zal toenemen. Dat hebben we ook de laatste weken gezien in Duitsland, Nederland en België waar het water door de straten kolkte en huizen binnendrong. Het creëren van meer waterberging in de openbare ruimte is een van de maatregelen om wateroverlast te voorkomen. Er zijn allerlei maatregelen nodig, zoals bijvoorbeeld:

  • maatregelen aan de riolering (vervangen gemengd rioolstelsel door gescheiden stelsel)
  • maatregelen om verhard oppervlak te verminderen
  • groene daken stimuleren
  • aanpassen van de afwatering van de straat
  • aanpassen van inritten, enz. enz.

Ook onder de Ow staat de toedeling van functies aan gronden los van de eigendomssituatie. Door de particuliere tuinen bijvoorbeeld ’te bestemmen’ als ‘waterbergend gebied’ en voor verharding een vergunningstelsel op te nemen. Dit is vergelijkbaar met het ‘oude’ aanlegvergunningstelsel.

Een handige site is klimaatadaptienederland.nl.

Meer weten? Neem contact op!

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplan

Geluid waterpompen meewegen bij omgevingsplangeluid waterpompen

Bij de vaststelling van een omgevingsplan moet de raad afwegen of er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op grond van artikel 1.3 Ow is dat een doel van de Omgevingswet: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Eén van de af te wegen onderdelen is geluid. Voorkomen moet worden dat omwonenden onevenredige geluidsoverlast ervaren. Geluid van waterpompen kan zeer vervelend zijn voor buren.

In deze zaak ging het om de vaststelling van een bestemmingsplan. Deze jurisprudentie zal ook zijn gelding houden bij de vaststelling van een omgevingsplan. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 16 grondgebonden woningen mogelijk. In dit geval gaf de raad aan dat geluid van waterpompen pas aan de orde kan komen bij de omgevingsvergunning. Volgens de Raad van State is dat niet het geval: “In dit geval kon alleen al niet worden volstaan met de verwijzing naar de omgevingsvergunning omdat artikel 3.8, tweede lid van het Bouwbesluit 2012 op het moment dat het plan werd vastgesteld nog niet voorzag in geluidsnormen voor warmtepompen. Weliswaar zijn per 1 april 2021 wel geluidnormen voor installaties voor warmte- of koudeopwekking in het Bouwbesluit 2012 opgenomen, maar bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning die voor die datum is gedaan blijven de voorschriften van het Bouwbesluit van toepassing die golden op het tijdstip waarop de aanvraag werd gedaan. Een en ander betekent dat de raad bij de vaststelling van het plan een afweging had moeten maken van de mogelijke gevolgen voor de omgeving na realisatie van waterpompen binnen een woonbestemming en had dienen te onderzoeken of een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat zal ontstaan. Nu een dergelijke afweging ontbreekt komt het plan voor vernietiging in aanmerking.Lees meer in r.o. 6.4 van uitspraak ABRS 28 juli 2021, no. 202100601/1/R4.

Hoe zit dit in de Omgevingswet? – Vanaf 1 juli 2022 zal waarschijnlijk de Omgevingswet in werking treden, al kan dit ook een half jaar later zijn. Installaties buiten mogen niet meer dan 40 dB geluid voor de omgeving veroorzaken op grond van het Bouwbesluit 2012. De opvolger van het Bouwbesluit is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op grond van artikel 4.108 van het Bbl mag een installatie voor warmte- of koudeopwekking in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie maximaal 40 dB aan geluid veroorzaken. Dit blijft dus hetzelfde als de huidige wetgeving.